Ad Melkert wil niet opvallen

PvdA-fractieleider Ad Melkert toert deze maanden opvallend vaak door het land, al probeert hij dat onopvallend te doen. De sociaal-democraat is, naar men zegt, op vervroegde verkiezingstournee.

,,Daar heb je hem weer, die cynische blik'', zegt de burgemeester van Zaanstad, Ruud Vreeman, afkeurend nadat hij Ad Melkert heeft ontvangen op het te reconstrueren Stationsplein van Zaandam, door de burgemeester plechtig `de toekomstige poort van de Zaanstreek' genoemd.

Maar deze half schertsend naar voren gebrachte kritiek op de fractieleider van de PvdA in de Tweede Kamer is bepaald onterecht: Melkert kijkt juist neutraal. Zijn gehele optreden – de dag brengt hem ook naar Krommenie en Amsterdam – lijkt gespeend van zichtbare gemoedsaandoening, en gekenmerkt door het vaste voornemen elke onnodige opschudding te vermijden. Melkert luistert vooral. En als het gesprek stokt, stelt hij een belangstellende, inoffensieve vraag.

Het is dit jaar al Melkerts derde toernee van een week door het land. Eerst bezocht de PvdA-voorman onderwijsinstellingen, toen zorginstellingen. Dit is de `week van de wethouder', door de PvdA-voorlichting inmidels voorzien van de slogan: `Op weg naar een nieuwe overheid'.

In de buitenwereld is wel gesuggereerd dat Ad Melkert bezig is aan een vroege verkiezingstournee, hij geldt immers als gedoodverfd lijsttrekker van de PvdA, mocht premier Kok er de brui aan geven. De wandeling door het zieltogend winkelhart van Zaandam leert anders: op geen enkel moment probeert Melkert de gesprekskring uit te breiden tot toevallige voorbijgangers. Die herkennen hem ook niet, temeer daar Melkert – het is een prachtige dag – zijn zonnebril heeft opgezet.

De dag begon met een werkontbijt voor ondernemers uit de Zaanstreek en schoolbezoek te Krommenie. De bijeenkomst over de geplande reconstructie van het centrum van Zaandam, vooral veel kantoorgebouwen, wordt voorgezeten door PvdA-partijgenoot burgemeester Vreeman, een oude bekende van Melkert. De verantwoordelijk wethouder is een VVD'er, maar het gesprek wordt grotendeels gedomineerd door de PvdA'er Peter Noordanus.

Die was ooit als wethouder in Den Haag verantwoordelijk voor de reconstructie van het stadshart, en fungeert nu in Zaanstad op commerciële basis als `strategisch adviseur' bij een soortgelijk streven. Noordanus bepleit geld voor de overheid bij de reconstructie van het centrum van middelgrote gemeenten. Melkert zegt toe dit onderwerp mee te nemen in het denken over het nieuwe PvdA-verkiezingsprogramma.

En dan gaat het weer voort, per auto, naar een debat met politicologiestudenten in Amsterdam.

Aldaar valt op dat Melkert, als geen ander geverseerd in een ambtelijk taalgebruik dat zijn critici wel als `beleids-Sanskriet' of `beleids-Esperanto' hebben omschreven, zich vandaag consequent in navolgbaar Nederlands uitdrukt. Nog slechts een enkele maal ontvalt hem een uitdrukking als ,,insteken op de kwaliteit van de gemeenschappelijkheid''.

Vage klachten van de studenten over het ontbreken van bezieling in de politiek kan Melkert moeiteloos pareren met verwijzingen naar het vele goede dat verantwoordelijke landsbestuurders de afgelopen jaren tot stand hebben gebracht. Dan een confidentie: hij had eigenlijk sportjournalist willen worden, maar zag zich uitgeloot voor de School voor de Journalistiek. Dus was hij maar politicologie gaan studeren, met de bekende gevolgen. Deze anekdote is een weerwoord aan diegenen die zeggen dat Ad Melkert zijn politieke carrière altijd met ijzeren precisie gepland heeft.

Aan het eind van de dag, in het Amsterdamse stadsdeel Bos en Lommer, introduceert de deelraadwethouder hem bij het migrantenoverleg abusievelijk als `minister'. Het ambtelijk jargon dat Melkert in zijn eigen taalgebruik naar de achtergrond heeft gedrongen, floreert op deelraadsniveau nog volop, met de bekende verhullende gevolgen. Dat er iets grondig mis is met het taalonderwijs voor migranten is wel duidelijk, wát er mis is minder.

Melkert begeeft zich per rijwiel door de wijk, en trapt op verzoek van fotografen nog een balletje bij het straatvoetbaltoernooi. Daarna dreigt nog even het rauwe leven om de hoek te kijken.

Melkert zit met enkele straathoekwerkers in jeugdhonk De Horizon, dat door de dichtgemetselde ramen bepaald een bunkerachtige indruk maakt. De staf legt uit dat de plaatselijke probleemjeugd het honk zo regelmatig `verbouwt' dat de glasrekening vorig jaar 30.000 gulden bedroeg – een gebruik van gemeenschapsgelden dat nu met extra metselwerk een halt is toegeroepen.

Daar wil Melkert meer van weten, terwijl onbeheerst geroep aan de ingang van De Horizon de vrees doet rijzen dat een volgende verbouwing ophanden is. Pas dan maakt de PvdA-politicus zijn enige opmerking van de dag die je met enige moeite als cynisch zou kunnen omschrijven: ,,Het is in ieder geval altijd goed om te weten, wáár in Bos en Lommer de bunker is.''