Een maniakale vogelman

`Wat maritieme uitdagingen betreft was ik nooit verder gekomen dan een mislukte poging om rechtop te gaan staan op een drijvend luchtbed.'

Het is een typerend zinnetje uit het recent verschenen `IJspegels aan mijn snor' van de Engelse journalist Tim Moore.

Nu de door de CPNB uitgeroepen Weken van het Reisboek bijna ten einde zijn, wil ik u graag even op dit kolderieke boek wijzen. Het is een ijzersterk voorbeeld uit de ironische Engelse reisboekenschool. Moore portretteert zichzelf als een antiheld en een schlemiel, als een angsthaas met twee linkerhanden. Hij beschrijft zijn eigen reis als een lachfilm met zichzelf in de hoofdrol.

Hij probeert min of meer het spoor te volgen van zijn beroemde landgenoot Lord Dufferin. Voordat deze victoriaanse edelman faam zou verwerven als diplomaat, maakte hij in 1856 een zeiltocht door barre noordelijke streken. In `Letters from High Latitudes' doet hij op amusante wijze verslag van zijn landingspogingen op IJsland, Jan Mayen, de Noorse kust en Spitsbergen. Het boek beleefde meerdere drukken en werd zelfs in het Nederlands vertaald.

Moore heeft niets met Dufferin gemeen. De jonge lord was iemand die graag het gevaar zocht en alle ontberingen met filosofische gelatenheid onderging. Op een woeste zee voelde hij zich in zijn element. Moore daarentegen laat zich als een zeeziek aapje met een containerschip van Engeland naar IJsland brengen. Vele beproevingen later komt hij met een cruiseboot op Spitsbergen aan. Het wordt het dieptepunt van zijn reis. Hij vindt het een afschuwelijke plek, een ballingsoord van kou en ellende en, wegens de ijsberen, nog levensgevaarlijk bovendien. Elk `noordelijk gevoel' is hem vreemd. In zijn wanhoop zoekt hij troost bij de fles.

Wat een contrast met het opgetogen boek dat Jan P. Strijbos over deze plek schreef! In `Svalbard' (1957), met de ondertitel `zwerftocht langs de koele stranden van Spitsbergen', doet hij verslag van de twee bezoeken die hij aan dit noordelijke eiland bracht. Hij heeft het over de `serene stilte en de unieke schoonheid van het maagdelijke landschap van de Koningsbaai.' Later spreekt hij van het `wonder van de majestueuze en indrukwekkende schoonheid van deze arctische wereld'.

En dan te bedenken dat hij er ernstig in de problemen kwam. Nadat zijn kano door een hoge vloedgolf van het strand was meegenomen, begon hij aan een hachelijke tocht over de gletsjers die vijf dagen zou duren. Half verblind door de sneeuw en met vorstblaren aan zijn handen trof een uitgerukte hulpexpeditie hem op het strand aan. Tim Moore zou na het wegdrijven van de kano in snikken zijn uitgebarsten. Daarna zou hij, na de eerste aarzelende stappen op de gletsjer, in een honderd meter diepe spleet verdwenen zijn.

De reden waarom Strijbos zichzelf in gevaar bracht zou Moore ongelofelijk in de oren hebben geklonken: hij was op zoek naar broedplaatsen van de zeldzame vorkstaartmeeuw. Niet voor niets noemt Strijbos zichzelf een `maniakale vogelman'. In tegenstelling tot zijn leermeester Thijsse, die dik tevreden was met de Hollandse heggemus en rietgors, wilde Strijbos de wereld tot in alle uithoeken verkennen om er vreemde vogels in de kijker te vatten. Hij landde bijvoorbeeld op de kusten van IJsland, Zuid-Afrika, de Galapagos en Nieuw Zeeland. Met de walvisvaarder `Willem Barentsz' bezocht hij de zuidelijke IJszee. Hoewel hij de slachtpartij aan boord `mensonterend' vond, kon hij toch geregeld de kijker richten op de reuzenstormvogel, de sooty Albatros en zelfs op pinguins. In een brief aan zijn Texelse vrienden bericht hij dat hij in Zuid-Afrika maar liefst negentig nieuwe vogelsoorten heeft gezien.

Aanvankelijk was Strijbos helemaal niet van plan naar Spitsbergen te gaan. Hij had zijn zinnen gezet op een vogelrijke rivierdelta in Zuid-Spanje. Het kostte hem ook geen enkele moeite zijn reisgenoot daarvoor warm te laten lopen: `Ik schilderde de weelde aan vogels die wij daar zouden aantreffen, deed verhalen over kwakken, zilverreigers, koereigers, vale gieren, vorkstaartplevieren en andere heerlijkheden.' Maar wat de ander beslist niet aanstond, waren de vochtige hitte en de horden muskieten.

Zo kwam Spitsbergen in beeld, en verplaatste Strijbos' aandacht zich van de vorkstaartplevier naar de vorkstaartmeeuw.

Met alle gevolgen van dien.

Tim Moore. IJspegels aan mijn snor. Bzztoh, Den Haag.