Democratie Ethiopië staat stil

Het is deze week precies tien jaar geleden dat de opstandelingen van Meles Zenawi de macht veroverden in Ethiopië. Er is weinig reden tot feestvreugde.

Het feest ging deze week niet door in Ethiopië. Precies tien jaar geleden veroverden de opstandelingen van Meles Zenawi de macht om de militaire leider Mengistu Haile Mariam te verdijven. Maar inmiddels is de politieke elite rond premier Meles zelf in een hevige machtsstrijd verwikkeld, vonden er bloedige studentendemonstraties plaats en raakte de economie in een neerwaartse spiraal door de oorlog met Eritrea.

In plaats van feest te vieren begon de regering van Meles deze week met een golf van arrestaties in eigen kring. Twee prominente leden van Meles, zijn regeringspartij en vele van hun zakenrelaties werden opgesloten. De officiële aanklacht luidt corruptie, maar er bestaat geen twijfel dat de arrestaties onderdeel zijn van een politieke bijltjesdag. In maart probeerde een groep partijleden Meles af te zetten en sindsdien is het politiek onrustig gebleven in Ethiopië.

Meles leidde in de bushdagen het door het marxisme geïnspireerde Tigrese Volksbevrijdingsfront(TPLF). Tot ergernis van TPLF-hardliners begon hij na 1991 de economie te liberaliseren, het politieke systeem voorzichtig te democratiseren en verleende hij de noordelijke provincie Eritrea onafhankelijkheid. Het Westen reageerde enthousiast en verstrekte forse hulpbedragen. De economie van het overigens straatarme land groeide indrukwekkend en Meles was de held.

Het uitbreken van de oorlog met Eritrea in 1998 betekende het keerpunt. Ethiopië incasseerde bij de eerste twee rondes in de oorlog stevige verliezen en pas na de mobilisatie van honderdduizenden soldaten slaagde Meles er in de Eritreeërs zware verliezen toe te brengen. Tegen een hoge prijs. De Verenigde Naties kondigden een wapenembargo af tegen Ethiopië en Eritrea en het Westen bevroor zijn ontwikkelingshulp. De nog fragiele economische heropbouw kwam stil te liggen.

De politieke repercussies van de oorlog voor Meles waren zo ernstig dat zijn positie in gevaar is gekomen. De haviken binnen zijn TPLF verwijten de premier een te zachte houding tegen Eritrea. In hun visie had Meles toen hij eenmaal de overhand kreeg in de oorlog de gelegenheid moeten aangrijpen om Eritrea te bezetten of tenminste de havenstad Assab in te nemen. Bovendien verwijten zij Meles dat hij Ethiopië heeft uitverkocht aan het Westerse imperialisme.

Meles won de eerste ronde van de machtsstrijd met het ontslag in maart van twaalf leden van het Politbureau van de TPLF. Hij beschuldigde hen van grootschalige corruptie. Maar de onvrede was niet bedwongen. Vorige maand braken er rellen op de Universiteit van Addis Abeba uit, waarbij meer dan dertig doden vielen. Deze hadden schijnbaar niets van doen met de machtsstrijd, maar het viel waarnemers op dat bij de plunderingen vooral winkels van Tigreeërs, de bevolkingsgroep van Meles, het doelwit waren. Eerder deze maand werd het hoofd van de veiligheidsdienst, een naaste medewerker van de premier, vermoord. Afgelopen weekeinde ontsloeg hij de legerleider en het hoofd van de luchtmacht, beiden naar verluidt sympathisanten van zijn tegenstanders in het TPLF.

Getuige de golf arrestaties deze week heeft Meles nog steeds reden zich bedreigd te voelen. Om de dissidenten te neutraliseren bezigt zijn regering sinds kort weer marxistische slogans en trad hij keihard op tegen de studenten en hun civiele aanhangers. De democratisering lijkt daarmee tot stilstand gekomen, net als de liberalisering van de economie. De grenzen van de nieuwe orde zijn bereikt.

    • Koert Lindijer