(In)tolerantie 1

Het verwijt van intolerantie richting christelijke partijen door Dijkstal (VVD) en De Graaf (D66), heeft B.J. van der Vlies (SGP) verleid tot het schrijven van een reactie (NRC Handelsblad, 19 mei).

Essentieel in zijn betoog is dat ook de liberale ideeën vanwege hun universele pretenties intolerant zijn en te beschouwen zijn als ideologie, als leer van de humaniteitskerk. Op uitvoeringsniveau toont zich deze intolerantie als plicht om mee te werken aan de uitvoering van homohuwelijk of euthanasie. Bij deze beschrijving van de `intolerantie der toleranten' toont Van der Vlies zich vooral als gevangene van het dogmatisch denken. Hij kan zich blijkbaar niet voorstellen, dat op levensbeschouwelijk gebied meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan op gelijkwaardige wijze.

Anders dan hij denkt, bestaat echter geen kerk der humanisten. Tolerantie is geen ideologie. Het is eenvoudig het tonen van respect voor de opvattingen van andersdenkenden. Juist die tolerantie ontbreekt pijnlijk in het betoog van Van der Vlies, die er niet in slaagt te erkennen, dat heterodoxie mogelijk is. Voor hem bestaan slechts intolerante dogmatici. Persoonlijk kan hij slechts uitgaan van het idee van de `universele betekenis van de christelijke normen en waarden'. Andersdenkenden baseren zich voor hem op vergelijkbare wijze op andere universele waarden. Universele tolerantie is echter onvergelijkbaar met universele intolerantie.