Prodi distantieert zich van EU-plan van Jospin

Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie, is het geheel oneens met de Franse premier Lionel Jospin over de toekomst van de Europese Unie.

Prodi bepleitte gisteren versterking van de positie van de Commissie. Meer besluitvorming door de Raad van Ministers (van de nationale regeringen), zoals Jospin wil, wees hij af. Niet een door Jospin gewenste `economische regering' moet de tegenhanger worden van de Europese Centrale Bank, maar de Europese Commissie, zei Prodi. De Commissie vertegenwoordigt volgens hem het gezamenlijke Europese belang.

Prodi zei dit gisteren tijdens een toespraak in Parijs, een dag na de Europese rede van Jospin. Volgens een woordvoerder van de Commissie was het toeval dat Prodi daags na Jospin in Parijs sprak.

Net als hij vorig najaar al deed in het Europees Parlement, bepleitte Prodi de functie van Hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de EU bij de Europese Commissie onder te brengen. De huidige vertegenwoordiger, Javier Solana, is in dienst van de Raad van Ministers van de EU-lidstaten. De huidige Eurocommissaris voor het buitenlands beleid, Chris Patten, moet zijn werk voortdurend met Solana afstemmen.

Volgens Prodi is het een illusie om veel resultaten van het Europese buitenlands beleid te verwachten zolang wordt vastgehouden aan het systeem van intergouvernementele samenwerking tussen de EU-lidstaten. Hij waarschuwde ook dat de intergouvernementele methode, waarbij alleen de Raad van Ministers besluiten neemt, ertoe leidt dat bij samenwerking op het gebied van politie of justitie democratische controle ontbreekt.

Prodi pleitte er ook voor de EU-begroting te financieren met een Europese belasting. Invoering van zo'n belasting maakt volgens hem een eind aan ,,eindeloze meningsverschillen tussen lidstaten'' die ontstaan bij het huidige systeem van nationale bijdragen aan de EU-begroting. Dit voorstel werd gisteren in de Britse verkiezingscampagne meteen door de Conservatieve oppositie tegen premier Tony Blair ingezet als bewijs dat de EU opschuift in de richting van een ,,superstaat''.