Zand

Er is veel gezegd en geschreven over de renovatie van het Museumplein in Amsterdam, het grote plein tussen Rijksmuseum en Concertgebouw. Ik moet bekennen dat ik niet tot de vele critici van het vernieuwde plein behoorde. Daarvoor beleefde ik te veel plezier aan het, vanaf een van de bankjes, mijmerend koekeloeren over de grazige vlakte waarin de steenmassa van weleer was herschapen.

Inmiddels is er een andere ontwikkeling gaande die mij minder vredig stemt. Mijn grazige vlakte bestaat helemaal niet meer. Ze is al na enkele zomers verloederd tot een zanderig landschap. Er zijn hier en daar nog wel wat plekken met gras, maar dat zijn eerder Taiwan-achtige eilandjes die ook bedreigd worden door de oprukkende woestijn.

Hoe komt dit? Het antwoord is heerlijk eenvoudig. Het Museumplein heeft clandestien een andere bestemming gekregen: het is, vooral tussen zeven en negen uur 's avonds, een sportveldencomplex geworden. In de eerste plaats een voetbalveldencomplex, maar ik zag ook al een volleybalveldje. Op een doorsnee zomeravond voetballen er minstens zeventig mensen. En geen jongetjes van vijftien die je hun bewegingsdrang van harte gunt, maar vooral blanke mannen van omstreeks de dertig, dartele carrièremakers met een leuke etage in Amsterdam-Zuid, die na de afwas het gezin ontvluchten om hun jeugd te herbeleven.

Het gaat er zeer professioneel aan toe. Men komt op afspraak naar het plein, waar vaak in partijtjes van zeven tegen zeven verbeten wordt gebuffeld op echte voetbalschoenen en in sportkledij. De kantoorbuiken worden stevig op de proef gesteld. Uit het oogpunt van nationale gezondheid kan deze ontwikkeling alleen maar worden toegejuicht. De vraag is alleen: waarom moet dat op een plein dat net via een miljoenen verslindende operatie is opgelapt? Er zijn aan de rand van Amsterdam toch sportvelden en sportclubs genoeg waar, zij het tegen betaling van een bescheiden contributie, naar hartelust gebald kan worden?

De essentie van het vernieuwde Museumplein een grote, voor iedereen toegankelijke grasvlakte wordt nu dagelijks aan gort getrapt. We hebben die ontwikkeling eerder in het nabijgelegen Vondelpark gezien. Max Pam heeft enkele jaren geleden al eens in een navrant filmpje voor de Amsterdamse televisie laten zien hoeveel plekken in dat park door voetballers in modderige zandvlaktes worden veranderd. Het heeft niets geholpen, er wordt ook daar nog veel gevoetbald.

Wat te doen? Een grootscheeps politieel ingrijpen? Nee, helemaal niet nodig. Die ene agent uit de jaren vijftig op een zwarte, hoge herenfiets is voldoende. Hij stapt waardig af, vermaant met zijn wijsvinger, pakt de bal, stopt hem onder zijn snelbinders en verdwijnt. Hij moet er alleen voor zorgen dat de bal niet van zijn bagagedrager floept nog voordat hij de hoek om is. Want de voetballers die hij verweesd achterlaat, zijn mondige mannen.