MBO bestrijdt schooluitval met peptalk

Het mbo kampt met een hoge leerlingenuitval, vooral door gebrek aan motivatie. Scholen verzinnen van alles om dit tegen te gaan, maar zicht op de resultaten hiervan ontbreekt.

Voor een volle aula, omringd door een paar honderd leerlingen, springt beroepsmotivator Emile Ratelband heen en weer. ,,Gééf jezelf dat applaus! Júllie hebben idealen. Júllie gaan nog ergens voor!'' Een schuchter applausje zwelt aan. Een paar honderd leerlingen kijken elkaar aan. Ratelband, heftig zwetend en gebarend, gaat door: ,,Harder! Harder! Draai óm die knop in je hoofd! Jíj haalt dat diploma, jíj haalt die hoge cijfers! Want wat jij wil, dat gebéúrt!''

Het ging niet langer, vertelt leraar Dick Pak van het Haagse Mondriaan College, afdeling economie en ICT. Beide mbo-opleidingen kampen met een hoge uitval van leerlingen. ,,Zeker 50 procent haalt hier de eindstreep niet'', zegt Pak. ,,School is niet interessant voor ze. Ze beginnen enthousiast, maar na een paar weken zakt het gewoon weg.''

Daarom is professionele hulp ingeroepen. Voor zo'n 10.000 gulden is de school een motivatieproject gestart, bedoeld om de leerlingen door de komende proefwerktijd heen te slepen. Verplicht op het programma: een peptalk door Emile Ratelband, makelaar in positief denken, bedoeld om de eerstejaars leerlingen een beetje zelfvertrouwen geven. Pak: ,,Dit kunnen ze goed gebruiken.''

Vroegtijdige uitval van leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs is een landelijk probleem. De Inspectie van het Onderwijs schreef een paar maanden geleden in het jaarlijkse Onderwijsverslag dat een uitvalspercentage van 30 procent in het eerste leerjaar van het mbo ,,geen uitzondering'' is. Soms roept een leuke baan, vaak verdwijnt de interesse vanzelf.

Hoe pak je die uitval van leerlingen aan? Scholen in het mbo zijn sinds 1996 vrij om de aanpak te kiezen die ze willen. Een jaar eerder keurde de Eerste Kamer op initiatief van toenmalig minister Ritzen (PvdA) de Wet educatie en beroepsonderwijs goed, die verregaande vrijheden gaf aan de organisatie en onderwijsinhoud van het mbo. De scholen moesten grote, autonome instellingen worden, die het beleid konden kiezen dat bij ze past.

Veel scholen fuseerden tot grote regionale opleidingscentra. `Kwaliteitsverbetering door schaalvergroting', luidde medio jaren negentig het motto. ,,Vanaf toen is de status van het mbo radicaal gewijzigd'', zegt de Groningse onderzoeker Th. van Batenburg, die de carrière van leerlingen na het mbo onderzocht. ,,Het is een cafetariamodel geworden. De leerlingen verdrinken bijna in keuzevrijheid.''

Het middelbaar beroepsonderwijs was sindsdien vrij het budget voor leerlingenbegeleiding naar eigen inzicht te besteden. Uitgebreide rapportage aan het ministerie hoefde niet meer, controle achteraf volstond. ,,Mbo-instellingen zijn nu vrij in de keuze of zij bijvoorbeeld wel of geen schoolmentor of vertrouwenspersoon aanstellen'', zegt een woordvoerder van de Inspectie van het Onderwijs. ,,Sturing van boven is er niet op dat gebied.''

Het mbo is prima in staat de uitval zelf te bestrijden, vindt medewerker R. Portengen van de Bve-raad, de landelijke organisatie voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. ,,De leerlingen komen vaak uit kansarme groepen. Het is onze plicht ook hen op te vangen. Vergeleken met bijvoorbeeld universiteiten doen wij het nog niet zo slecht.''

Toch kan de vrijheid van het mbo leiden tot vrijblijvendheid, vindt de inspectie. ,,Op niet iedere school is de begeleiding even goed geregeld'', zegt een woordvoerder. ,,Bovendien hebben scholen op papier meestal wel alles in orde, maar soms klopt er in de praktijk weer minder van.''

Andere scholen besteden juist weer méér tijd en geld aan de bestrijding van leerlingenuitval. Ze beginnen projecten, stellen extra pastores of mentoren aan. Zo haalde ROC Zadkine in Rotterdam bemoedigende resultaten met een intensief begeleidingsprogramma, waarbij leerlingen individuele aandacht van één mentor krijgen. De uitval daalt er nu gestaag.

En anders zijn er ook nog commerciële motivatietrainingen, waar veel scholen hun personeel heen sturen. Zo biedt TSMConsultants een vijfdaagse training voor leraren aan om te leren motiveren. Kost 3.100 gulden, maar loopt steeds beter. ,,Hier komen honderden leraren'', vertelt een medewerker van TSM. ,,Ze leren hier hun enthousiasme over te brengen op elkaar en de leerlingen.''

Daar is niets mis mee, vindt minister Hermans (Onderwijs), maar er moet beter zicht komen op de resultaten die scholen ermee bereiken. Dat is tenminste de kern van een wetsvoorstel van de minister, dat ter goedkeuring bij de Eerste Kamer ligt. In februari stemde de Tweede Kamer er al mee in. ,,Iedere school mag natuurlijk een eigen filosofie in ontwikkelen'', zegt een woordvoerster van het ministerie. ,,Er moet alleen beter in kaart worden gebracht welke schoolloopbaan de leerlingen doorlopen en waar het fout gaat.''

Ook de inspectie laakt het slechte zicht op de bestrijding van de leerlingenuitval. In het laatste Onderwijsverslag waarin de inspectie jaarlijks rapporteert staat: ,,Adequate managementinformatie over cruciale zaken als het proces van toetsing en afsluiting en het behaalde rendement zijn er onvoldoende of zij ontbreken geheel.''

En dat moet veranderen, vindt Hermans. Of een school een pastor aanstelt of Emile Ratelband huurt het blijft de minister om het even. Zolang maar wel duidelijk wordt wat ermee bereikt wordt. De woordvoerder van het ministerie: ,,Nu krijgen wij vaak alleen door onderzoek van de inspectie zicht op wat er gebeurt. Straks zijn de scholen zelf verplicht te melden hoeveel leerlingen uitvallen.''

In ieder geval is de paar duizend gulden die Ratelband vraagt voor zijn twee uur durende motivatiesessie geen weggegooid geld, vindt leraar Pak van het Mondriaan College: ,,Je ziet dat een aantal leerlingen hier zeker wat van opsteekt. Nét dat beetje zelfvertrouwen, nét dat beetje wilskracht.''

Niet alle leerlingen weten dat zo zeker. Eerstejaars ICT Rias Hassankhan (17): ,,Het ligt aan je groepje. Als je vrienden hun best niet doen, doe ik het ook niet.'' Zijn klasgenoot Naveen Poeran (17): ,,Ze hebben hier op school de hoop al bijna opgegeven. Ze verzinnen echt de gekste dingen om ons weer aan de slag te krijgen.''