De gesel van Financiën

Het woord `Zalmnorm' zal Ad Melkert nooit over zijn lippen krijgen. Daarmee zou hij immers het succes van het zalmiaanse begrotingsbeleid bevestigen en dat gaat Melkert net iets te ver. Hij hult zich liever in abstracte termen of deelt speldenprikken uit aan het adres van de minister van Financiën.

Vorige maand sprak de PvdA-fractieleider laatdunkend over `de gesel van Financiën'. Melkert beweerde – in een zalvend interview in het Volkskrant-magazine – dat de Haagse departementen `nog steeds onder curatele van het ministerie van Financiën' staan en hij hekelde `het primaat van het financiële denken', waardoor geen ruimte bestaat om na te denken over nieuw beleid. Hij pleitte voor een andere wijze van besluitvorming over de begroting: eerst moeten de ministers met de benen op tafel vaststellen wat Nederland nodig heeft – en daarna moeten ze eens kijken of er geld voor beschikbaar is.

Was dit de doorzichtige lancering van Melkert met een menselijk gezicht? De aanzet tot een Melkertnorm voor het opstellen van begrotingen aan een tafeltje op een zomers terras? Of was het een aanval op Gerrit Zalm, de VVD-minister van Financiën met wie Melkert vier jaar lang een loopgravenoorlog voerde in het vorige kabinet? Zoveel is zeker, Melkerts plaagstoot heeft een driedubbel averechts effect gehad. Op Financiën is `gesel' als geuzennaam verwelkomd, waarop Zalm zich met de nodige zelfspot laat voorstaan. De reputatie van Melkert als toekomstig partijleider en potentieel minister is geschaad – niet het minst bij premier Kok – en bij de VVD is het beeld bevestigd van de PvdA-fractieleider als `rupsje-nooit-genoeg'. En ten slotte: Melkert heeft ongelijk.

Het trendmatige begrotingsbeleid dat Paars-I in 1994 introduceerde, heeft algemeen erkend succes gehad. De Nederlandsche Bank schrijft deze week in haar jaarverslag dat ,,het Zalmkader niet is achterhaald'' en dat pleidooien om het aan te passen doen denken aan ,,de kapitein die bij veranderende weersomstandigheden en problemen probeert koers te houden, gemakshalve het kompas in zee gooit''. Binnenkort komt de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte met een rapport waarin wordt voorgesteld om de Zalmnorm op hoofdpunten voort te zetten en om in de volgende kabinetsperiode te streven naar een jaarlijks overschot op de begroting van gemiddeld anderhalf procent.

Toch lag de Zalmnorm het afgelopen half jaar behoorlijk onder vuur. De opeenstapeling van inkomstenmeevallers en de krapte in specifieke sectoren leidden tot oproepen tot aanpassingen. Met het bereikte akkoord over de begroting van 2002 is deze kritiek wel geluwd, maar niet verdwenen.

Een goed begrotingsbeleid verkoopt zichzelf moeilijk. Misstanden in de zorg of het onderwijs spreken meer aan dan de staatsschuldquote. Demonstrerende leedbrigades zijn voor televisieploegen makkelijker in beeld te brengen dan het behoedzame groeiscenario of de werking van automatische stabilisatoren. Er is altijd wel een goed doel waarvoor geen geld beschikbaar is. Ondertussen weigert de harteloze minister van Financiën een cent extra uit te geven, terwijl hij schraperig bezig is overschotten in de schatkist te stoppen.

Dit beeld klopt niet. Het begrotingsbeleid van Paars-I en -II is namelijk beter dan zijn imago. De begrotingstekorten die een kwart eeuw opeenvolgende kabinetten teisterden, zijn omgeslagen in bescheiden overschotten. De staatsschuld is omgebogen van een stijging tot boven de tachtig procent van het bruto binnenlands product (begin jaren negentig) tot ruim vijftig procent komend jaar. Tegelijkertijd is over de twee kabinetsperiodes zo'n 27,5 miljard gulden voor lastenverlichting aan burgers en bedrijven beschikbaar gekomen. En ten slotte zijn de collectieve uitgaven toegenomen, met name die voor gezondheidszorg en onderwijs. Sterker: de uitgaven voor zorg en onderwijs stijgen onder Paars-II sneller dan de groei van de nationale economie.

Er zijn twee bijkomende voordelen. Ten eerste dwingt het uitgavenplafond tot afwegingen van prioriteiten, zodat kritischer naar bestaande uitgaven wordt gekeken. Ten tweede is rust in de begrotingsbesprekingen gekomen, waardoor het kabinet méér tijd heeft om over andere onderwerpen na te denken. Dit geldt niet alleen voor de ministers, ook voor de (top)ambtenaren. Deze zomer verschijnt een aantal ambtelijke `verkenningen' over maatschappelijke vraagstukken – gezondheidszorg, infrastructuur, sociale zekerheid, etc. – waarin hoofdlijnen worden uitgezet voor nieuw beleid.

Waar tovert Zalm telkens die miljarden voor extra uitgaven – volgend jaar acht miljard – vandaan? Deels uit de economische groei, die jaarlijks hoger uitviel dan de opzettelijk lage raming waarvan was uitgegaan. Deels uit de daling van de uitgaven voor de sociale zekerheid door de banengroei. Deels uit verschuivingen binnen begrotingen door de disciplinerende werking van de scheiding van uitgaven en inkomsten. En deels uit de vermindering van de staatsschuld, waardoor zich steeds grotere rentemeevallers voordoen. Deze rentemeevallers zijn de verdiensten van het gevoerde beleid. Zalm ziet er geen afwijking van zijn eigen norm in dat de toekomstige rentemeevallers zijn ingetekend voor de dekking van de begroting van 2002. Hij plukt als het ware de vruchten van zijn eigen overschotten.

Na de zomer is Zalm de langst zittende minister van Financiën in Nederland. Met de resultaten van zijn begrotingsbeleid kan de partij van Zalm, de VVD, in de komende parlementsverkiezingen makkelijk scoren. Maar ook de PvdA kan de zegeningen volop naar zich toe trekken, aangezien het gaat om kabinetsbeleid dat onder leiding van Kok tot stand is gekomen. Wat is nou mooier dan kiezers voor te houden dat gezonde overheidsfinanciën en groeiende welvaart hand in hand gaan. Maar nee. PvdA-fractieleider Melkert gaat over op geklaag. Het is politiek gezien onbegrijpelijk waarom Melkert zich afzet tegen de `gesel van Financiën'. Als Zalm erin slaagt zijn beleid goed over te brengen bij de kiezers, is Melkert de enige die door de gesel wordt getroffen.

rjanssen@nrc.nl