Hoofdpunten van WAO-advies

Het aantal arbeidsongeschikten stijgt elk jaar fors — inmiddels zijn er 949.300 WAO'ers — maar de relatieve lasten voor de samenleving dalen. Hoewel er inmiddels 28 miljard gulden per jaar aan de WAO wordt uitgegeven, dalen de uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product. Dit doordat de beroepsbevoling is gegroeid en de uitkeringen lager werden. De financiële lasten hebben weer het niveau van 1976, zo berekende de commissie-Donner.

Dat wil niet zeggen dat er geen probleem is, vindt de commissie, die de huidige WAO ,,een verzamelplaats'' noemt ,,van marginale werknemers''. Een verandering in het denken over arbeid en ziekte moet volgens Donner het tij keren. De belangrijkste aanbevelingen:

De WAO wordt beperkt tot wie duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is. Er moet een nieuw criterium worden ontwikkeld. De commissie omschrijft dat criterium zo: `Als arbeidsongeschikt wordt beschouwd diegene die feitelijk aantoont dat hij, gemeten naar algemeen geldende medische maatstaven, lijdt aan ernstige ziekten of gebreken die zich manifesteren in een duurzame en aanzienlijke vermindering van zijn mogelijkheden om maatschappelijk te functioneren.'

Gedeeltelijk arbeidsongeschikten krijgen geen WAO-uitkering meer. Dus hoeft niet meer te worden bepaald hoeveel sprake is van verlies aan `verdiencapaciteit'. Nu is het zo dat iemand die nog de helft van zijn oude salaris kan verdienen, voor vijftig procent wordt afgekeurd.

Stilzitten geeft geen rechten meer, aldus de commissie. Werkgevers en werknemers krijgen samen twee jaar de verantwoordelijkheid voor herstel en werkhervatting te zorgen. De werkgever krijgt een `zorgplicht', dat wil zeggen zorg voor tijdige behandeling, het aanbieden van passend werk of hulp bij het vinden van ander werk. Hij moet het loon doorbetalen. Doet de werkgever te weinig dan moet hij langer dan twee jaar het loon doorbetalen.

De zieke werknemer moet ook actief werken aan zijn herstel. Hij is verplicht een redelijk aanbod voor ander werk te aanvaarden, tenzij het bijbehorende salaris onder 70 procent van zijn oude loon ligt. Aanvaardt hij toch lager betaald werk, dan dient de werkgever dit gedurende een aantal jaren aan te vullen. Doet een werknemer te weinig dan kan hij worden ontslagen voordat de twee jaar om zijn.

De uitvoeringsinstelling zal aan het einde van de twee jaar bepalen of beide partijen zich voldoende hebben ingespannen. Die moeten zelf aantonen dat zij de wederpartij hebben aangesproken op hun zorgplicht.

De zieke werknemer die niet aan het werk is gekomen, maar die ook niet volledige arbeidsongeschikt wordt verklaard, valt na twee jaar, afhankelijk van zijn arbeidsverleden, terug op WW of de bijstandsregeling IOAW. Deze laatste regeling staat toe dat de uitkeringsgerechtigde een eigen vermogen heeft of inkomsten uit eigen vermogen. De bruto IOAW-uitkering voor iemand met een partner bedraagt 2513 gulden.

De commissie vindt dat er maatregelen nodig zijn om de WAO-keuring te verbeteren. Een college van deskundigen gaat procedures en normen ontwikkelen om het `vrijfietsen' van verzekeringsartsen, zoals Donner zegt, aan banden te leggen.

De door bedrijven verfoeide Pembawet gaat verdwijnen. Deze regeling straft bedrijven waar veel werknemers arbeidsongeschikt zijn geraakt.

De voorstellen hebben geen betrekking op de huidige WAO'ers. Wel mogen zij zelf bepalen of ze onder het nieuwe regime willen vallen.

De commissie-Donner verwacht dat de aanbevelingen leiden tot een tweederde lagere instroom en een daling van de WAO-lasten van 37 procent per jaar: dat is ruim 10 miljard gulden.