CORRUPTIEWET

Begin dit jaar is de regeling van de ambtelijke corruptie in het Wetboek van Strafrecht ingrijpend herzien. De aanpassing van de `corruptiewet' was nodig omdat de oude wet achterhaald bleek en soms in de praktijk moeilijk te handhaven was.

Zo was de oude wet alleen van toepassing op ambtenaren in Nederlandse dienst. Met de internationalisering van het handelsverkeer werd dat ontoereikend. De reikwijdte van de Nederlandse rechterlijke macht is daarom aanzienlijk uitgebreid: Voortaan kunnen ook Nederlanders die in het buitenland een ambtenaar omkopen worden vervolgd. En ook de Nederlander die in buitenlandse overheidsdienst of in dienst van een volkenrechtelijke organisatie is en zich in den vreemde láát omkopen, loopt nu de kans te worden bestraft.

De nieuwe wet gaat nog verder. Niet-Nederlanders zijn ook niet veilig voor de Nederlandse rechter. Buitenlanders die Nederlanders in een ander land willen omkopen, kunnen in Nederland worden vervolgd.

De wet is dus grensoverschrijdend geworden. Daarnaast zijn een aantal praktische manco's aangepakt. De oude corruptiebepalingen spraken van het doen of aannemen van een `gift of belofte'. Wetshandhavers stuitten in de praktijk nog al eens op problemen. Want wat te doen als er sprake was van een dienst, zoals het aanbieden van een commissariaat voor bewezen diensten? Een ambtenaar die zijn beloning voor of na zijn in diensttreding ontvangt, is die strafbaar? En de omgekochte ambtenaar die in feite niets deed dat in strijd was met zijn ambtsplicht? Of die iemand om een beloning vróég in ruil voor een bepaalde handeling? In alle voorbeelden geldt nu dat het wel degelijk om strafbare feiten gaat.

Het wordt dus moeilijker door de mazen van de corruptiewet te glippen. En wie wordt gepakt, hangt ook nog eens een zwaardere straf boven het hoofd dan voorheen. Voor actieve corruptie (het doen van een gift, belofte of dienst) is de maximumstraf verhoogd van twee naar naar vier jaar gevangenisstraf. Passieve corruptie (ingaan op een aanbod) is goed voor maximaal twee jaar, in plaats van de drie maanden in de oude wet.

Politieke ambtsdragers zoals wethouders of ministers kunnen zelfs extra worden bestraft, tot een maximum van zes jaar gevangenisstraf.