Zimmer Frei poetst de gevoeligheden niet weg

Conny Froboess was mijn eerste idool, dus vertel mij wat over de populariteit van het Duitse amusement in Nederland. Eind jaren '50 trokken onze bioscopen volle zalen met de Sissi-films en de zang- en dansfilms van Caterina Valente en Peter Alexander, tv-kijkers met een Duitsland-antenne vertelden verlekkerd over de shows van Hans-Joachim Kulenkampf, de Nederlandse Operastichting boekte succes door Johan Heesters een gastrol te laten spelen, en de grootste hits waren de hippe liedjes van Conny Froboess en Peter Kraus.

Voor het grote publiek waren de naoorlogse betrekkingen tussen Nederland en Duitsland aanvankelijk dus zo normaal als wat. Pas nadat de babyboomers in de jaren '60 – in het voetspoor van dr. L. de Jongs tv-serie De bezetting – hun eigen oorlogsbalans opmaakten door de generatie van hun ouders alsnog in goed en fout te verdelen, ontstonden de gevoeligheden waarvan de tentoonstelling Zimmer frei in het Rijksmuseum een veelzijdig, beeldend en anecdotisch overzicht biedt.

Wie er binnenloopt, hoort meteen het nota bene door drie Duitsers geschreven Tulpen aus Amsterdam. Verderop ligt de bladmuziek, onder een groot scherm waarop verrassende fragmenten uit de Duitse film Hollandmädel (1953) worden vertoond – een komiek bedoeld liefdesverhaaltje dat in klederdracht op klompen alle folkloristische clichés over Nederland uit de kast haalt. Hier werd de film nooit vertoond. Geen wonder: op de Volendamse kaasmakerij staat de slagzin Kraft durch Käse te lezen. Dat zou alleen maar herinneringen aan een bijna-gelijknamige nazi-organisatie oproepen.

Dat het gecompliceerde weefsel van gevoeligheden en wraakzucht zelden wederzijds was, blijkt duidelijk uit de voorpagina van Bild Zeitung van 8 juli 1974. ,,Ja! Ja! Ja!'' roept de koppenmaker na de door Duitsland gewonnen finale van het wereldkampioenschap voetbal. `2:1. Weltmeister'. Om er meteen in een onderkop, met alle egards, aan toe te voegen: `Holland war ein groszer Gegner'. Hier zou ik nog steeds niet graag iedereen de kost geven, die nu tandenknarsend voor de vitrine met de goudglanzende FIFA-beker staat.

We zien de in het Duits vertaalde boeken van Cees Nooteboom en Harry Mulisch, met de Kompas-landkaart waarop Anton uit De aanslag de opmars van de Wehrmacht kon aflezen, en de romans van Heinrich Böll in het Nederlands. Op een monitor draaien de reclamespotjes voor Nederlandse kaas die in Duitsland al veertig jaar wordt gepropageerd door Frau Antje, en op een ander scherm worden Duitse producten aangeprezen in Nederlandse spotjes. Het verschil is alleen dat wij niet beseffen dat de Melitta-koffiefilters van Duitse makelij zijn, terwijl de Duitsers precies weten waar Rudi Carrell, Johan Heesters, Lou van Burg, Linda de Mol en Frau Antje vandaan komen.

Mooi zijn de fragmenten uit de door Chiem van Houweninge geschreven Tatort-aflevering, waarin hij zelf als inspecteur Hänschen te maken krijgt met Duitse vooroordelen jegens het permissieve Nederland. Eerst zingt hij in die aflevering plagend Tulpen aus Amsterdam en dan geeft hij antwoord op de verzuchting van een Duitse collega wat Nederland in vredesnaam voor een land is: ,,Ja, ik heb ook nooit begrepen waarom Duitsland ons destijds wilde bezetten.''

Zimmer frei poetst de gevoeligheden niet weg, integendeel. De acties tegen het huwelijk van Beatrix met Claus, tegen vrijlating van de Drie van Breda en tegen de Berufsverbote in de jaren '70 worden volop belicht. Maar uiteindelijk overheerst toch de indruk dat de samenstellers van het Haus der Geschichte in Bonn er voor alles op uit zijn de onderlinge banden aan te halen. Zie eens hoe dicht we in feite bij elkaar staan, lijken ze telkens te zeggen. En kijk eens hoe vaak we elkander al in de armen hebben gesloten. Letterlijk zelfs, op die idyllische fotoreportage uit Das Magazin (1968) met de Oost-Duitse acteur Eberhard Esche en zijn Nederlandse geliefde Cox Habbema.

De cesuur in de populaire cultuur blijft echter onverklaard. Hoe hecht ook de economische banden zijn, en hoe vaak Duitsland en Nederland elkaar ook elders tegenkomen – als het om de grote hits, de rages en de tv-successen gaat, staat Nederland met de rug naar het oosten. In onze ogen en oren is Duitsland uitgesproken on-hip. En daar valt zelfs met zo'n genuanceerde tentoonstelling als Zimmer frei niets aan te veranderen.

Tentoonstelling: Zimmer Frei, Nederland-Duitsland na 1945. Rijksmuseum, Amsterdam. T/m 16/9, dag. 10-17u. Inl.: (020) 6747000.