Goldman wil openheid van zaken

Op het eerste gezicht is de eis van zakenbank Goldman Sachs, dat de Amerikaanse toezichthouder op de banksector banken ertoe moet dwingen om inzage te geven in de werkelijke waarde van bepaalde verplichtingen jegens debiteuren, voornamelijk ingegeven door eigenbelang. De grote banken zoals JP Morgan Chase, Citigroup en Deutsche Bank gebruiken hun omvangrijke balans om hun klanten goedkope kredietfaciliteiten aan te bieden en vervolgens de vruchten te plukken van lucratieve nevenactiviteiten. Zakenbanken als Goldman Sachs, met een kleinere balans, verliezen zo de slag.

Toch heeft Goldman wel een punt. In zijn brief aan de toezichthouder staan zaken die de aandacht van beleggers verdienen. De kredietfaciliteiten waar Goldman zich druk over maakt, worden door de banken die ze ter beschikking stellen gewoonlijk niet openbaar gemaakt. Net als van de mogelijkheid om rood te staan, wordt er van deze faciliteiten niet veel gebruik gemaakt.

Maar hun potentiële omvang is enorm. JP Morgan Chase heeft voor 266 miljard dollar aan dit soort afspraken uitstaan en Deutsche Bank voor meer dan 147 miljard euro, aldus de jaarverslagen over 2000. Het probleem is dat klanten ertoe neigen alleen in noodgevallen op deze kredietfaciliteiten terug te vallen - zoals het belegerde Xerox, dat vorig jaar voor 7 miljard dollar bij de bank leende nadat het bedrijf de toegang tot de kapitaalmarkten was ontzegd. Goldman beweert nu dat de risico's die aan de faciliteiten kleven door de banken niet verdisconteerd worden.

Goldman zegt dat er geen verschil bestaat tussen kredietfaciliteiten die buiten de balans worden gehouden en derivaten. Het zijn allebei verbintenissen die pas ten uitvoer worden gelegd als bepaalde marktomstandigheden van toepassing zijn. Toch worden derivaten iedere dag door banken en effectenmakelaars verhandeld, dus waarom deze kredietfaciliteiten niet?

Het antwoord is eenvoudig. De Amerikaanse toezichthouder heeft bedrijven die op de derivatenmarkt actief zijn onlangs verplicht om de waarde van hun uitstaande contracten openbaar te maken. Deze stap heeft tot een paar gênante onthullingen geleid. In het eerste kwartaal van 2001 heeft GE Capital bijvoorbeeld een verlies van 1,2 miljard dollar op de derivatenmarkt bekendgemaakt. Een verplichting om de waarde van kredietafspraken naar buiten te brengen, zou soortgelijke gevolgen kunnen hebben.

De Amerikaanse financiële sector heeft zich met hand en tand verzet tegen de derivatenverordening. Nu dreigt eenzelfde strijd uit te breken over de kredieten. Toch zou een eerlijke waardebepaling van dergelijke afspraken in het voordeel zijn van de aandeelhouders en onplezierige verrassingen helpen voorkomen.

Gezien het feit dat de banken deze kredietfaciliteiten lijken te gebruiken als een manier om hun activiteiten op andere terreinen te subsidiëren, is te verwachten dat er weer verzet wordt aangetekend als de toezichthouder Goldman gelijk geeft. Ondanks het aantoonbare eigenbelang verdient Goldman applaus voor het aan de orde stellen van deze kwestie.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld