Toekomst van Europa blijft zaak van compromissen

Lang werd er naar uitgezien en gisteren was het dan eindelijk zo ver: de Franse premier Jospin gaf zijn visie op de toekomst van Europa. En in één moeite door relativeerde hij zijn bijdrage aan de discussie.

Ze zijn gewoon te vechten om hun zin door te drukken of te zoeken naar compromissen waarbij ze zo weinig mogelijk verliezen. Maar sinds kort bieden de Europese regeringsleiders een nieuw schouwspel. Ze houden toespraken over de toekomst van de Europese Unie, maar vermelden er dadelijk bij dat die slechts van relatief belang zijn.

Gisteren vertelde de Franse premier Lionel Jospin hoe de EU eruit moet zien als deze is uitgebreid van de huidige vijftien lidstaten tot 27 of nog meer. Maar hij haastte zich daarbij te zeggen dat de huidige vijftien lidstaten in 2004 eenstemmig moeten beslissen wat zij van zijn ideeën willen realiseren. Als één iets niet wil, gaat het niet door. ,,Aan het einde van het proces moet de lijn gezocht worden van een voor iedereen aanvaardbaar compromis'', zei Jospin.

In de EU was het gebruikelijk dat min of meer vrijblijvende overdenkingen over mogelijke verdragswijzigingen werden gedaan door parlementariërs of ministers. Regeringsleiders hielden hun kruit zo veel mogelijk droog tot kort voor de onderhandelingen tot diep in de nacht op een Europese top. Maar bij de voor 2004 geplande onderhandelingen over een nieuw EU-verdrag verloopt het heel anders. Europese regeringsleiders leggen hun standpunten als onderwerpen voor openbare discussie op tafel. Zo wordt het de komende jaren een sport te ontdekken of zij onder druk van een Europese discussie al vóór harde slotonderhandelingen van hun standpunten afwijken.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, bracht vorig jaar het Europese debat op gang met een toespraak aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. Hij pleitte voor een federale structuur om de EU na de uitbreiding bestuurbaar te houden. Maar inmiddels relativeert hij zijn toen gepresenteerde recept als onhaalbaar en mikt hij op een ,,federatie van natiestaten''. Dat is exact dezelfde formule die eerst de Franse president Jacques Chirac en sinds gisteren ook de Franse premier Lionel Jospin hanteren.

Bij het huidige warmlopen voor de onderhandelingen van 2004 kunnen niet alleen standpunten worden bijgesteld, maar lijkt het ook geen groot probleem als politici van hetzelfde land van elkaar afwijken. Toen de rechtse Chirac vorig jaar kort na Fischer in de Duitse Bondsdag zijn vage, meer intergouvernementele visie op het toekomstige Europa gaf, wist iedereen dat dit niet het Franse standpunt was. Vanaf dat moment is er gewacht op de socialist Jospin, die gisteren met een eigen gedetailleerder plan voor Europa kwam.

Waar de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder een maand geleden met zijn Europa-plannen vooral inzette op versterking van de positie van de Europese Commissie en volledig budgetrecht voor het Europese Parlement, voorziet Jospin juist een zwaardere rol voor de Europese regeringsleiders. Zo wil de Franse premier dat de regeringen van de EU-landen speciale vice-premiers benoemen voor het Europese beleid en acht hij een ,,economische regering van de eurozone'' noodzakelijk.

Maar Jospin doet ook voorstellen die wat in de richting van Schröders summier geformuleerde plannen lijken te komen. Zo bepleit de Franse premier dat de voorzitter van de Europese Commissie wordt geleverd door de partij die bij Europese verkiezingen als grootste uit de bus komt, wil hij ontbinding van het Europese Parlement mogelijk maken, streeft hij naar een Europese grondwet en wil hij ook nationale parlementen een rol geven bij de totstandkoming van EU-beleid.

In Duitsland komen standpunten van de Groene minister Fischer en van de sociaal-democraat Schröder over hervorming van de Europese instellingen niet overeen. Er is geen Duits standpunt. Dat geeft niet, vindt Fischer, het gaat nu om het debat. Maar er is nog geen debat. De Europese politici geven tot nu toe vooral eigen meningen en vermijden zo veel mogelijk de confrontatie.

Hoe dat tot 2004 verder moet is nog onduidelijk. De Belgische premier Guy Verhofstadt heeft als EU-voorzitter in december van dit jaar een leidende rol bij de opstelling van de Verklaring van Laken, waarin de agenda voor het debat wordt vastgelegd. Hij heeft vorig jaar zelf een federaal plan voor de EU gepresenteerd, maar praat daar bij de voorbereiding van zijn nieuwe rol zo weinig mogelijk over. Want hij beseft, net als Jospin, dat er veel mooie plannen kunnen zijn, maar dat wijzigingen van EU-verdragen eenstemmigheid vereisen.

Landen als Denemarken en Zweden staan na het Verdrag van Amsterdam van 1997 en het Verdrag van Nice van vorig jaar helemaal niet te trappelen om wéér een nieuw verdrag. Zij vinden dat de Europese integratie voorlopig ver genoeg gaat. Zij kunnen er voor zorgen dat anderen de ambities terug moeten schroeven om overeenstemming te bereiken, al ziet het er naar uit dat ze aan gewicht verliezen omdat ze minder steun van Groot-Brittannië lijken te krijgen. De Britse premier Tony Blair, die afgelopen december nog een cruciale rol speelde bij het bereiken van een mager resultaat op de top van Nice, wil een belangrijker rol van Groot-Brittannië in de EU. Maar de ervaring tot nu toe is dat de EU na uitgebreide debatten slechts een kleine stap vooruit doet.