CULTUURVERSCHIJNSEL

KKN. Deze drie hoofdletters vormen de Indonesische afkorting voor `corruptie, handjeklap en nepotisme.' De trits geldt sinds de studentenrevolte tegen president Soeharto in 1998 als een rituele opsomming van politieke doodzonden. Die maatstaf voor politieke correctheid is sindsdien overgenomen door politici, maar wordt nog bij lange na niet in praktijk gebracht.

Corruptie, in het westerse denken verworpen als een duistere praktijk die indruist tegen de ambtelijke ethiek, is in Indonesië na de onafhankelijkheid in het openbare leven geslopen en is stilletjes een cultuurverschijnsel geworden.

De westerse norm dat iedereen, ongeacht zijn inkomen, gelijk is voor de overheid en dezelfde aanspraken kan doen gelden op publieke dienstverlening, is in Indonesië geen gemeengoed. Overheidsdienaren kunnen in het algemeen niet rondkomen van hun salaris en vragen voor hun diensten een geboorteakte, tijdige bezorging van de post een `extralegale' bijdrage van de begunstigde. De hoogte van die bijdrage varieert met de rang van de beambte en het gewicht van zijn prestatie. De postbode is voor een wekelijkse bonus van enkele guldens bereid meteen na aankomst op het postkantoor uw brieven uit de stapel te vissen en u tijdens zijn ronde voorrang te geven. Bewindslieden en hoge ambtenaren die strategische vergunningen of concessies hebben te vergeven aan daarop aangewezen zakenlieden, konden de afgelopen decennia vorstelijke villa's laten bouwen van hun bonussen.

Onderdeel van deze inmiddels diepgewortelde cultuur is een natuurlijk informele inkoopsom voor aspirant-ambtenaren. In Nederlands-Indië de Ambtenarenstaat was een overheidsbaan het ideaal van iedere ambitieuze `inlander'. Dat is de ambtenarij nog steeds het onderwijssysteem blijft er op gericht en als entreeprijs voor `de dienst' betalen aankomende politiemannen, douaniers en ambtenaren van de burgerlijke stand vaak enkele duizenden guldens aan personeelsfunctionarissen. Om dat bedrag af te betalen, zijn zij wel gedwongen een `toeslag' te heffen op de wettelijke leges.

Indonesiërs zijn hieraan gewend, al hebben de excessen uit de Soehartotijd miljardenverslindend handjeklap tussen topambtenaren en tycoons menigeen aan het denken gezet. Wie zoon of neefje een baan wil bezorgen bij de `dienst' spaart, of gaat op zoek naar verwanten in de burelen, want dergelijke connecties (inmiddels verguisd als `nepotisme') vergemakkelijken de toegang tot een vast, maar laag salaris. Dat de studerende kinderen van de middenklasse deze praktijken die ze associëren met 32 jaar Soehartobewind in de ban hebben gedaan, heeft ze nog lang niet uit de wereld geholpen.