Kamertje kijken

Je zou haast niet meer op de publieke tribune gaan zitten, hoewel er op het balkon van de vergaderzaal van de Tweede Kamer, voor de pers keurige bankjes staan. Je kunt het Kamerdebat daar alleraardigst volgen, op voorwaarde dat je af en toe de kwetterende schoolklassen achter je, die het voornaamste publiek vormen, tot stilte maant.

Maar het is eigenlijk net zo handig boven in een kamertje van de perstoren te gaan zitten. Daar is dezelfde vergadering ook te volgen, op het interne televisiesysteem van de Tweede Kamer. Beter zelfs, want je kunt kiezen uit vier camera-instellingen: overzicht zaal, de voorzitter, de regeringsbanken en de interruptiemicrofoons.

En alsof dat nog niet mooi genoeg is, zijn er ook nog camera's opgesteld in een aantal commissiekamers van de Tweede Kamer, en is ook de Eerste Kamer in beeld en geluid te volgen. Prachtig, de openheid ten top.

Maar omdat de kamertjes in de perstoren van de Kamer klein zijn, zitten journalisten veelal in een kantoorgebouw een paar honderd meter verderop, buiten het Kamergebouw. Daar zijn de mogelijkheden om de vergaderingen te volgen net als in de rest van Nederland: alleen het geluid van de Tweede Kamer via de kabel, in erbarmelijke geluidskwaliteit, en het geluid van de Eerste kamer via de Real Player van de computer.

Een doodenkele keer, bij grote crises, wil de vergadering van de Tweede Kamer nog wel eens live bij de publieke omroep te zien zijn. Maar alleen als daar geen andere prachtprogramma's staan gepland – in de praktijk dus in ieder geval vóór vier uur 's middags. En dan natuurlijk het vragenuurtje op dinsdagmiddag – meer een eigenaardigheid dan een hoogtepunt in de parlementaire routine.

Er is dus een audiovisueel volledig geoutilleerd parlement, waarvan bijna alleen diegenen profijt hebben die ook fysiek in staat zijn de vergaderingen bij te wonen. En niemand lijkt daar erg van op te kijken.

Toegegeven, niet ieder uurtje in de Staten-Generaal is een hemel van intellectueel genot of welsprekendheid. Maar vaak doen Kamerleden hun best aardig voor de dag te komen. Zij doen dat, de schoolklassen even daargelaten, voornamelijk voor de in den lande natuurlijk druk gelezen Handelingen. En in afgeknepen vorm voor die gebrekkige draadomroep die de kabel doorgeeft.

Het kan natuurlijk anders: digitale technologie maakt doorgifte voor relatief geringe kosten mogelijk. Er is tenslotte internet – breedbandig en smalbandig. Dat laatste is nogal gebrekkig, maar beter slecht beeld dan geen beeld, lijkt mij. Het is trouwens een tikje bizar dat van de beide Kamers der Staten-Generaal de minst belangrijke de betekenis van internet beter heeft begrepen dan de belangrijkste.

En dan is er natuurlijk digitale televisie. Frankrijk, Italië, Groot-Brittannië en misschien nog wel meer Europese landen hebben parlementaire televisiekanalen die kunnen – of wettelijk moeten – worden opgenomen in digitale boeketten die per satelliet, kabel of ether worden verspreid. Dat kan hier dus ook, makkelijk.

Maar ja, wat digitale televisie betreft leeft Nederland nog met de trekschuit, waar in de omringende landen al de eerste stoomlocs zijn gezien. Alleen per satelliet is digitale televisie bij ons volop operationeel, maar het publiek groeit maar heel langzaam.

De Nederlandse politiek houdt liever bevlogen symposia over de digitale toekomst, dan dat zij haar eigen vergaderingen met digitale techniek toegankelijk maakt.