Geheim Frederiksplein vereist nieuwe wet

De discrete wijze waarop De Nederlandsche Bank toezicht houdt op de banksector is in gevaar. Een wetswijziging moet de geheimhouding waarborgen.

Gemiddeld twee keer per week. Zo vaak heeft De Nederlandsche Bank het afgelopen jaar bedrijven met een boete bedreigd om te zorgen dat zij openheid van zaken geven over hun transacties met het buitenland. De centrale bank heeft de gegevens nodig om deugdelijke statistieken over de Nederlandse betalingsbalans te kunnen afleveren, informatie die de Europese Centrale Bank op haar beurt gebruikt voor de bepaling van haar monetaire beleid.

Bij het toezicht op het bankwezen heeft de toezichthouder in 2000 aanmerkelijk minder vaak dwangmiddelen nodig gehad, zo blijkt uit het vanmiddag gepubliceerde jaarverslag van De Nederlandsche Bank. Twee banken en één beleggingsinstelling kregen vanaf het Frederiksplein een `aanwijzing', een eufemisme van centrale bankiers voor het bevel aan een onder toezicht staande instelling om een handelwijze per direct te veranderen. De twijfels over één wisselkantoor - naam onbekend - waren zo groot dat het kantoor uit het register werd geschrapt.

De Nederlandsche Bank deelt haar berispingen bij voorkeur achter de schermen uit. Deze door de wet voorgeschreven werkwijze is volgens de bank een van de manieren om het vertrouwen tussen de toezichthouder en de bancaire instellingen te behouden. Publieke vermaningen kunnen onnodig tot paniek leiden, zo is de redenering.

De Nederlandse gemeenten Monster, Urk, Hillegom en Nieuwegein kennen de keerzijde van de geheimhoudingsplicht. Gedupeerd door het faillissement van de Amsterdam American Bank (AAB) in 1981, procedeerden zij 20 jaar lang tegen DNB voor genoegdoening en meer informatie. Dit leidde onder meer tot een verhoor van een DNB-medewerker waarbij per vraag werd beoordeeld of de geheimhoudingsplicht van de bank zou worden geschonden.

De zaak is nu geschikt: de partijen delen de schade. Voor de toezichthouder betekent dat een kostenpost van 12,9 miljoen gulden. Het verschoningsrecht waarop de centrale bank zich in de procedures rond AAB soms succesvol beriep, heeft echter zijn langste tijd gehad. Operatie Clickfonds heeft vorig najaar de dikke muren van De Nederlandsche Bank definitief opengebroken. De advocaten van een aantal verdachten dwongen via de rechter af dat de verslagen van vertrouwelijke contacten tussen het OM en de centrale bank openbaar werden gemaakt.Dat heeft kwaad bloed gezet.

,,Natuurlijk hechten wij veel belang aan waarheidsvinding. Maar dan moet je wel de gelegenheid krijgen om de belangen van de banken waarop wij toezicht houden te beschermen. Er zijn vorig jaar ook documenten opgevraagd die niets met Operatie Clickfonds te maken hebben'', aldus president A. Wellink. Het zet de relatie met de banksector onder druk. ,,Als na een open dialoog met een bank de volgende dag het OM op de stoep staat om de stukken in te nemen, wordt het de volgende keer veel moeilijker voor ons om bij het banktoezicht de waarheid boven tafel te krijgen.''

DNB weigert zich over te geven aan onverwachte rechterlijke uitspraken en eist een steviger positie om zijn geheimhoudingsplicht te bewaren. Dat lukt niet binnen de huidige wetgeving, zo luidt de conclusie. Daarom zijn vorig jaar besprekingen met het ministerie van Financiën geopend. Wellink verwacht binnen enkele maanden een voorstel tot wetswijziging.

Terug naar de vertrouwde status quo vóór het grote beursfraude-onderzoek (Operatie Clickfonds) zit er met de wetswijziging echter niet in. Wellink: ,,Het fenomeen van de waarheidsvinding is zwaarder gaan wegen in onze maatschappij. De relevantie van geheim houden is juist minder geworden. Als er bij banken iets aan de hand is en dat komt naar buiten, zie je tegenwoordig niet eens een rimpeling in de beurskoers.''

In tijden van toenemende transparantie lijkt reparatie van de geheimhouding een stap terug. Wellink heeft er geen problemen mee zichzelf ouderwets te noemen. Wel, als dat van de bank wordt gezegd. ,,Wij zijn de meest transparante centrale bank ter wereld: er is er niet één die iedere maand met een perscommuniqué komt en die bereid is zo veel vragen te beantwoorden bij een persbijeenkomst. Het enige wat wij niet doen, is het publiceren van onze notulen.''