Prijsverschillen op slecht geïntegreerde EU-markt

Een draagbare cd-speler van Philips is in Duitsland ruim eenderde goedkoper dan in Spanje. Voor een Sony kleuren-tv is de Europese consument in Portugal eenderde goedkoper uit dan in Denemarken. Voor verse levensmiddelen zijn de prijsverschillen tussen de lidstaten van de Europese Unie (EU) nog groter: aardappelen zijn in Denemarken ruim drie keer zo duur als in Ierland, kabeljauw is in Italië een stuk goedkoper dan in Frankrijk en kaas kost in Nederland veel minder dan in Italië. ,,Prijsvergelijkingen zijn goede graadmeters voor de economische integratie en voor de marktprestaties'', aldus de Europese Commissie in haar gisteren gepubliceerde halfjaarlijkse `Scoreboard' van de interne Europese markt.

De Europese Commissie komt dan ook tot de conclusie dat een groot deel van de prijsverschillen is te wijten aan een matig functionerende Europese markt voor goederen en diensten. Vervoerskosten en de merkimago's verklaren volgens het onderzoek slechts een deel van de verschillen. De Commissie noemt als hinderpalen voor de marktintegratie onder meer de hoge uitgaven voor licenties, conformiteitsregels, verticale afspraken tussen producent en distributeur, en beperkingen op pan-Europese marketingcampagnes. Europees Commissaris Frits Bolkestein (Interne Markt) concludeert daarom dat de plannen voor een ,,allesomvattende'' liberalisering van het Europese dienstenverkeer snel moeten worden uitgevoerd.

Uit het Scoreboard blijkt verder dat de EU-lidstaten slechts zeer traag hun achterstand inlopen bij het omzetten van Europese richtlijnen in nationale wetgeving. Slechts drie lidstaten (Zweden, Denemarken en Finland) halen de doelstelling van de jongste top in Stockholm om de achterstand in een jaar tijd terug te brengen tot 1,5 procent van de om te zetten richtlijnen. De gemiddelde achterstand bedraagt 2,5 procent, voor Nederland 2,0 procent. Op milieugebied scoren de EU-lidstaten het slechtst: 7,1 procent van de richtlijnen is niet tijdig omgezet.

De Europese Commissie is ook ontstemd over de toenemende inbreukprocedures. De Commissie, die momenteel 1800 gevallen van inbreuken op interne-marktrichtlijnen behandelt, wil dat lidstaten geschillen sneller oplossen om procedures bij het Europese Hof te voorkomen. Voor Frankrijk, Spanje en Italië telt de Commissie per land ruim 200 inbreuken, voor Nederland 70. Volgens Bolkestein lijdt ,,de geloofwaardigheid van de interne markt'' eronder.