Ministers oneens over groene stroom

Binnen het kabinet is onenigheid ontstaan over de al dan niet verplichte afname op korte termijn van groene stroom door huishoudens. Minister Pronk (Milieu) wil vastleggen dat huishoudens in 2003 minimaal drie procent groene (milieuvriendelijk opgewekte) stroom verbruiken. Minister Jorritsma (Economische Zaken) wil vooralsnog geen verplichte afname.

Het kabinet begint vrijdag met de bespreking van het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4). Een woordvoerder van Pronk bevestigt dat de wens voor een minimaal aandeel groene stroom in het NMP4 is opgenomen, maar meldt dat niet zeker is of het kabinet daarmee akkoord gaat. Pronk wil het verplichte percentage jaarlijks verhogen, zodat gegarandeerd is dat in 2010 9 procent van de stroom groen is, zoals in Europees verband is afgesproken.

Jorritsma denkt dat een verplichte afname op korte termijn ,,demotiverend'' zou kunnen werken. Pas vanaf 1 juli aanstaande mogen huishoudens zelf kiezen of ze groene stroom willen hebben. Volgens Jorritsma is er op dit moment nog niet voldoende aanbod om een vraag van 3 procent groene stroom aan te kunnen.

Het kabinet heeft al eerder afgesproken dat in 2020 10 procent van de stroom `groen' moet zijn. Mocht begin volgend jaar blijken dat die doelstelling niet gehaald gaat worden, dan wil Jorritsma ,,een herbezinning van het duurzame energiebeleid''.Daarin zou een verplichtstelling van een aandeel groene stroom per huishouden kunnen passen.