Telecomfusies afhankelijk van Duitse toezicht

De Duitse veiling van licenties voor derde generatie mobiele telefonie (3G) is voor de telecommunicatiesector verlopen als een merkwaardig kaartspel. Net toen na de aankoop van Mannesmann door Vodafone duidelijk leek wie welke kaarten in handen zou krijgen, zagen de spelers zich door de uit de licenties voortvloeiende financiële verplichtingen gedwongen hun kaarten weer in de lucht te gooien. Nu lijken met de opgeraapte kaarten betekenisvolle combinaties te vormen.

KPN zou overwegen E-Plus, het op twee na grootste mobieletelefoniebedrijf van Duitsland, te verkopen aan France Telecom (FT).

Daar heeft het goede redenen voor. KPN heeft geld nodig en Bellsouth, de andere eigenaar van E-Plus, kent aan Europa geen hoge prioriteit toe. Mobilcom, de Duitse dochteronderneming van France Telecom, is de zwakste van de zes 3G-licentiehouders. Mobilcom heeft geen eigen netwerk. Een krachtenbundeling zou E-Plus en FT/Mobilcom miljarden euro's aan investeringen besparen. Dezelfde logica geldt andere partijen.

Maar wat zinvol is voor de aandeelhouders hoeft dat niet altijd te zijn voor de toezichthouders.

Zoals het er nu uitziet, zou een fusie tussen twee licentiehouders één van de twee waarschijnlijk dwingen om de voor 8,4 miljard euro aangeschafte frequentie terug te geven. Dat is moeilijk te rechtvaardigen tegenover de aandeelhouders.

Daardoor heeft de Duitse toezichthouder, Reg TP, alle troeven weer in handen. Als Reg TP een reductie van zes naar vier licenties toestaat, door openvallende frequenties aan bestaande licentiehouders toe te wijzen, zal het fusiespel tussen de telecomconcerns opnieuw beginnen - deze keer met minder spelers dan voorheen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld