Sara en Simón

Sara Méndez. Zevenenvijftig jaar. Kleine vrouw, groot verhaal. Ze gaf gisteren een persconferentie in de Balie in Amsterdam. Er waren maar weinig journalisten op afgekomen, want Sara had geen `hard nieuws' te melden. Toch zat het zaaltje nog aardig vol, omdat de kleine, Uruguayaanse gemeenschap in Nederland royaal vertegenwoordigd was. Zo werd het vooral een fascinerend onderonsje van ballingen met een tragisch, gemeenschappelijk verleden.

Sara vertelde, zonder pathos. Ze bleek een moeder te zijn die al vijfentwintig jaar haar kind zoekt. `Europa' moet haar daarbij helpen. Alleen buitenlandse politieke druk kan haar zaak in Uruguay openbreken.

In 1973 ontvluchtte ze als linkse, politieke activiste Uruguay. Ze ging naar Argentinië en kreeg daar in 1976 een zoon – Simón – van Mauricio, een andere balling uit Uruguay. Een commando van Argentijnse en Uruguayaanse militairen deed in juli 1976 een inval op het adres van Sara en Mauricio in Buenos Aires. Mauricio was niet thuis, Sara werd meegenomen. Ze moest haar baby twintig dagen oud in de wieg achterlaten.

Sara belandde met andere ballingen in gevangenissen, eerst in Argentinië, later in Uruguay. Verhoren, martelingen en uiteindelijk een gevangenisstraf van 4,5 jaar. Daarna begon ze haar speurtocht naar Simón. Ze wist welke militairen verantwoordelijk waren: in de eerste plaats majoor Gavazzo, de Uruguayaanse leider van het overvalcommando. Een amnestiewet van het nieuwe bewind vrijwaarde de militairen echter van vervolging.

Toen kwam er een gouden tip. Simón leek gevonden. Hij was een puber, genaamd Gerardo Vázquez, en hij woonde als aangenomen kind bij zijn ouders in Montevideo. Alles leek te kloppen. Maar Gerardo en zijn ouders wilden niets van Sara weten. Gerardo weigerde mee te werken aan een bloedproef om zijn identiteit vast te stellen. Hij was tevreden met zijn adoptiefouders, wat had hij met dat mens te maken?

Vertwijfeld spande Sara een proces aan tegen de adoptiefouders. Heel Uruguay sprak over haar zaak. Sara verloor. Er was geen hard bewijs dat Simón en Gerardo dezelfde persoon waren. Dat gebeurde in 1995. Een jaar geleden voltrok zich de opzienbarende ontknoping. Gerardo onderwierp zich alsnog vrijwillig aan een bloedproef en bleek geen zoon van Sara en Mauricio te zijn.

Voor Sara begon de lijdensweg opnieuw. En daarom reist ze nu door Europa. Ze wil dat de Gavazzo's – de mannen die moeten weten wat er destijds met haar kind is gebeurd – gedwongen worden de waarheid te vertellen.

Stel dat u Simón alsnog vindt, vroeg ik Sara. Een man van vijfentwintig, een vreemde, met andere waarden en normen. Kan dat niet op een reusachtige desillusie uitlopen? Sara reageerde met het verhaal over een vermist meisje dat ook gevonden werd. Als 15-jarige wilde ze nog niets van haar biologische ouders weten, maar toen ze eenmaal zelf moeder was, zocht ze toch toenadering. Hoop doet zoeken.

    • Frits Abrahams