`Schotland is meer Zuid-Scandinavië'

Schotten zijn niet zo bang voor het Europese continent als de Engelsen. Ze hechten aan onderwerpen als milieu en het voorkomen van discriminatie. Daardoor zijn de Schotse verkiezingen anders.

,,Je moet een beetje een gespleten persoonlijkheid hebben'', zegt Menzies Campbell, de éminence grise van de Liberal Democrats, het `Britse D66'. Het land kent hem als partijwoordvoerder voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Europa. Zijn Schotse kiesdistrict ziet Campbell (60) vooral als een Schot die in het landsparlement van Westminster de belangen dient van de lokale bevolking.

Dat is goed te merken tijdens een dagje campagnevoeren in zijn kiesdistrict, Fife North East, een landelijk en welvarend schiereiland even boven Edinburgh met het golfmekka St Andrews als grootste stad. In de stadjes Auchtermuchty en Falkland brengt Campbell de locale LibDem-boodschap: gratis gezondheidszorg voor ouderen, een nieuw ziekenhuis en beter openbaar vervoer. Intussen overlegt hij via zijn mobiele telefoon met het hoofdkwartier in Londen over de landelijke strategie of zijn deelname aan een Newsnight-panel over de euro (hij is vóór) of het Amerikaanse raketschild (mordicus tegen).

De verkiezingen van 7 juni zijn anders in Schotland. Schotten tillen minder zwaar aan de exacte hoogte van de belastingen en zijn minder bang voor het Europese continent dan bezuiden de Muur van Hadrianus, zo blijkt uit peilingen. Anderzijds liggen `softe onderwerpen' als milieu, schuldsanering van de Derde Wereld of het voorkomen van discriminatie de Schotten veel nader aan het hart dan de Engelsen. ,,Het is hier eerder Zuidwest-Scandinavië dan Noord-Brittannië'', zei Tom Devine, hoogleraar geschiedenis in Aberdeen, toen de Schotten twee jaar geleden voor het eerst sinds 1707 een eigen parlement kozen.

Dat parlement, dat bijvoorbeeld zijn eigen beleid voert op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en landbouw, is de tweede reden dat de landelijke verkiezingen in Schotland anders zijn. In Westminster heeft Labour een absolute meerderheid, maar in Edinburgh regeert Labour samen met de Liberal Democrats. Met een gevoel van grotere eigenwaarde kregen de Schotten zo óók een extra groep bestuurders om te kritiseren. Desillusies en kritiek op de schipperende `Lib-Lab-coalitie' worden zo voor het eerst ,,uitvergroot'', gelooft Mark Shephard, een onderzoeker aan de Strathclyde-universiteit van Glasgow. De Conservatieven, die in 1997 al hun Schotse zetels in Westminster verloren, en vooral de Scottish National Party (SNP), die een nog onafhankelijker Schotland nastreeft en na Labour de grootste partij is, kunnen daar garen bij spinnen.

Menzies Campbell hoeft niet bang te zijn. Zijn kiesdistrict geldt al een kwart eeuw als een veilige LibDem-zetel. Het canvassen hoort er nu eenmaal bij. ,,Het kan geen kwaad om de vlag te laten zien'', zegt hij. ,,Al was dat nog niet zo toen ik [eind jaren zeventig] de politiek in ging. De partijen verkochten zichzelf op vergaderingen, maar daar komt niemand meer naar toe.''

Daarom beent de lange Schot, voormalig houder van het Olympisch record op de honderd meter hardlopen, nu zelf met een gele rozet op de revers van deur tot deur, handen schuddend, baby's aaiend en boze honden ontwijkend. Vergezeld van een paar plaatselijke partijleden en zijn kettingrokende echtgenote Elspeth, de dochter van Brug te Ver-generaal Urquart. ,,Dan kom ik nog eens op plekken waar ik anders nooit kom'', zegt ze.

Campbell kijkt verder dan 7 juni. Zijn hoop dat Tony Blair het kiesstelsel met één winnaar per district zal hervormen, een vurige wens van de LibDems, is vervlogen. Maar als de euro er een keer moet komen, kan de premier niet zonder de LibDems om een referendum te winnen, denkt hij. ,,En wie weet wat er uit zo'n informele coalitie komt: Lib-Lab in Westminster.''

Anders dan Campbell heeft Malcolm Rifkind wel reden tot zorg. De oud-minister van Buitenlandse Zaken (onder John Major) probeert de Schotse zetel terug te veroveren die hij in 1997 spectaculair verloor aan Labour. Maar Edinburgh Pentlands, een district met dure villa's én door criminaliteit geteisterde hoogbouw in zuidwest-Edinburgh, is nog niet vergeten wat achttien jaar Tory-bestuur in Londen voor de Schotten betekende. Zoals: de gehate poll tax, Derde Wereld-ziekenhuizen en scholen die het sportveld moesten verkopen om boeken te kopen. ,,Thatcher – excuseer het spuug op de pagina als ik dat op zijn Schots uitspreek – was een groot geschenk aan de andere partijen'', vat Scotsman-columnist Robert McNeil het sentiment samen.

Die haat, een ander woord is er niet voor, is goed merkbaar in het kerkzaaltje waar Rifkind (54) het opneemt tegen Linda Clark, die nu namens Labour voor Pentlands in het parlement zit. Zíj is geen sterk debater, als is ze net als Rifkind advocate, en híj mag een liberale Tory zijn met tamelijk pro-Europese ideeën. Maar boe-geroep is zijn deel zodra hij het woord neemt om uit te leggen dat zijn partij kan investeren in de publieke sector én de belastingen kan verlagen. ,,Waarom is het ziekenfonds er zo slecht aan toe'', vraagt Clark. ,,Vraag dat maar aan Rifkind!'', schreeuwt de zaal.

Twee keer krijgt hij een applausje. Om het populaire voorstel van de Schotse Tories het collegegeld dat Labour heeft ingevoerd af te schaffen. En aan het einde van de avond, drie uur debatteren later, als hij zegt liever te willen vechten om zijn oude zetel in Edinburgh dan via een safe seat aan de Engelse zuidkust het parlement binnen te glijden. Om te winnen moet Rifkind 2.500 van de 20.000 kiezers in zijn district overtuigen dit keer anders te stemmen dan in 1997. ,,We shall see'', zegt hij na afloop. ,,Ik zou er niet op wedden'', zegt een vertrekkende bezoeker.