Europa moet vergaand hervormd worden

In een bijdrage aan het vorig jaar door Duitsland begonnen Europadebat heeft de Franse premier Lionel Jospin gepleit voor een Europese eenheid die de economische en monetaire integratie ver te boven gaat. Hieronder volgen delen van de toespraak die hij maandag hield.

[...] Onze lotsverbondenheid moet sterker ons gemeenschappelijk beleid inspireren. Europa heeft meer economische solidariteit nodig. De gezamenlijke munt heeft ons nu een hooggewaardeerde stabiliteit opgeleverd. [...] Om de structuur van de Unie in evenwicht te brengen hebben we nu in de eurozone een economische regering nodig. De coördinatie van het economische beleid moet aanzienlijk worden verhoogd. Ik stel voor dat elke lidstaat zijn medeleden raadpleegt en zorgvuldig nadenkt over hun aanbevelingen alvorens besluiten te nemen die van grote invloed op de zone als geheel zijn. Laten we overgaan tot de vorming van een economisch actiefonds voor de korte termijn waarop elke lidstaat een beroep kan doen die te te lijden heeft van de gevolgen van economische beroering op de wereld. We moeten eindelijk iets ondernemen tegen gedrag dat schadelijk is voor het algemene Europese belang. Van groot belang is de strijd tegen `belastingdumping'. [...] Uiteindelijk moet het belastingstelsel voor het bedrijfsleven helemaal geharmoniseerd worden.

Economische samenhang moet maatschappelijke solidariteit bevorderen. Daar vragen de burgers om. [...] Om de gelijkheid van burgers, hun onderlinge solidariteit en het algemeen belang te waarborgen hebben de Europeanen behoefte aan een sterke en doelmatige publieke dienstverlening. Ik ben voorstander van een Europese richtlijn die het wettelijke kader vaststelt waarbinnen onder verantwoordelijkheid van de staat de rol van de Europese publieke dienstverlening kan worden afgebakend. [...]

We moeten een rechtsterrein ontwikkelen waarvoor het Handvest [van grondrechten van de Europese Unie] als uitgangspunt kan dienen.[...]Een van de grondrechten van de burger is veiligheid. [...]

Dan gaat het allereerst om de bestrijding van de misdaad. Ook vergt de veiligheid van de Europeanen de instelling van een werkelijk Europees rechtsterrein dat berust op een grotere samenwerking tussen rechters en een voortgaande harmonisatie van het strafrecht in de lidstaten, wat uiteindelijk zou kunnen leiden tot vorming van een gemeenschappelijk vervolgingsapparaat. [...]

Een ander vereiste is de veiligheid van het voedsel. [...]

Een politiek Europa vereist vergaande hervormingen [...]

Ik ben voorstander van het voortreffelijke idee van een `Federatie van natiestaten'. `Federatie' – een ogenschijnlijk eenvoudig woord dat aanspreekt door zijn duidelijkheid, maar dat in werkelijkheid een zeer verscheiden betekenis heeft. Voor sommigen betekent het een Europees bestuur dat zijn legitimiteit alleen aan het Europees Parlement ontleent. Dat bestuur zou uitsluitend zeggenschap hebben op het terrein van de diplomatie en de defensie. In het nieuwe geheel zouden de huidige landen dan de status van de Duitse Länder en de Amerikaanse staten bezitten. Maar die status – of die uitleg van een federatie – is voor Frankrijk en andere Europese landen onaanvaardbaar.

Als een `federatie' daarentegen wordt opgevat als een geleidelijk en beheerst proces in de richting van gedeelde bevoegdheden of de overdracht van bevoegdheden naar het niveau van de Unie, dan duidt de term op de `federatie van natiestaten', die is bedacht door Jacques Delors. In die opvatting kan ik me geheel vinden. Uit juridisch oogpunt is het misschien een halfslachtig idee, maar politiek zie ik het als gezond, omdat Europa een bijzondere politieke structuur heeft. [...]

A fortiori moeten we afwijzend staan tegenover elke hernationalisering van beleid dat tot dusver is bedacht en uitgevoerd op het niveau van de Unie. Het zou vreemd zijn om op te roepen tot verdere versterking van de Europese integratie en dan de eerste stap juist weer in nationale richting te zetten. Dan denk ik vooral aan de structuurfondsen. De gemeenschappelijke landbouwpolitiek moet zeker Europees blijven, maar wel nieuwe wegen inslaan. [...]

Een `federatie van staten' zou leiden tot een grotere betrokkenheid van de nationale parlementen bij de opbouw van Europa. De huidige consultatieprocedures tussen het Europese Parlement en de nationale parlementen gaan niet ver genoeg. Laten we een reële politieke rol toekennen aan een gemeenschappelijk orgaan – een permanente conferentie van parlementen of `Congres'. Dat zou regelmatig bijeen moeten komen om toe te zien op de naleving door de gemeenschapsinstellingen van het subsidiariteitsbeginsel en jaarlijks een `troonrede'-debat houden. Dat `Congres' zou een rol kunnen spelen bij de aanpassing van de regels binnen de Unie. Met uitzondering van regels van `constitutionele' aard, waarvoor de huidige ratificatieprocedures van kracht zouden blijven, zouden dankzij dat `Congres' technische veranderingen in verdragsregels inzake gemeenschappelijk beleid in vereenvoudigde procedures kunnen worden behandeld. [...]

De Europese instellingen moeten samenhangender en doelmatiger worden. [...]

Het Europese algemeen belang moet beter worden beschermd. Dat is de rol van de Europese Commissie. Daarom moet het politieke gezag en de legitimiteit daarvan worden versterkt. Met het oog daarop stel ik voor een lid van de Europese politieke groepering die de Europese verkiezingen wint, tot Voorzitter van de Commissie te benoemen .

Het Europese Parlement zou dan, als uiting van de wil van de volken, beter zijn rol kunnen vervullen als instelling waaraan de Commissie politieke rekenschap verschuldigd is en waardoor de Commissie kan worden weggestemd. In ruil daarvoor zou de verantwoordelijkheid van de vergadering in Straatsburg beter moeten worden afgebakend. Ik stel voor dat de Europese Raad het recht krijgt om op voorstel van de Commissie of de lidstaten het Parlement te ontbinden. Daarvan kan gebruik worden gemaakt in geval van een politieke crisis of om een institutionele impasse te doorbreken. [...]

Net als de Commissie dient ook de Raad te worden versterkt, want die kan niet meer ten volle zijn rol spelen. In het toekomstige verdrag moet de Europese Raad, die bestaat uit de staats- en regeringshoofden en de voorzitter van de Commissie, een prominentere plaats krijgen. Die Raad zou een echt meerjarig `wetgevings'-programma moeten goedkeuren op basis van een voorstel van de Commissie en het Europese Parlement. Hij zou vaker bijeen moeten komen – bijvoorbeeld om de twee maanden – en zich zonder overbodig protocol moeten richten op de bespreking van algemene beleidsrichtlijnen en belangrijke Unie-besluiten.

Bovendien is het moment gekomen om de instelling van een permanente Raad van Ministers te overwegen. De leden daarvan zouden min of meer de status van vice-premier hebben en binnen hun eigen nationale regering het werk aan de Europese thema's coördineren. Zo'n orgaan zou vaart kunnen geven aan de voorbereiding en coördinatie van het Europese werk voordat het in de Europese Raad komt. Samen met het Europese Parlement zou zo beter de rol van medewetgever kunnen worden vervuld bij de totstandkoming van Europese `wetgeving'. In dat laatste opzicht zou er altijd met een gekwalificeerde meerderheid moeten worden gestemd. [...]

Deze voorstellen doen denken aan een Europese Grondwet, waarvan ik dan ook voorstander ben. Een grondwet zou de structuur en werking van de Europese instellingen vastleggen. Het zou natuurlijk niet volstaan om een nieuw verdrag gewoon maar `Grondwet' te noemen. Een dergelijke tekst zou alleen zinvol zijn als het de uitkomst zou zijn van een vergaande hervorming en niet alleen de vrucht van een herschrijving van de huidige verdragen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het grondwettelijke proces in de kern een politieke handeling is: de bevestiging van een gezamenlijk doel, de uitdrukking van een gemeenschappelijk streven.

    • Lionel Jospin