DNB: rol overheid bij prijsspiraal

Het kabinet-Kok moet bij blijvend hoge inflatie dit en volgend jaar minder uitgeven dan de Zalm-norm toestaat. Anders draagt de regering zelf bij aan de verdere oververhitting en de al sterk opgelopen inflatie.

Dit heeft president A. Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) gezegd bij de presentatie van het jaarverslag, dat vanmiddag is uitgegeven.

Volgens het begrotingssysteem van minister Zalm (financiën) mogen de overheidsuitgaven jaarlijks even hard stijgen als de inflatie. Met deze `reële uitgavennorm' blijft het volume van de overheidsuitgaven in principe gelijk. Omdat de inflatie echter is opgelopen tot 5 procent, geeft een stijging van de uitgaven met zo'n percentage een volgens Wellink onwelkome impuls aan de economie. ,,In een economie die op volle toeren draait, gaat van een reële uitgavennorm geen stabiliserende werking uit. Die is juist nú wel wenselijk,'' aldus Wellink. Hij pleitte er voor om de financiële ruimte die in de begroting onstaat als de prijzen sneller blijven dan verwacht, niet op te vullen. Wellink hekelde het jongste akkoord binnen het kabinet, waarin 8 miljard gulden aan extra uitgaven zijn gevonden door de Zalm-norm eenmalig op te reknnen. ,,Als er al grote economische spanningen zijn, dan zijn extra uitgaven ongepast.'' In de komende zomermaanden moet volgens hem ,,nog eens goed gekeken worden of de prijsstijgingen van dit moment aanhouden. Ook aan de zin van verdere lastenverlichting werd door Wellink getwijfeld.

De opmerkingen van Wellink vallen samen met het overleg binnen het kabinet deze zomer over de begroting in het verkiezingsjaar 2002. Traditioneel schetst een team van topambtenaren, de Studiegroep Begrotingsruimte in de zomer voor de eerstvolgende verkiezingen de hoofdlijnen van het begrotingsbeleid in de nieuwe kabinetsperiode. Wellink liet er overigens geen twijfel over bestaan dat hij het begrotingssysteem van Zalm graag voortgezet ziet. Hij pleitte er wel voor om te streven naar een structureel begrotingsoverschot van 1,5 procent tot 2 procent van het bruto binnenlands product, om de toekomstige lasten van de vergrijzing mee te kunnen bekostigen.

De Nederlandsche Bank zorgde vorig jaar, zo blijkt uit het jaarverslag, zelf ook voor een meevaller voor Zalm. Door een beter renteresultaat en winst op goudverkopen, steeg de winstuitkering van de bank aan de staat van 1 miljard gulden tot 3 miljard gulden.

begrotingpagina 20