Een paradijselijke strafkolonie

Tot midden vorige eeuw dumpten de Fransen hun zwaarst gestrafte criminelen in de Zuid-Amerikaanse kolonie Frans Guyana. Het semi-autobiografische relaas Papillon van ex-gevangene Henri Charrière leidt de lezer naar paradijselijke strafeilanden.

St. Laurent de Maroni is een stadje van niets. Toch was dit van 1852 tot 1946 het hoofdkwartier van een wrede Franse strafkolonie. Hier, in de zinderende hitte van de vochtige tropen, arriveerden zwaargestrafte criminelen uit Frankrijk en bijbehorende koloniën. Hun lot: loodzware dwangarbeid of hun jaren uitzitten op strafeilanden voor de kust, waar in het ergste geval eenzame opsluiting dreigde. Velen stierven voor het einde van hun straf.

Nog steeds ademt de verweerde poort van Camp de la Transportation de paddestoelengeur van het rotte verleden. De metershoge stenen buitenmuur staat fier overeind, maar de ruïnes van de celblokken erachter hebben zwaar te lijden onder de tropische zon, het junglegroen en de zware regenbuien.

Ex-gedetineerde Henri Charrière (1906-1973), onderwereldfiguur uit Parijs, werd in één klap wereldberoemd toen zijn avonturenroman Papillon in 1968 verscheen. Zijn semi-autobiografisch relaas over dertien jaar gevangenschap in de strafkolonie is doordrenkt met een bewonderenswaardige overlevings- en ontsnappingsdrang, ingegeven door zijn onterechte veroordeling wegens moord. Uitgeverij Meulenhoff turfde inmiddels 27 drukgangen, Nederlandse bibliotheken lenen Papillon zo'n duizend keer per jaar uit en de gelijknamige verfilming met Steve McQueen en Dustin Hofmann verschijnt nog steeds op tv.

Het toeristenbureau van St. Laurent de Maroni voedt de heldenmythe door toeristen te doen geloven dat het Charrière zelf was die zijn naam in een betonnen vloer van cel 47 kraste. Maar de letters steken zo scherp af, dat het lijkt of ze een dag tevoren met een scherp voorwerp in pas gestort beton zijn gezet. Een opmerking hierover richting gids doet hem slechts schaapachtig lachen.

Dat Charrière van 1931 tot 1944 in de strafkolonie verbleef, lijdt geen twijfel. Maar de heldenstatus die hij zichzelf, onder meer met negen spectaculaire ontsnappingen, toekent, bestaat grotendeels uit belevenissen van andere gevangenen. Charrière was een weinig opvallende gedetineerde, zoals journalist Alexander Miles schrijft in zijn publicatie Devils Island, Colony of the Damned.

Toch biedt Papillon, behalve razend spannende avonturen, een goed beeld van het leven in de strafkolonie, waar overleven ten koste van alles ging. Beschrijvingen van omkoperij, ontsnappingspogingen, hechte vriendschappen, verraad en moord zorgen dat de zwaar vervallen celgebouwen tot leven komen. De verhalen zijn zo levensecht dat je darmen gaan rommelen als je leest dat gedetineerden hun geldcilinders anaal verborgen.

Een voor Zuid-Amerikaanse begrippen ongewoon goede asfaltweg doorsnijdt de jungle van St. Laurent de Maroni naar Kourou. Door het immer voortdurende Franse kolonialisme is de infrastructuur, mede dankzij EU-subsidies, in orde. Op zo'n vijftig kilometer voor Kourou wordt duidelijk waarom de regio het economisch centrum van Frans Guyana is. Vanaf het Centre National d'Etudes Spatiales (CNES) knallen Arianeraketten een paar keer per jaar de ruimte in.

In de kustplaats Kourou begint de tweede Papillon-etappe. Een veerboot brengt toeristen en dagjesmensen in een uur naar de strafeilanden Iles du Salut, bestaand uit Ile Royale, Ile du Diable en Ile St. Joseph. Op deze eilandjes beheerden bewakers het labiele evenwicht in een leefgemeenschap met zo'n duizend gevangenen. Ile Royale bood onder meer plaats aan enorme cellen waar zo'n 120 gevangenen huisden, die zich vermaakten met kaartspel en moord. En zich soms terugtrokken in de chambre d'amour – het toiletdeel – om de herenliefde te bedrijven.

Van een levensechte nachtmerrie in Papillon zijn de eilanden anno 2001 een paradijselijke bestemming geworden. Behalve deels gerestaureerde ruïnes van cellen, een gekkengesticht, een ziekenhuis en bewakerswoningen herbergt Ile Royale een museum, hotel, kokospalmen, apen, papegaaien en leguanen. Geen wonder dat hagelwitte cruiseschepen zich hier een paar uur ontdoen van hun bejaarde Amerikaanse inhoud.

Wegens zeer sterke stromingen is het vrijwel onmogelijk Ile du Diable, het meest bekende eiland, te bereiken. Papillons heroïsche ontsnapping van Duivelseiland op twee jutezakken vol kokosnoten behoort dan ook tot de legendevorming. Maar op het schitterend verwaarloosde Ile St. Joseph wordt Charrière weer een held. Woekerende varens en enorme spinnenwebben geven een Indiana Jones-achtig tintje aan het kolossale cellencomplex, dat voornamelijk voor eenzame opsluiting diende. Ook Papillon bracht hier, na een ontsnappingspoging, ruim twee jaar in volledige stilte door. De gekte kreeg geen vat op hem en urenlange wandelingen in zijn kleine cel hielden hem fysiek sterk: een, twee, drie, vier, vijf, rechtsomkeerd, een, twee...

De laatste pagina's van het boek moeten eigenlijk gelezen worden in de hoofdstad Cayenne. In het nabijgelegen kamp Cascade ontsnapte de schrijver in 1944 definitief, toen De Gaulle een gematigd kampbeleid voerde en de bewaking niet veel meer voorstelde. Overdreven of niet, feit blijft dat Charrière in staat bleek een helse periode te overleven en die vol spanning te beschrijven. En dat maakt de ruïnes in Frans Guyana interessanter dan ze op het eerste gezicht lijken.