Leerlingen gedwongen tot akelig jargon

Het havo deed gisteren examen maatschappijleer. Samen met Folkert Jensma, hoofdredacteur van NRC Handelsblad.

Eindexamen maatschappijleer voor het havo, nou en? Was het havo niet een soort vangnet voor geflipte vwo'ers? En maatschappijleer, was dat wel een echt vak? Maar bij het aanpakken van het `bronnenboekje' met teksten en de vellen met 35 vragen verdampt de bravoure vanzelf. Dit examen valt me nog tegen ook.

Juist ja: ,,Er worden gewoonlijk drie vormen van politieke participatie onderscheiden''. Of de kandidaat ze maar even wil noemen. Vooral dat `gewoonlijk' blijft pijnlijk hangen. Dat ik de `barrièrebenadering' bij het proces van politieke besluitvorming even ben vergeten, wil ik mezelf graag vergeven. Als je iets in de journalistiek leert, is het improviseren. Maar drie vormen van politieke participatie zullen we maar kiesrecht, partijlidmaatschap en `actievoeren' invullen? Of zullen we actief en passief kiesrecht voor twee laten tellen? De onzekerheid knaagt.

Van de 35 vragen over negen krantenberichten en een grafiek determineer ik er zeventien als kennisvragen. Dat stemt mijn behoudende alter ego tevreden. Gelukkig, `ze' moeten tenminste toch in een boek hebben gelezen en er iets van hebben onthouden.

Maar wat zou er in dat boek staan? In ieder geval de etikettentaal van de officiële maatschappijleer, stel ik enigszins knorrig vast. Zou maatschappijleer zo'n sociale wetenschap zijn waar objectieve, maar moeilijke woorden worden bedacht om kunstmatig patronen te kunnen herkennen in gewone maatschappelijke verschijnselen? ,,Er worden twee soorten pressiegroepen onderscheiden.'' Noem ze. Hoe praat ik me daar nu weer onderuit? Of zal ik beweren dat er juist drie soorten zijn? Zo deed ik dat zelf, op de middelbare school, meen ik me te herinneren. De leraar een beetje sarren met nieuwe theorieën en mezelf daarin vervolgens een voldoende geven.

Nee, dan de keuze tussen de `sociaal-economische en de sociaal-culturele benaderingswijze van maatschappijleer'. Daarmee kan ik tenminste helemaal niet uit de voeten. Ook leer ik dat de ,,maatschappelijke positie van Marokkaanse jongeren wordt bepaald door factoren die te maken hebben met positieverwerving en positietoewijzing''. Of ik uit de krantenteksten maar twee voorbeelden van elk wil opdiepen.

Ik kan mij wel enigszins een voorstelling maken van positieverwerving en dito toewijzing, maar in die krantenberichten staat nu eenmaal vrij gewoon Nederlands. Zal ik dat eens bekwaam gaan sociologiseren? Of zal ik maar gewoon opschrijven wat ik uit die berichten heb opgestoken over discriminatie?

Intussen stel ik vergenoegd vast dat een havo-kandidaat moet weten wat grondrechten zijn, waar de Coornhertliga zich mee bezighoudt en wat de Hoge Raad en het openbaar ministerie doen. Ook moet je kunnen toelichten waarom VVD en GroenLinks anders denken over openbare orde en de rechten van de verdachte. Je moet eenvoudige statistiek kunnen bekritiseren en je moet iets weten over de verklaringen van crimineel gedrag.

De jargondwang daargelaten is het een heel leuk en gevarieerd examen, dat overigens al zijn materiaal ontleent aan dagbladberichten. Automatisch doen die redacteuren met hun stukjes dan ook examen ook hun tekortkomingen vallen op. Pas in de context van een examen valt op hoe weinig er wordt uitgelegd en hoe krom de zinnen soms zijn. ,,...een door misdaad geplaagde buurt, waar veel wapenmisbruik plaatsvindt''. Hoe zou dat gaan, het plaatsvinden van wapenmisbruik, in een geplaagde buurt?

Vooral kwesties over justitiële bevoegdheden willen journalisten nogal eens met de diepgang van een vingernagel behandelen. De politie wil er meer van, de strafrechtsgeleerden stribbelen tegen wegens `de grenzen van de wet' en in de Kamer zijn de meesten ervoor en een enkeling tegen. Einde bericht. Maar welke grenzen, welke bevoegdheden, wat staat er dan in die wet en waarom kan dat niet? De meer dan gemiddeld geïnteresseerde lezer wordt er bijkans gek van. En de eenzame havist mag er nog eindexamen in doen ook. Niet zo fraai. Misschien kunnen we daar zelf iets aan doen, voor de lichting van volgend jaar.

Mail je reacties naar:

examen2001@tegenspraak.nrc.nl