Consument geestdriftig over groene stroom

Vanaf 1 juli staat het iedere consument vrij om groene stroom in te kopen. De markt draait zich warm, maar kan de vraag naar `groen' wellicht niet eens aan.

Langzaam maar zeker, en na vele vertragingen, begint de vrije stroommarkt te werken. Stroombedrijven bestoken de consument met folders en brochures om hem te attenderen op `groene' stroom. Op tv regent het reclames van milieuvriendelijke energiebedrijven. Op internet zijn de eerste vergelijkingssites voor groene stroom à la bellen.com verschenen.

Vanaf 1 juli aanstaande zijn huishoudens vrij om over te stappen op groene, milieuvriendelijk opgewekte stroom. Momenteel zijn er al zo'n 250.000 huishoudens die volledig `groene' stroomverbruiker zijn, maar die kunnen die stroom alleen bij hun huidige stroomleverancier afnemen. Huishoudens die vanaf 1 juli besluiten op groene energie over te stappen, hoeven die stroom niet per se af te nemen van hun huidige stroomleverancier. Als blijkt dat een andere aanbieder `groenere' of `goedkopere' stroom kan leveren, dan staat het de consument vrij om van deze aanbieder zijn stroom te betrekken. De hele elektriciteitsrekening wordt dan betaald aan de `groene' stroomaanbieder.

De totale hoeveelheid groene stroom in Nederland (voornamelijk wind-energie en biomassa-energie) bedraagt nu nog slechts een fractie van de totale afname (nog geen 1 procent).

Het vrijgeven van de markt voor groene stroom levert de paradoxale situatie op dat huishoudens vrij kunnen kiezen bij wie ze hun groene stroom willen inkopen, terwijl de `reguliere' (grijze) stroommarkt voor huishoudens pas in 2003 of 2004 vrij komt. Volgens het minister van Economische Zaken is er bewust gekozen voor het eerder vrijgeven van de groene markt. ,,Ten eerste stimuleert het de bedrijven meer geld te stoppen in het opwekken van groene stroom. Dat aanbod schiet nu nog tekort. Ten tweede kunnen bedrijven vast een beetje warm draaien voor de echte vrije markt voor huishoudens die wellicht al in 2003 begint.''

Het beperkte aanbod groene stroom kan nog wel eens problemen geven, omdat veel consumenten de overstap zullen maken, zo stelde het Platform Versnelling Energieliberalisering onlangs. Stroomleverancier Nuon haastte zich te zeggen dat door de invoer op te voeren het probleem van de explosief stijgende vraag ondervangen kan worden.

Berichten van Greenpeace als zou geïmporteerde stroom `vuiler' zijn dan in eigen land geproduceerde energie, zijn overigens door Jorritsma met kracht weersproken.

Met de invoering van zogenoemde groencertificaten, waarvoor gisteren een wettelijke regeling werd gepresenteerd, kan de fiscus controleren of er daadwerkelijk groene stroom geleverd wordt. Als dat zo is, dan hoeft er geen regulerende energiebelasting (REB) te worden betaald over het aandeel groene stroom. Daardoor kan `groen' concurreren met het veel goedkoper op te wekken `grijs', waar wel REB over geheven wordt.

De certificaten kennen alleen een elektronische verschijningsvorm. Stroom is namelijk, anders dan bijvoorbeeld water of gas, geen `echt' product. De groene stroom die de consument thuis uit het stopcontact haalt, is in veel gevallen namelijk nog steeds gewoon opgewekt in de grote, voornamelijk gasgestookte centrales van de huidige stroomaanbieders. Groene stroom blijft dus op huishoudniveau altijd `virtueel groen', maar bij de aanbieders van stroom gaat het wel degelijk om duurzaam opgewekte energie.