`Overheid werkt fraude met grond in de hand'

De overheid heeft een nieuwe ,,gelegenheidsstructuur voor milieudelicten en frauduleus handelen'' in de bodemsanering gecreëerd. Dit staat in een onderzoeksrapport Zand erover? dat de Inspectie Milieuhygiëne Zuid, onderdeel van het ministerie van Milieubeheer, vorige maand heeft afgerond op verzoek van milieuofficier van justitie M.T.A. de Bruijn in Den Bosch.

Omdat verontreinigde grond vaker zonder financiële medewerking van de overheid door private ondernemingen wordt schoongemaakt, neemt het belang bij bedrijven toe om ,,wederrechtelijk economisch voordeel'' te behalen via de overtreding van milieuwetten. Het overheidstoezicht op deze saneringen `in eigen beheer' is vrijwel afwezig, aldus het rapport.

In het stuk worden feiten uit een nog lopend strafrechtelijk onderzoek naar een frauduleuze bodemsanering in Eindhoven geplaatst ,,in de bredere context'' van de gangbare praktijk in de bodemsanering. In het Eindhovense geval werkten een aannemer, transporteur, afvalverwerker en milieuadviesbureau samen om papieren te vervalsen en verontreinigde grond illegaal af te voeren. Zij verkregen een wederrechtelijk voordeel van 20 procent, 50.000 gulden op een kwart miljoen.

In de bodemsanering gaat in Nederland jaarlijks zo'n 670 miljoen gulden om, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Ongeveer de helft van dat geld wordt opgebracht door private ondernemingen die de sanering `in eigen beheer' uitvoeren, aldus H. Meengs van het IPO. Zo'n ,,nauwe band'' is ook bij de frauderende bedrijven in Eindhoven vastgesteld.

De Inspectie signaleert dat bij deze `private' bodemsaneringen in Noord-Brabant ,,een klein aantal bedrijven (-) een groot marktaandeel'' heeft, zodat sprake is van ,,een grote verwevenheid'' die ,,faciliterend werkt voor het optreden van fraude'', zo staat in het rapport.

In het rapport wordt vastgesteld dat het toezicht op bodemsaneringen ernstig tekortschiet. Zo heeft de provincie Noord-Brabant ,,ongeveer 0,5 mensjaar beschikbaar'' voor toezicht; Brabant telt 7.000 bodemsaneringslocaties. Aanbevolen wordt in Brabant een apart team van politie, waterschappen, de provincie en grote steden te vormen dat ,,alle incidenten'' in de bodemsanering onderzoekt en ,,fysiek toezicht'' op grondstromen uitvoert. Nu gebeurt dat alleen administratief. De Inspectie adviseert het ministerie de Brabantse bevindingen te verspreiden over de overige provincies en de vier grote steden.

Minister Pronk (Milieubeheer) dringt bij de provincies al langer aan op een betere handhaving van milieuregels. ,,Ik had het gevoel dat we onder Pronk de goede kant opgingen met handhaving, maar bij de bodemsanering is dat blijkbaar niet gelukt'', aldus het Tweede-Kamerlid Klein Molekamp (VVD). Hij noemt de bevindingen ,,zeer zorgelijk''.

Vorig jaar werd minister Pronk geconfronteerd met een fraudezaak bij een eigen toezichthoudende dienst in de bodemsanering, het Service Centrum Grond (SCG), dat wordt verdacht van de afgifte van valse verklaringen. In strijd met de wet behaalden ondernemers op die manier belastingvoordelen.