Corruptie niet goed aangepakt

Nederland, dat deze week als gastland optreedt voor een grote conferentie over de bestrijding van corruptie, besteedt zelf onvoldoende aandacht aan een mogelijk ongewenste verstrengeling van het publieke belang en de particuliere belangen van ministers en hoge ambtenaren.

Dit concludeert Transparency International, een organisatie die corruptie in de wereld probeert tegen te gaan, in een speciaal aan Nederland gewijd rapport. Transparency, dat overigens geen voorbeelden uit de praktijk geeft, suggereert dat een heldere gedragscode zo'n ongewenste belangenverstrengeling kan voorkomen. Vooral zouden ministers en topambtenaren moeten aangeven welke andere functies ze bekleden en welke bezittingen ze hebben. Het kabinet werkt inmiddels overigens aan regels voor topambtenaren. Er zijn al wel algemene regels voor ambtenaren over onpartijdigheid en het aannemen van giften, maar volgens het rapport zijn die onvolledig en onduidelijk.

Nederland is in het algemeen overigens een van de minst corrupte landen ter wereld. Binnen Europa moet het alleen de Scandinavische landen laten voorgaan. Op een index, vooral gebaseerd op de indrukken van bezoekende zakenlieden, scoort Nederland een respectabele 8,9, vergeleken met bijvoorbeeld een 7,8 voor de Verenigde Staten, een 4,6 voor Italië en een 1,2 voor Nigeria.

De opsteller van het Transparency-rapport, de Nederlandse hoogleraar L. Huberts, constateert echter dat Nederland evenmin uitmunt in transparantie bij de financiering van politieke partijen. De regering laat de partijen een hoge mate van vrijheid. Slechts giften van meer dan 10.000 gulden hoeven openbaar te worden gemaakt.