Zuiveringszout tegen het geweld

Monday heeft iets weg van die wodkacommercial waarin alles er anders uitziet door de bedrieglijke spiegeling van een fles vol spiritualiën. De vierde film van de Japanse regisseur Sabu (1964) lijkt verder ook wel op een reclamefilmpje, gladjes gefotografeerd en belicht, vol van leuke invalletjes en bedoeld om de toeschouwer van de vaardigheden van z'n maker te overtuigen. Van de voormalige acteur Sabu (zijn echte naam luidt Hiroyuki Tanaka) draaide in 1997 de film Postman Blues op het Filmfestival Rotterdam en daarna toerde hij ook met z'n volgende films door het festivalcircuit. Totdat Monday vorig jaar in Berlijn met de prijs van de internationale filmkritiek onderscheiden werd en nu in Nederland een bioscoopuitbreng krijgt.

Monday heeft veel in zich om zo'n festivalfavoriet te zijn: een nonchalante combinatie van uitgestreken humor, plotselinge geweldsuitbarstingen, die in het Westerse deel van de wereld oh zo hip worden gedacht in Japanse films, en een vleugje surrealisme. Het verhaaltje, grotendeels in flashbackvorm verteld, heeft niet zo veel om 't lijf. Een keurig in pak gehulde jonge man wordt op een maandagmorgen wakker in een anonieme hotelkamer. Hij lijkt geen idee te hebben wat hij daar doet. De vondst van een zakje zuiveringszout in zijn binnenzak, zet zijn geheugen weer in werking. Voor de Westerse toeschouwer is het handig om te weten dat in Japan dat zuiveringszout wordt gebruikt om bij een dodenwake de boze geesten te bezweren.

De flashbacks wekken de indruk van een reeks meer en minder geïnspireerde stijloefeningen. De dodenwake zelf bijvoorbeeld is een bizar staaltje van Japanse grappenmakerij rondom een pacemaker en een lijk, waar je als Westerse toeschouwer zowel met afgrijzen als de slappe lach naar kunt kijken. Vreemd gefilmd is ook een dansnummer in een nachtclub. Een verwijzing naar Quentin Tarantino's dansscène tussen John Travolta en Uma Thurman in Pulp Fiction? Sabu is net zo doordrenkt van Westerse films als veel Westerse genrefilmers dat van hun Japanse tegenhangers zijn. Bij de toeschouwer zal dat slechts in een enkel geval het gevoel oproepen degene te zijn aan wie de regisseur zijn knipogen uitdeelt.

Halverwege neemt het verhaalheden de handeling over en ontspoort de film niet alleen in gewelddadigheid, maar ook in een soort moralistische anti-geweldsfilm. De dagen na de wake lopen namelijk zodanig uit de hand dat hoofdpersoon Takagi voordat hij er zelf erg in heeft, al schietend en wrekend een Japanse pendant van Travis Bickle uit Taxi Driver is geworden. Hoe meer de deadpan-humor uit het begin in grove grollen ontaardt, hoe meer regisseur Sabu zijn greep op het drama lijkt te verliezen. De geesten waartegen dat pakje zuiveringszout allang geen bescherming meer biedt, beginnen zich te roeren. Het onderscheid tussen waan en werkelijkheid wordt opgeheven. De ook in het Westen zo populaire Japanse extreem gewelddadige yakuza (gangster)-film wordt tot slot bekritiseert door aan te proberen tonen dat wie een wapen heeft het ook zal gebruiken. Zo weinig origineel als deze gedachte op papier staat, voorziet hij ook de film van zijn slotakkoord. Een geluid dat vals nadendert.

Monday. Regie: Sabu. Met: Shinichi Tsutsumi, Takagi Yasuko Matsuyuki, Ren Osugi, Masanobu Ando, Hideki Noda. In: Rialto, Amsterdam; Lux, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam.

    • Dana Linssen