Vogels en dino's

Vogels zijn eigenlijk dinosaurussen. Wat een bof voor de BBC. Eerst een reeks met David Attenborough die van Nieuw-Zeeland tot de Noordpool reisde om pinguïns, papegaaien en exotische staartpronkers te laten zien. Dan de duurste serie ooit over dinosaurussen die in levensechte animaties door Jura-bossen stampen. En nu het wetenschappelijke gelukje dat beide series gingen over dezelfde dieren. Dan voel ik nattigheid. Vogels als vliegende dinosaurusjes is een te mediagenieke vondst. Het is maar hoe ruim je ,,dinosaurus'' definieert. Dat vogels iets met dinosaurussen te maken hebben, is allang bekend.

Maar toch. De BBC-film die gisteren door Noorderlicht werd uitgezonden, had veel wetenschappers van respectabele universiteiten die de stelling onderschreven. Er bleef één recalcitrante geleerde over die volhield dat er geen sprake van kon zijn omdat dinosaurustenen te sterk verschillen van vogelklauwen. Maar dat vormde volgens de anderen geen beletsel om dat aandachttrekkende woord ,,dinosaurus'' te gebruiken. In alle andere kenmerken komen vogels en dinosaurussen overeen. In China waren zelfs dinosaurussen gevonden met veren. Met computeranimaties veranderde een vliegende dinosaurus langzaam in een gans. Het was van een perfectie die het wekelijks uitkomende Noorderlicht zich niet kan veroorloven.

Noorderlicht zou net als de Vlaamse tv vaker wetenschappelijke programma's moeten inkopen. De vrijgekomen tijd kan de redactie benutten om de eigen programma's mooier te maken. Die kunnen dan weer aan het buitenland worden verkocht. Zo krijg je internationale specialisatie.

Exacte wetenschappen moeten meer aandacht krijgen op tv, niet door voortkabbelende professors maar met spectaculaire beelden die de verbeelding prikkelen. De overheid zou meer geld in redactioneel onafhankelijke wetenschapsprogramma's moeten steken, want de bètafaculteiten zijn leeg, en er is een groot tekort aan exacte wetenschappers. Iedereen wil advocaat, topmanager of tv-presentator worden. Bètawetenschap verdient meer tv-glamour. Dat lukt niet met een enkel interviewtje. Een gratuite voorlichtingscampagne – ,,kies exact'' – werkt averechts.

Het gaat niet best met de beschaving, want ook de talenfaculteiten lopen leeg, begreep ik van Ivo Niehe, die zijn wekelijkse uur had gewijd aan het Europese jaar van de talen dat deze maand is begonnen. Voor het ontvangen subsidiegeld had Niehe beter nieuwe cabaretnummers over komische taalmisverstanden in elkaar kunnen flansen in plaats van die oeroude archiefshots met Paul van Vliet, Henk Elsink en Monty Python. Genoeg cabaretiers die een nieuw nummer hadden kunnen maken.

De TV-show blinkt uit in helderheid, maar appelleert aan oudere kijkers die zo'n talenboodschap niet meer hoeven te horen. Wat dat betreft heeft het Nationale Comité voor het jaar van de talen misgegrepen. De benjamin van Niehes gasten was de middelbare Karin Bloemen die een fabuleuze talenknobbel bezit en levensecht cockney, Zwitser-Duitse en Beierse dialecten kan spreken. Eurocommissaris Bolkestein en oud-ambassadeur Otto von der Gablentz zaten er ook. Hun boodschap was: durf fouten te maken in het buitenland, want zo moet je het leren. Dat geldt ook voor allochtonen in Nederland.

Het sierde Niehe dat hij zich niet liet voorstaan op zijn talenkennis. Zelfs voetbaltrainer Louis van Gaal kreeg lof voor zijn op zijn Hollands uitgesproken Spaans. Zo werkt het wel. Het is ook weer niet zo beroerd met de talenkennis. De gemiddelde Nederlander spreekt bijvoorbeeld veel beter Engels dan de gemiddelde Duitser, maar hoogopgeleide Nederlanders spreken en schrijven slechter Engels dan hoogopgeleide Duitsers. Bolkestein zei dat Nederlanders altijd fouten maken in Engelstalige brieven. Zij zijn niet de enigen. Het is maar wat je onder Engels verstaat, want het internationale Engels raakt steeds meer `losgezongen' van het Brits, zoals de vogel van de dinosaurus.