`Jeugdcriminaliteit bestraffen volgens normaal strafrecht'

Justitie moet het strafrecht voor volwassenen ook kunnen toepassen op minderjarige criminelen. Dat vindt de korpsleiding van de regio Utrecht. Bij de presentatie van het jaarverslag 2000 zei korpschef P. Vogelzang dat het jeugdstrafrecht onvoldoende mogelijkheden heeft om een harde kern van jeugdige recidivisten aan te pakken.

Vanochtend sloot Tweede-Kamerlid W. van de Camp (CDA) zich bij die opvatting aan. In het radioprogramma Ontbijtradio zei hij: ,,Het regime en karakter van de huidige straffen worden als te licht ervaren.'' Hij wees ook op het belang van opvoedende maatregelene om ervoor te zorgen dat jongeren niet steeds opnieuw in crimineel gedrag vervallen.

De harde kern waarover politiechef Vogelzang sprak, bestaat uit ongeveer driehonderd, voornamelijk Marokkaanse jongeren tussen de twaalf en twintig jaar. Ze zijn verantwoordelijk voor ongeveer tachtig procent van alle jeugdcriminaliteit in de stedelijke gebieden van de provincie Utrecht. De criminele jongeren worden gemiddeld vier tot tien keer per jaar aangehouden voor autodiefstal, straatroof, inbraak en overvallen. Het afgelopen jaar steeg het aantal aangiften met zestien procent in de regio Utrecht.

Volgens Vogelzang heeft het systeem van taakstraffen en werk- en leertrajecten geen invloed op deze groep. ,,Ze gaan gewoon door met hun criminele activiteiten.'' Jongeren onder de achttien jaar vallen onder het jeugdstrafrecht. De rechter kan daarop een uitzondering maken. Volgens de korpschef moeten minderjarige criminelen die zes keer met de politie in aanraking zijn gekomen, voor korte tijd kunnen worden vastgezet. Ook burgemeester Brouwer van Utrecht pleitte voor een landelijke aanpak van het probleem.