BELANG VAN IMAGO

Het merendeel van de Nederlandse bedrijven gelooft niet dat het mogelijk is om in het buitenland zaken te doen zonder corruptie. Dat blijkt uit een onderzoek dat het bedrijf Good Company eind vorig jaar heeft gedaan in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Van de respondenten (23 multinationals en 17 kleine bedrijven) gaf 80 procent aan dat het volgens hen niet mogelijk is om alle omkoping tegen te gaan. Vooral in landen in het voormalige Oostblok en delen van Afrika lopen bedrijven naar eigen zeggen altijd tegen een vorm van corruptie aan.

Bij het veroordelen van corruptie maken de ondervraagde bedrijven onderscheid tussen verschillende vormen van omkoping. Aan de ene kant van het spectrum staat de `kleine' corruptie, die vooral als doel heeft een betere service te krijgen, en die door de meeste bedrijven niet als bijzonder storend wordt ervaren. Aan de andere kant staat de `grote' corruptie, zoals omkoping (voor het verkrijgen van orders en vergunningen), fraude met rekeningen en het illegaal kopiëren van producten. Deze vormen van corruptie zouden wel serieus bestreden moeten worden.

Weten de bedrijven dat ze sinds februari van dit jaar ook vanuit Nederland strafrechtelijk vervolgd kunnen worden voor corruptie? Uit het onderzoek van Good Company blijkt dat de meeste bedrijven slechts globaal op de hoogte zijn, waarbij opvalt dat de grote ondernemingen het beste zijn ingevoerd. Tegelijkertijd zijn juist deze ondernemingen het minst onder de indruk van de mogelijke straffen. Een veel belangrijker drijfveer om corruptie tegen te gaan, is het niet willen schaden van het imago. Voor kleinere bedrijven leggen de straffen veel meer gewicht in de schaal.