Pierre Richard

In de reeks profielen van eigentijdse sterren deze week de Franse komiek en regisseur Pierre Richard, die in de Georgische film 27 Missing Kisses zijn comeback maakt, als kapitein van een schip zonder zee.

Alleen de wat oudere bioscoopbezoeker zal in de bebaarde oude kapitein die in 27 Missing Kisses met zijn schip op wielen de zee zoekt, de ster herkennen, die tot in de jaren tachtig – ook in Nederland – in staat was op zijn naam alleen een film tot een succes te maken. Pierre Richard, geboren als Pierre Defays (Parijs, 16 augustus 1934), zou stil kunnen gaan leven van de opbrengst van de Amerikaanse remakes van door hem geproduceerde Franse komedies. De Georgische regisseuse Nana Dzjordzjadze verleidde Richard echter uit zijn semi-pensionering tot het spelen van rollen in haar twee laatste films, niet toevallig beide Franse coproducties: de titelrol van de verliefde kok in Les 1001 recettes d'un cuisinier amoureux (1996) en de zeerot op het droge in 27 Missing Kisses (2000). Bovendien was Richard vorig jaar op de Franse televisie te zien als de oude Vitalis in een nieuwe tv-versie van Hector Malots Sans famille/Alleen op de wereld.

Hij begon zijn carrière met serieuze toneellessen van de legendarische Jean Vilar, en vormde vervolgens een cabaretduo met de al eveneens zo goed als vergeten Victor Lanoux (Cousin, cousine). Regisseur Yves Robert ontdekte Richard voor de cinema, met een eerste opvallende rol in Alexandre le bienheureux (1967) en vervolgens de hoofdrol van een verstrooide detective in de hit Le grand blond avec une chaussure noire (1972) en het vervolg Le retour du grand blond (1974).

Inmiddels had Richard ook zichzelf geregisseerd in het opmerkelijke Le distrait (1970). Er zouden zes films onder zijn regie volgen: de laatste was in 1997 Droit dans le mur, maar na Le distrait haalden alleen Je suis timide... mais je me soigne (1978) en C'est pas moi, c'est lui (1980) de Nederlandse bioscoop.

Over het algemeen had Richard aanmerkelijk meer succes onder regie van beproefde komedieregisseurs, zoals Claude Zidi (La moutarde me monte au nez, 1974), Gérard Oury (La carapate, 1978; Le coup du parapluie, 1980) en vooral Francis Veber. De oorspronkelijk als scenarioschrijver gepokte en gemazelde Veber dankte zijn eerste hit aan Richard (Le jouet, 1976), maar vooral aan de formatie van het komische duo Pierre Richard-Gérard Depardieu, in de trits La chèvre (1981), Les compères (1983) en Les fugitifs (1986).

Critici noemden de leptosome verschijning van Richard wel ``een onecht kind van Chaplin en Tati'', maar ook vergelijkingen met Buster Keaton en Harold Lloyd werden vaak gemaakt.

Voor zover grappigheid te analyseren valt, zou de sleutel van Richards eigen stijl wel eens in zijn manische traagheid kunnen schuilen. In dat opzicht is hij verwant met eigentijdse Amerikanen als Chevy Chase of Steve Martin. Merkwaardig dat zo'n fenomeen ook weer heel snel uit de mode kan raken, want na 1985 had het publiek er genoeg van.