Levensgenieter

Zo uitbundig publiek als hij leefde, zo stilletjes is hij vertrokken. Abraham van Leeuwen, beter bekend als Prince Léon de Lignac, Hertog van Soverìa Sìmerì, Ridder van Malta en buitengewoon gevolmachtigd ambassadeur van het koningshuis van Este-Bavière, is afgelopen zondag overleden en inmiddels in beslotenheid gecremeerd. Hij is 82 jaar oud geworden.

Van Leeuwen bracht de laatste twintig jaar van zijn leven door dobberend op zijn zestig meter lange jacht New Horizon in de Middelandse zee of nog liever in de haven van een badplaats als Cannes. Het was de plek waar hij omringd door Aziatisch personeel – overgenomen van het Oriental Hotel in Bangkok – zijn uiterste best deed zijn royale vermogen stuk te slaan.

Dat fortuin bedroeg minimaal enige honderden miljoenen guldens die Van Leeuwen had verdiend met de verkoop van zijn taleninstituut aan Vendex. De prins, een in Frankrijk gekochte adellijke titel, begon zijn loopbaan als journalist voor het Dagblad van Rotterdam. In de Tweede Wereldoorlog startte hij het Nederlands Talen Instituut dat in verscheidene Europese landen schriftelijke taalcursussen verkocht. Hij was ook de oprichter van postorderbedrijf Keurkoop en de boekenclub Lekturama.

Van Leeuwen was van kindsbeen af overtuigd homoseksueel en kwam daar graag voor uit. Hij was voorzitter van het COC in Rotterdam en schreef ook jarenlang een column in de Gay Krant met erotische tips. In een vraaggesprek met Het Parool noemde Van Leeuwen zijn seksuele geaardheid ,,een van de drijfveren om van mijn leven een succes te maken. Ik zou wel eens laten zien dat ik boven de rest stond, dat homoseksuele armoedzaaiers óók ergens konden komen''.

Van Leeuwen kwam de laatste jaren vooral in het nieuws als weldoener. Hij schonk bijvoorbeeld de Turkse kleermaker Gümüs een ton zodat hij na zijn gedwongen vertrek uit Nederland in eigen land een goed bestaan kon opbouwen. Hij gaf ook boeken uit met tips over hoe ook verschrikkelijk rijk te worden of hoe je lekker kon koken. Begin jaren negentig heeft de Amsterdamse politie volgens hem weten te voorkomen dat hij door de Amsterdamse onderwereld werd ontvoerd om zo een losgeld van dertig miljoen gulden te kunnen eisen.

Van Leeuwen streefde er naar honderd jaar oud te worden. Met een kunstklep in zijn hart, een pacemaker, kunstlenzen en een kunstheup van roestvrij staal was hij hard op weg maar struikelde achttien jaar voor de finish.