15.000 mark voor zes verloren jeugdjaren

Veel Oost-Europese slachtoffers van het nazi-regime zullen voor het eerst compensatie uit Duitsland krijgen. Hoeveel zin heeft het nog?

De Poolse Aloise Schmüser, 86 jaar, heeft geluk. Ze behoort tot de weinige overlevende ex-dwangarbeiders, die tijdens het nazi-regime in de Duitse industrie te werk werden gesteld.

Toen Hitlers Wehrmacht in 1939 Polen bezette, werd de boerendochter opgepakt en met vele anderen op de trein naar Sachsenhausen bij Berlijn gestuurd. Daar moest zij werken, eerst in een suikerbedrijf, later in de chocoladefabriek `Venetia' in het Berlijnse Lichtenberg. Het bedrijf werd geleid door een majoor van Hitlers SS en was sinds 1938 `geariseerd', zodat er uitsluitend niet-joden werkten. Aloise en de andere dwangarbeiders sliepen in barakken, moesten minstens 12 uur per dag werken en kregen slechts het hoogst nodige te eten.

Na de oorlog bleef zij in wat de DDR werd en werkte ze als verkoopster. Al die jaren trok niemand zich het lot van Aloise aan totdat een historica haar na de Duitse hereniging ontdekte en het leven van de Poolse en andere dwangarbeiders op een tentoonstelling in de publiciteit bracht `Tot slavernij gebracht en bijna vergeten'.

Nu krijgt Aloise Schmüser eindelijk een schadevergoeding voor de dwangarbeid, die ze van de nazi's moest verrichten. Maximaal 15.000 mark voor de zes verloren jaren uit haar jeugd. Haar dochter is bitter. Wat kan haar moeder nu nog met het geld beginnen?

Nu de Bondsdag gisteren het groene licht gaf voor uitbetaling is het jarenlange getouwtrek over compensatie voor dwangarbeiders eindelijk voorbij. Vooral in Polen klonk het luid door. De Poolse regering heeft de afgelopen twee jaar een belangrijke rol gespeeld in de onderhandelingen over een schadeloosstelling voor de dwangarbeiders, van wie een groot deel uit Polen kwam. ,,Dit is een grote dag voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en voor alle Polen'', verklaarde premier Jerzy Buzek enkele minuten nadat de bondsdag zijn besluit genomen had. De Poolse premier tekende wel aan dat de schadevergoeding nooit een genoegdoening kan zijn voor al het geleden leed omdat dat ,,nooit mogelijk zou kunnen zijn''.

De Duitse schadevergoeding wordt vooral symbolisch genoemd maar de voorzitter van de Poolse vereniging voor slachtoffers van het Derde Rijk, Karol Gawlowski, reageert opgelucht dat er nu eindelijk een regeling is. ,,Eindelijk wordt het concreet voor de mensen. Er waren drie miljoen mensen die in Duitsland moesten werken. Daar is nog maar tien procent van over. Als het nog langer had geduurd was er niemand meer over geweest''. Voor velen is dit het eerste geld dat zij uit Duitsland krijgen. Van de `Wiedergutmachung' die de Bondsrepubliek vanaf 1953 betaalde is maar een fractie terecht gekomen bij de burgers van het Oostblok. De communistische regeringen gebruikten het geld voor eigen doeleinden.

Voorzitter Olďrich Stransky van de vereniging van Tsjechische ex-dwangarbeiders is positief. Hij is zichtbaar opgelucht nadat hij jarenlang heeft gevochten voor schadevergoeding. Na vele teleurstellingen hebben zijn inspanningen ,,toch zin gehad''. Maar met zijn verwijten aan de Duitse industrie is hij niet zuinig. Het geld komt niet ,,uit het hart'', is niet het gevolg van een eerlijk schuldgevoel. Bedrijven moesten tot de betalingen worden gedwongen en hebben tot het laatst geprobeerd zich te drukken, vindt Stransky.

Toen na de val van het `IJzeren Gordijn' tussen Oost- en West-Europa in de jaren negentig eindelijk over een schadevergoeding aan ex-dwangarbeiders onderhandeld werd, begon een juridische haarkloverij tussen de Duitse industrie en Amerikaanse advocaten van de slachtoffers. Een aantal van de bedrijven, die destijds dwangarbeiders te werk hadden gesteld, was weliswaar bereid een financiële vergoeding te betalen. Maar in ruil daarvoor wensten zij juridische zekerheid in de toekomst van schadeclaims verschoond te blijven. In 1998 immers dienden nabestaanden van de slachoffers in Amerika miljardenclaims in tegen onder andere Ford in Keulen.

Het nu bereikte resultaat is te danken aan het persoonlijke engagement van bondskanselier Gerhard Schröder (SPD). Nog tijdens zijn verkiezingscampagne beloofde Schröder, dat zijn regering een fonds zou inrichten om de voormalige dwangarbeiders schadeloos te stellen. Zijn speciale bemiddelaar Otto graaf Lambsdorff noemde het gisteren tijdens het debat in de Bondsdag pijnlijk, dat de betalingen zo laat plaatsvinden. Voor de meerderheid van de 7,5 miljoen dwangarbeiders komt het gebaar van verzoening te laat. Er zijn nog slechts 1,5 miljoen overlevenden zoals de Poolse Aloise Schmüser.

Ook de weerstand bij een aantal betrokken ondernemingen, die op optimale juridische zekerheid koersten, was onverkwikkelijk. Toch heeft het lange proces ertoe geleid dat steeds meer bedrijven, die onmiskenbaar bij Hitlers misdaden waren betrokken, zich bewust zijn geworden van het onrecht dat de dwangarbeiders is aangedaan. Sinds 1958 hebben bedrijven zoals I.G. Farben, Krupp, AEG, Siemens, Rheinmetall, Daimler-Benz en VW – zonder enige juridische dwang – meer dan 110 miljoen mark direct aan slachtoffers uitbetaald.

    • Michèle de Waard