Onkreukbare bureaucraat

Anatoli Kinach, gisteren met 239 stemmen (dertien meer dan vereist) door het parlement in Kiev gekozen tot premier van de Oekraïne, heeft zich de afgelopen dagen in het parlementaire debat gepresenteerd als een hervormer – maar dan wel een die meer aandacht wil besteden aan de sociale gevolgen van hervormingen; hij stelde tegelijkertijd vast dat voor de combinatie van economische hervormingen en een beter sociaal beleid een politieke consensus moet bestaan, wil het beleid slagen.

Dat is een ingewikkelde boodschap, want die drie zaken zijn niet te combineren, althans: niet in de Oekraïne. Meer aandacht voor de sociale gevolgen van hervormingen doet afbreuk aan die hervormingen. En een politieke consensus ontbreekt in het gefragmenteerde en tot op het bot gepolariseerde Oekraïense parlement – en zal blijven ontbreken, want de parlementariërs kijken al uit naar de verkiezingen van volgend jaar en zijn al hard bezig aan hun campagne. Het ziet er dan ook naar uit dat de 46-jarige nieuwe premier eerder een weinig consequente overgangsfiguur annex zaakwaarnemer zal blijken te zijn dan de hervormer die het land nodig heeft.

Kinach, geboren in Moldavië, van huis uit scheepsbouwingenieur en in de jaren negentig tot twee keer toe vice-premier, volgt Viktor Joesjtsjenko op, de radicale (en toch populaire) hervormer die eind april door een samenzwering van communisten en oligarchen werd gewipt, met stilzwijgende instemming van president Koetsjma, die Joesjtsjenko te machtig vond worden. De val van Joesjtsjenko was zo ongeveer het ergste wat de Oekraïne kon overkomen: zijn hervormingen hadden eindelijk resultaat en voor het eerst in jaren begon het de Oekraïense economie beter te gaan. Kinach wil de hervormingen van Joesjtsjenko voortzetten – maar hoe dat zou kunnen met een parlement dat zijn voorganger juist omwille van zijn hervormingen naar huis heeft gestuurd, is een raadsel. Dat raadsel wordt nog groter door het gegeven dat Kinach bij het wegsturen van Joesjtsjenko een sleutelrol heeft gespeeld.

De nieuwe Oekraïense premier heeft de afgelopen jaren de Unie van Industriëlen en Ondernemers geleid, een lobbygroep van zakenlieden (met banden met de oligarchen) die zich vorig jaar tot een partij omvormde. Hij staat – een lichtpunt in het door corruptie geteisterde land – bekend als onkreukbaar en onomkoopbaar. Hij beschikt verder over een goede politieke neus: hij is steeds zo voorzichtig geweest zich niet te nauw te binden aan enige politieke groep in het parlement en kan zich daarom als onafhankelijk presenteren.

De vraag is in hoeverre de machtige Koetsjma de nieuwe premier zijn eigen gang laat gaan. Gisteren werd in Kiev bekendgemaakt dat de president vijf staatssecretarissen benoemt die zich gaan bezighouden met de dagelijkse gang van zaken en die hem, Koetsjma, persoonlijk verantwoording schuldig zijn. De bevoegdheden van die vijf presidentiële waakhonden binnen de regering werden als `zeer groot' omschreven. Ze blijven vijf jaar zitten, óók als het kabinet waarvan ze deel uitmaken, ten val komt.

Kinach muntte in het verleden als vice-premier niet uit door grote hervormingsijver. Een Oekraïense krant omschreef hem als een pedante man en als een bureaucraat tot op het bot. ,,Een glimlach van Kinach is als een verjaarscadeau.'' Joelia Timosjenko, oud-vice-premier en wèl zeer hervormingsgezind (en daarom dermate gehaat door de communisten en oligarchen dat ze in de gevangenis terechtkwam), meldde in een internetdiscussie dat de regering-Joesjtsjenko ,,jaren'' nodig had om de chaos op te ruimen die Kinach als vice-premier in het economische beleid had achtergelaten. Joesjtsjenko vervangen door Kinach, aldus Timosjenko, is hetzelfde als een computer vervangen door een telraam.