Een gratis reisje of een oprit voor de wethouder

Grote corruptiezaken lijken in Nederland nauwelijks voor te komen. Zijn we zo braaf of wordt er door de pers en Justitie gewoon niet hard genoeg gezocht?

DE FRANSE PRESIDENT Jacques Chirac wordt verdacht van het aannemen van steekpenningen toen hij burgemeester van Parijs was; de voormalige Duitse bondskanselier Helmut Kohl was de spil in een circuit van illegale partijfinanciering, en in België leidde het omkoopschandaal rond de aanschaf van Agusta-helikopters tot de val van NAVO-secretaris-generaal Willy Claes.

Waar zijn de meeslepende affaires in Nederland? Hier krijgt hooguit een burgemeester van een zakenrelatie een gratis reisje en houdt een wethouder die een aannemer bevoordeelt er een oprit aan over. Corruptie in de polder. Of is er meer aan de hand, en komen die miljoenenaffaires, om een of andere reden, niet in de krant? Kortom, zijn we zo braaf, of lijken we alleen zo braaf?

De laatste Nederlandse corruptiezaak met internationale allure dateert alweer van 1974: de Lockheed-affaire. Vliegtuigbouwer Lockheed bekende 1,1 miljoen dollar betaald te hebben aan prins Bernhard om de verkoop van vliegtuigen aan de Nederlandse krijgsmacht te bevorderen. Bernhard ontkende stellig. Een kwart eeuw later is het zwaarste wat Nederland te bieden heeft `de zaak Peper'. Ook een integriteitskwestie, al heeft die niet met corruptie maar met fraude van doen. Directeur mr. D. Pijl van de Rijksrecherche, de landelijke politiedienst die de declaraties van Peper onderzocht, vindt de zaak Peper desondanks ,,een redelijke kanjer.'' Pijl: ,,Het is internationaal gezien niet niks als een minister die belast is met het integriteitsbeleid aftreedt omdat zijn integriteit in het geding is.''

Toch komen in de ons omringende landen meer grote affaires in de publiciteit. Kijkend naar een oorzaak kan het natuurlijk zo zijn dat het Nederlandse openbaar bestuur minder corrupt is. Nederland als calvinistisch land, met een transparante besluitvorming. Dat idee vindt steun in de jaarlijkse ranglijst van corrupte landen van de organisatie Transperancy International. Op die lijst stond Nederland vorig jaar in de top tien van minst corrupte landen, samen met Scandinavië en Nieuw-Zeeland. Nederland scoort met een negende plaats beter dan Groot-Brittannië (10), Duitsland (17), Frankrijk (21) en België (25). De vraag is alleen: hoe betrouwbaar is deze ranglijst? De volgorde is namelijk bepaald door subjectieve waarnemingen van zakenlieden en deskundigen, niet door wetenschappelijke criteria.

Op zoek naar internationaal vergelijkende corruptieonderzoeken moet prof.dr. L. Huberts, bijzonder hoogleraar politie- en veiligheidsstudies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, `nee' verkopen. Huberts: ,,Ik ken geen onderzoeken, waarbij de corruptiegevoeligheid van Nederland vergeleken wordt met de gevoeligheid in andere landen.''

Huberts zou graag landen met elkaar vergeleken zien, op gebied van aanbestedingsbeleid, controle en toezicht, gedragscodes, transparantie, partijfinanciering, strafmaat, publieke aandacht voor integriteit en politieke cultuur. Eén constatering is alvast te doen: het politieke systeem in Nederland wijkt af van de systemen van de buurlanden. In België, Duitsland en Frankrijk bestaat de top van ministeries uit politiek gekleurde ambtenaren. Bij een wisseling van de macht komen en gaan ze.

Huberts: ,,De `politieke ambtenaar' is een groter risico. Ambtenaren die niet weg hoeven, zoals in Nederland, kunnen zich onafhankelijker opstellen tegenover de politiek''. Maar de wisseling van een grote groep ambtenaren, bij een politieke machtswisseling, is ook een moment waarop affaires van politieke voorgangers worden onthuld. Zo'n prikkel ontbreekt in Nederland.

Daar waar in de buurlanden een partij de macht overneemt van een andere partij, bestaat in Nederland eeuwig de noodzaak tot coalitievorming. Directeur Pijl van de Rijksrecherche spreekt over ,,de nadelen van het poldermodel''. Pijl: ,,Is er voldoende politieke wil om inzicht te krijgen in het probleem? Wij zijn er in dit land erg voor om problemen niet al te scherp te benoemen. We willen graag dingen samen oplossen. Het is een nadeel van het poldermodel. Als ze er zijn, die verborgen corruptieaffaires, dan is dat poldermodel een van de oorzaken waarom affaires zich niet makkelijk openbaren. Gebleken is dat de nodige signalen van corruptie niet worden onderzocht.''

De Vrije Universiteit hield, onder leiding van Huberts, in 1992 een enquête onder gemeentesecretarissen. In de 247 integriteitszaken die zich in één jaar voordeden in gemeentehuizen bleek Justitie maar 130 keer te zijn ingeschakeld. Ook heeft niet elke gemeente voldoende aandacht voor integriteit. In 1996 deden criminologen van de Vrije Universiteit onderzoek naar de maatregelen die gemeenten nemen bij schendingen van de integriteit. Van de 441 onderzochte gemeenten bleek slechts 20 procent een schriftelijk integriteitsbeleid te hebben. Bijna 40 procent van de gemeenten had geen beleid.

Ook het landelijk integriteitsbeleid vertoont blinde vlekken, blijkt uit een deze week gepubliceerde evaluatie van professor Huberts. Volgens hem is er te weinig zicht op de financiële en zakelijke belangen van politici, ambtenaren en politieke partijen. Nederland heeft geen regels voor belangenverstrengelingen, geen register voor giften en diensten aan ambtenaren en politici, en geen onafhankelijk instituut voor corruptiebestrijding.

Op zoek naar een verklaring voor het schonehandenimago van Nederland, dient de mogelijkheid zich aan dat hier minder goed gezocht wordt naar corruptie, door de overheidsdiensten en door de pers. ,,Er is geen reden om aan te nemen dat journalisten in Nederland lakser zijn, of bereid zijn schandalen toe te dekken'', zegt secretaris Hans Verploeg van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, al geeft hij toe dat op dit gebied geen onderzoek is gedaan. ,,Ik denk dat journalisten in veel andere landen juist gezagsgetrouwer zijn, minder kritisch.'' Hij kent voorbeelden waar de Nederlandse pers het voortouw genomen heeft in het onderzoek naar machtsbederf. Verploeg: ,,Maar het is natuurlijk nooit genoeg.''

Dan de speurzin van de overheid zelf. Daar lijkt zich in Nederland daadwerkelijk een probleem af te tekenen. De rijksrecherche, bij uitstek de instantie om corruptie te onderzoeken, is al jaren onderbemand, geeft directeur Pijl toe. De onderzoeken stapelden zich op. Het aantal aanvragen voor onderzoeken groeit, maar de capaciteit is beperkt met negentig medewerkers voor het héle land. Vorig jaar slokten drie onderzoeken – Peper, ambtenaren in Den Helder en de douane op Schiphol – een kwart van de beschikbare rechercheurs op.

In de helft van alle onderzoeken (313 in 2000) slaagt de Rijksrecherche er niet in om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van corruptie. Pijl heeft na kritiek uit de Tweede Kamer op de povere kwaliteit en de lange duur van de onderzoeken, minister Korthals om 45 nieuwe mensen gevraagd. Het kabinet besluit hier binnenkort over.

Onderzoek van de Vrije Universiteit toonde aan dat zich in Nederland jaarlijks honderden gevallen van corruptie voordoen. Uit gegevens van het openbaar ministerie blijkt echter dat er jaarlijks niet meer dan 15 tot 20 strafzaken voor rechtbanken dienen. Het opsporingsapparaat is niet voldoende toegerust en de aangiftebereidheid blijkt weinig groot, bleek al. Huberts: ,,De vuile was wordt liever niet buiten gehangen en affaires worden bij voorkeur intern afgehandeld.''

Van de enkele strafzaken leiden er jaarlijks nog geen vijf tot een veroordeling. De belangrijkste reden is dat het in Nederland tot nu toe gecompliceerd was om corruptie te bewijzen. Sinds februari dit jaar zijn de corruptieartikelen in het Wetboek van Strafrecht aangepast. Het bewijs is nu makkelijker te leveren en de straffen fors verhoogd.

Een bewijs dat er in Nederland meer aan de hand is dan bekend is, zijn de bouwaffaires in Zuid-Limburg, medio jaren negentig. Justitie speurde intensief naar corruptie. Dat leverde tien veroordelingen op. Directeur Pijl: ,,Dat resultaat zou er ook in een ander deel van het land geweest zijn.''

Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Ien Dales zwengelde in 1992 het maatschappelijk debat over integriteit aan. Ze zei tegelijk ervan overtuigd te zijn dat Nederland een bestuurlijk en ambtelijk apparaat heeft ,,dat in hoge mate integer en onkreukbaar is.'' Dat was vooral een politiek statement, gebaseerd op haar gevoel, of haar wens. Om een afdoende antwoord te kunnen geven op de vraag of Nederland braaf is of braaf lijkt, is meer kennis nodig over corruptie in Nederland en omringende landen. Directeur Pijl pleit daarom voor een vergelijkend wetenschappelijk onderzoek tussen Nederland en de buurlanden. Pijl: ,,Als je alert wilt zijn op corruptie, moet je ook willen weten wat er aan de hand is.''