Stille kracht tegenover president Bush

President Bush heeft sinds vorige week een nieuw raadsel waar hij zich urgent in moet verdiepen: Tom Daschle. Door het overlopen van de Republikeinse senator James Jefford vorige week is de president zijn greep op de Senaat kwijt en is Daschle ineens Majority Leader, de leider van de Democratische meerderheid. Daschle, die al meteen zijn grote aarzeling uitsprak over het controversiële raketschild, zou wel eens de meest geduchte tegenstander kunnen zijn wanneer George W. Bush in 2004 een tweede presidentiële ambtstermijn wil winnen.

Daschle for President? Bush belde in maart voor het laatst met de Democraat; meer aandacht leek de leider van de kleinere partij niet waard. De senator uit South Dakota, heeft veel tegen in de politieke arena: hij is het soort man dat niemand met het hoofd doet draaien wanneer hij onaangekondigd een zaal binnenkomt. Hij is klein van stuk en spreekt rustig en methodisch, zonder pakkende beelden of woordkunsten. Zeker met een bril op ziet hij er uit als een huisvader die een reisverzekering uitzoekt, maar de Senaat weet intussen beter.

Het Witte Huis erkent schoorvoetend dat men enige achterstand heeft in het decoderen van de kalme oppositieleider. Senator Robert Byrd, de 83-jarige oudste Democraat en daarmee vanaf volgende week derde in de lijn voor de opvolging mocht de president iets overkomen, zei onlangs over Daschle: ,,Ik zat er oorspronkelijk volkomen naast met mijn oordeel over deze jonge man. Hij heeft staal in zijn ruggengraat ondanks zijn redelijke en bescheiden manier van optreden.''

Tom Daschle kan president Bush in politieke tactiek goed aan. Terwijl hij in de Senaat gevangen leek te zitten achter een minieme, maar onmiskenbare Republikeinse meerderheid, gaf Daschle de president buiten Washington effectief tegenspel van man tot man. Toen Bush begin maart naar South Carolina reisde om steun te zoeken voor zijn belastingplan – de lokale senator kon misschien worden overgehaald met de Republikeinen mee te stemmen – dook Daschle ter plekke op en liet hij de president geen meter ruimte. Hij zocht de kiezers op, leek toegankelijker en zakelijker, wierp omfloerste maar harde tv-reclame in de strijd en was bereid tot een radiodebat, wat Bush afsloeg.

Daschle overtreft president Bush ook in Washington waar het er om gaat vriendelijk te blijven en tegelijkertijd de tegenstander stevig van repliek te dienen. Als hij wordt uitgedaagd bijt de president al vlug op de binnenkant van zijn wang en moet moeite doen een sneer binnen te houden. Daschle legt met behulp van een lijstje of een grafiekje uit dat de tegenstander zich in de feiten vergist. Hij laat andersdenkenden, ook binnen zijn zwaar verdeelde Democratische gelederen, ruimschoots aan het woord, en wordt daardoor gezien als een samenbinder.

Niemand twijfelt overigens aan Daschles gematigd vooruitstrevende opvattingen. Daar vecht hij voor. Als het aan hem ligt wordt er niet naar olie geboord in Alaska's natuurgebieden, wordt het gebruik van kernenergie niet uitgebreid, krijgen patiënten het recht op schadevergoeding van hun verzekeringsmaatschappij als zij slecht zijn behandeld en komt er een recht voor bejaarden op geneesmiddelen.

Maar zijn wortels in een arm en dun bevolkt landbouwgebied maken van hem ook een beschermer van landbouwsubsidies; en hij is tegen steeds weer scherpere wetgeving om wapenbezit aan banden te leggen.

De Republikeinen laten deze week blijken dat zij doorkrijgen dat Tom Daschle met het overlopen van een hunner heel wat invloed heeft gewonnen. Door zijn samenbindend werk op de achtergrond, kan Daschle nu met een redelijk samenhangende Democratische groep in de Senaat gaan oogsten. Zoals senator Robert Bennett, Republikein uit Utah, zei: ,,Daschle is een heel intelligente en bekwame senator, maar hij is de leider van een partij die vastbesloten is de agenda van de president te blokkeren. Hij heeft in de hardst mogelijke taal duidelijk gemaakt dat hij tegen ongeveer alles is waar de president voor staat''.

Tom Daschle noemt zichzelf graag een `prairie Democraat'. Dat maakt hem goed gepositioneerd om het in 2004 op te nemen tegen George W. Bush, die zich afschildert als Texaan, als symbool van de ruige mentaliteit van het Zuiden en Westen. Daschle is geen typische `liberal' uit het Noordoosten; hij heeft niets te maken met de elders gehate intellectuelen en progressieven uit Boston of New York. Bovendien deelt hij met Bill Clinton een arme afkomst – zijn vader was boekhouder bij een garage in Aberdeen, South Dakota. Ook Daschle was de eerste in de familie die een `college'-opleiding kreeg, met een beurs van het leger. Anders dan Clinton vervulde hij zelfs zijn dienstplicht tijdens de oorlog in Vietnam, niet in Vietnam.

Voorlopig heeft Daschle meer geloofwaardigheid wanneer hij het over `de noodzaak tot samenwerking tussen de partijen' heeft dan president Bush. Die concentreerde zich in zijn eerste vier maanden op een paar hoofddoelen, waarvan het eerste (het plan tot belastingverlaging) er nu door is en het tweede (onderwijshervorming) er alleen komt als Daschle meedoet. Bush veronderstelde tot voor kort loyaliteit van zijn partijgenoten op Capitol Hill en zorgde dat hij een paar conservatieve Democraten uit het zuiden aantrok om aan een meerderheid te komen. Waarschijnlijk zal dat nu anders moeten, meer `bipartisan', zoals Bush dat altijd heeft genoemd.

Als bewijs van zijn goede wil en bereidheid tot compromisvorming liet Daschle eind vorige week de benoeming door de Senaat van Theodore Olson tot solicitor general passeren. Deze topfunctionaris op het ministerie van Justitie treedt op als advocaat van de regering voor het Supreme Court. In de Commissie Justitie van de Senaat staakten de stemmen over de voordracht. De benoeming was omstreden vanwege Olsons rol als raadsman van Bush voor hetzelfde Supreme Court in de zaak die de verkiezingen van vorig jaar beslechtte. De Democraten verweten hem niet eerlijk te zijn over zijn rol in de vroegere journalistieke haatcampagnes tegen Clinton. Daschle had met zijn nieuwe macht een lange goedkeuringsprocedure kunnen opleggen. Hij weet echter dat hij in de toekomst meer aan overtuigen heeft dan aan blokkeren.

De in 1947 geboren Tom Daschle is smalle marges gewend. Toen hij in 1994 tot leider van de Democraten in de Senaat werd gekozen, kreeg hij één stem meer dan zijn naaste rivaal. In 1978 werd hij voor het eerst Congreslid met een voorsprong van 110 stemmen. Volgende week wordt Tom Daschle `Senate Majority Leader', opnieuw met de kleinst mogelijke speelruimte: de Democraten hebben sinds James Jeffords vorige week de Republikeinen de rug toekeerde in de Senaat een meerderheid van één stem. Nieuw is niet alleen dat er nu een andere president zit, maar vooral dat Tom Daschle is uitgegroeid tot de meest formidabele tegenstander van de Republikeinen sinds Clinton.

WEBSITE DASCHLE daschle.senate.gov/