Werken voor een gulden

Bij kringloopbedrijf de Schalm kunnen WAO'ers met psychische beperkingen werkervaring opdoen. Ze bouwen er zelfvertrouwen op, leren op tijd te komen en zich aan afspraken te houden. ,,Vroeger gaf ik klanten een grote bek.''

Nadia Diogo, negentien jaar, tenger, een piercing in de tong en in de neus, staat als een bezetene vuilniszakken met tweedehands kleren in een krat te stouwen. ,,Ze hebben mijn pauze verkloot'', zegt ze. ,,Ik had al twintig minuten geleden afgelost moeten worden.'' Het is maandagmiddag, kringloopwinkel De Schalm in Haarlem is net open. Gesoigneerde dames en heren in grote, donkerblauwe auto's komen huisraad en kleding brengen. Nadia neemt de spullen in. Ze werkt sinds een halfjaar bij de Schalm. Daarvoor leefde ze op straat. En dáárvoor in kindertehuizen. Haar ouders kent ze niet, vertelt ze als ze eindelijk achter haar kopje thee zit. En dan: ,,Hoe laat is het? Ik moet mijn medicijnen nemen.''

Nadia heeft in de Schalm geleerd zich niet elke keer ziek te melden en goed met de klanten om te gaan, zegt ze. ,,Vroeger gaf ik ze een grote bek.'' Eén ding bevalt haar niet: ze krijgt voor het werk niks betaald, en haar uitkering gaat op aan de schuldsanering. ,,Je gooit hier al je energie in je werk voor een gulden.'' Als haar tijd in de Schalm erop zit, hoopt ze een baan te krijgen waarmee ze wél geld verdient. Als stratenmaakster bijvoorbeeld, of als kledingverkoopster.

Kringloopbedrijf De Schalm biedt arbeidstraining aan mensen die volgens de uitkeringsinstanties onbemiddelbaar zijn – WAO'ers met psychische problemen, langdurig werklozen, ex-verslaafden, daklozen, moeilijk opvoedbare jongeren. Ze worden naar de Schalm verwezen door hulpverleners, of ze komen uit zichzelf. Het bedrijf stelt één eis: mensen moeten `aanspreekbaar' zijn en geen intensieve psychiatrische begeleiding nodig hebben.

De Schalm telt twee kringloopwinkels, een expeditieafdeling en een garage waar oldtimers worden opgeknapt. Het bedrijf haalt jaarlijks in Haarlem 1.100 ton goederen op – meubels, textiel, witgoed en bruingoed. Er werken 56 betaalde krachten, deels als werkbegeleider van de `deelnemers', deels als medewerker om het bedrijf draaiend te houden.

De kringloopactiviteiten van De Schalm, een stichting met een omzet van twee miljoen per jaar, bedruipen zichzelf, ook zonder de inzet van de onbetaalde werknemers. Bovenop de winkelomzet ontvangt het bedrijf drie ton van de gemeente voor het ophalen van grof vuil. Voor de arbeidstraining aan zeventig mensen per jaar ontvangt het bedrijf zeven ton. Subsidies wil directeur Frans Huissen het niet noemen. ,,Het is geld voor geleverde diensten.'' De Schalm bespaarde de samenleving vorig jaar ruim 8 ton, vermeldt het jaarverslag. Premies en belastingen, besparingen op de gezondheidszorg en inzameling en verbranding van `afval' leverde naar schatting 1,9 miljoen op, verminderd met de subsidiekosten van ruim een miljoen.

De zestig deelnemers die in de Schalm werken, kunnen er maximaal twee jaar werkervaring opdoen. Ze krijgen elke dag een broodmaaltijd en behouden hun uitkering. En ze doen al het werk dat in een winkel moet gebeuren. Ze voorzien de waren van anti-diefstalstrips, al gaat onophoudelijk het alarm af omdat de verkoopster is vergeten het magneetje onwerkzaam te maken. Ze beheren de kassa,al is er regelmatig een kasverschil. ,,Daar kiezen we voor'', zegt Huissen, ,,het hoort er allemaal bij.''

Het is niet de bedoeling dat de deelnemers uitweiden over hun problemen, en de werkbegeleiders mogen niet `therapeutiseren'. ,,Er wordt hier gewoon gewerkt. Heel lang koffie drinken en eindeloos sjekkies roken, zoals in de psychiatrie, is er niet bij.'' Wel worden er `leerdoelen' vastgesteld. Op tijd komen bijvoorbeeld, en je collega's vriendelijk bejegenen. Daarmee neemt de arbeidsproductiviteit in twee jaar tijd toe van bijna nul tot een aanzienlijk niveau, gemeten met een door de Schalm ontwikkeld scoremodel. Deelnemers worden bijvoorbeeld beoordeeld op zelfstandigheid, voorbeeldfunctie en sociale vaardigheid. Dertig procent van hen stroomt door naar betaald werk, en nog eens dertig procent naar vrijwilligerswerk.

Achterin de kringloopwinkel speelt een oudere, tandeloze man met grijze baard, en in een te kleine damesbontjas, op een oude piano. Prijs: 475 gulden. Hij is niet van plan hem te kopen, maar komt dagelijks naar de Schalm om te spelen. Droevige improvisaties, ,,want in de droevigheid ligt de diepzinnigheid en daarin ligt de vrolijkheid besloten.''

Dat is een andere functie van de Schalm, zegt directeur Huissen: ,,we zijn een Bijenkorf aan de onderkant van de samenleving. We hebben een vaste groep klanten die hier regelmatig op zo'n bankstel komen zitten om te kletsen. Het zijn mensen die sterk lijken op onze deelnemers. Ze worden geweerd uit `gewone' winkels, in deze veryuppende samenleving.''

De hoogconjunctuur heeft geen invloed op de verkoopcijfers, zegt Huissen. De afzetmarkt voor tweedehands spullen is redelijk stabiel. De toelevering vormt ook geen probleem. Maar de deelnemers komen uit een steeds moeilijker categorie. De wat oudere, goed inzetbare langdurig werkloze heeft inmiddels op de reguliere arbeidsmarkt zijn weg gevonden. De arbeidsgehandicapten blijven over. ,,In die groep moet je fors investeren'', zegt Huissen. ,,Maar als je daartoe bereid bent, is zelfs de moeilijkste groep niet zo moeilijk als het lijkt.''

Huissen wil een voorbeeld zijn voor andere werkgevers. Die moeten bereid zijn het werk een beetje aan te passen, vindt hij, en de beperkingen van de werknemer respecteren. Iemand die af en toe psychotisch is, is er bijvoorbeeld eens per jaar twee maanden uit en voelt dat aankomen. Huissen: ,,Werkgevers die de gebruiksaanwijzing van deze mensen respecteren, hebben een heel loyale, gemotiveerde werknemer. Niet eentje die zich om de haverklap op maandag ziek meldt.''

Toch is het niet allemaal goud wat er blinkt, zegt Jos Spaan, werkbegeleider in garagebedrijf de Koppeling, dat deel uitmaakt van de Schalm. Een antieke Jaguar, een gehavende Citroën-bus en een stoffige, hoogbejaarde Volvo staan op de brug te wachten tot ze weer blinkend de weg op mogen. Samen met automonteur Arjen Wolthuis heeft Spaan negen mannen, meest WAO'ers onder zijn hoede. Dat waren er in oktober nog elf. Twee zijn er afgevallen. Spaan: ,,Niet iedereen redt het in zo'n project. Sommigen vallen af door alcohol, drugs, agressie, of een psychose. Soms is zelfs hier werken niet haalbaar.''

Spaan werkte hiervoor als arbeidsbemiddelaar met dezelfde categorie moeilijk inzetbare werknemers. Nu maakt hij ze op de werkvloer mee. Hij begon acht maanden geleden heel ambitieus, vertelt hij. Inmiddels staat hij ,,wat meer met zijn benen op de grond''. Vroeger kwamen er mensen bij hem die goeie papieren hadden en zeiden van alles te kunnen. Die leken goed inzetbaar. Nu kan hij toetsen wat zo'n belofte in de praktijk waard is. De euforie dat iedereen kan werken nu er krapte heerst op de arbeidsmarkt, klopt niet, vindt hij. ,,Mensen moeten een kans krijgen, maar je moet er niet te lichtzinnig over denken. En een werkgever die zijn nek uitsteekt, moet goeie hulp krijgen. Bij deze mensen moet je er bovenop zitten.''

Niettemin hoopt de Schalm meer deelnemers te krijgen voor het garageproject. Er staan nog 15 auto's op de wachtlijst. De meeste van de `monteurs' zijn blij dat ze aan de slag zijn. En WAO'ers zijn er genoeg. De stad Haarlem telt er 10.000, op een beroepsbevolking van 60.000. Dat de Commissie Donner, die vandaag advies uitbrengt over herziening van het WAO-stelsel, de zittende WAO'ers met rust wil laten, vindt directeur Frans Huissen dan ook ,,waanzin''. WAO'ers, vindt hij, worden niet adequaat benaderd door de instanties. Hij had eens in de krant gezet dat hij werk ging organiseren voor mensen die niet konden werken. Er hadden er zich meteen tien aangemeld.

Sacha (25) werkt sinds zeven maanden in de kringloopwinkel. Ze staat achter de kassa, neemt goederen in of helpt klanten in de winkel met het uitzoeken van kleding. Voordat ze bij de Schalm werkte, zat ze twee jaar thuis met een WAO-uitkering. Ze had een borderlinesyndroom, leed aan angsten, durfde het huis niet uit. Het was ,,helemaal misgegaan'' toen ze weer was gaan werken nadat ze zes jaar aan drugs verslaafd was geweest. Er werden te hoge eisen aan haar gesteld, denkt ze achteraf. Nu gaat het goed. Want bij de Schalm ,,heeft iedereen zo zijn probleempjes. Je hoeft niet steeds met een glimlach rond te lopen, hoeft niet je masker weer op te zetten.'' Ze heeft nog wel eens ,,een terugvalletje'', maar ze is gestopt met de medicijnen die ze kreeg van de psychiater. ,,Ik neem de telefoon weer aan, ga weer uit, kom bijna elke dag naar mijn werk.''

Sacha wil cameravrouw worden, het liefst bij de VPRO. Ze heeft al een camera en een hond. Daarmee volgt ze vrienden, omdat het ,,van die aparte types zijn''. Na de zomer gaat ze een cursus volgen om te kijken of het echt iets voor haar is. Want bij de Schalm leert ze dat je realistisch moet zijn: ,,De eerste jaren mag je alleen kabels slepen.''