Berlijn moet bloeden voor bankbalans

Een financiële en politieke crisis bedreigt de Duitse hoofdstad Berlijn. Spil in de affaire is Bankgesellschaft Berlin, maar ook voor KPMG-accountants is een rol weggelegd.

Professor Karl-Heinz Küting spreekt van ,,een van de grootste balansschandalen in Duitsland''. Daarbij heeft volgens de hoogleraar accountancy aan de Universiteit van Saarbrücken het gerenommeerde accountantskantoor KPMG de financiële situatie bij de Berlijnse staatsbank (Bankgesellschaft Berlin) verkeerd ingeschat.

KPMG, dat de boeken controleert van zowel de Landesbank Berlin als van de Berlin Hyp, twee prominente dochters van Bankgesellschaft, heeft verzuimd het bestuur tijdig in te lichten of een koerscorrectie te adviseren na het instorten van de Duitse bouw.

Vorige week raakte Bankgesellschaft Berlin in ernstige betalingsproblemen. Inmiddels zijn de tekorten opgelopen tot zeven à acht miljard mark (7,1 à 8,1 miljard gulden).

De stad Berlijn moet voor de schulden opdraaien. Met een belang van 56,6 procent is zij de grootste aandeelhouder. Bankgesellschaft is met 16.000 medewerkers een van de belangrijkste tien bankinstellingen in Duitsland.

Ook volgens Wolfgang Rupf, bestuursvoorzitter van Bankgesellschaft, zijn de accountants mede-verantwoordelijk voor het debacle. KPMG is niet de enige: het jaarverslag van Bankgesellschaft Berlin over 2000 is goedgekeurd door PriceWaterhouseCoopers (PWC). Rupf verwijt de accountants dat zij het bestuur niet adequaat hebben ingelicht.

Voor Berlijn zit er niets anders op dan nieuwe schulden te maken en hard verder te bezuinigen. Dat bleek deze week tijdens de behandeling van de affaire in het parlement van de deelstaat. Om het gat van zeven miljard te dichten, moet jaarlijks 300 miljoen mark rente worden betaald. Daarom gaan opnieuw zwembaden dicht en wordt bezuinigd op het onderhoud van wegen. Bij de Deutsche Staatsoper aan Unter den Linden wordt al gevreesd dat ook de culturele sector nu moet opdraaien voor het mismanagement bij de bank en dat besparingen daar eveneens onontkoombaar zijn geworden.

De Bankgesellschaft Berlin is een overkoepelende publiek-private bank die aan de beurs van Frankfurt is genoteerd. Ze werd begin jaren negentig opgericht om overnames te verhinderen. Zo dreigde de Landesbank Berlin te worden opgeslokt door de machtige WestLB, de concurrerende staatsbank waarvan de deelstaat Noordrijn-Westfalen de meerderheid bezit. Japanse en Amerikaanse banken lonkten naar de Berliner Bank. Uit defensieve overwegingen werden deze geldinstellingen samengevoegd met de Hypothekenbank Berlin.

De Bankgesellschaft is de financier van de staat, maar heeft tegenover de overheid autonomie in geldzaken. Een belangrijk onderdeel van de Bankgesellschaft zijn de Berlijnse spaarbanken (Berliner Sparkasse). De spaarbanken stellen laagrentend spaargeld ter beschikking, waarmee de bank zaken doet.

Volgens kritici, bijvoorbeeld de Europese Commissie in Brussel, zijn regionale banken als de Bankgesellschaft mede-verantwoordelijk voor de structurele verstarring op financieel-economisch gebied in Duitsland. Ze ondermijnen de markt en verlenen al te gemakkelijk krediet aan bevriende, zwakke ondernemeningen.

Vooral de Hypothekenbank Berlin, die nu Berlin Hyp heet, is kwetsbaar. Zij raakte na een aantal riskante onroerendgoed-transacties in de problemen. De Berlin Hyp speelt een cruciale rol in het netwerk van politiek-economische handjeklap waarbij vooral lokale prominten van de CDU in het blikveld komen.

Een voorbeeld uit die categorie is de vroegere CDU-fractieleider Klaus Landowsky. Hij was tevens bestuursvoorzitter van de Berlin Hyp. Onlangs werd Landowsky gedwongen beide functies neer te leggen. Toen stond het huidige financiële schandaal reeds op uitbarsten.