In 2000 minder meldingen hulp bij zelfdoding

Artsen hebben vorig jaar minder gevallen gemeld van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. In 2000 kregen de vijf regionale toetsingscommissies voor euthanasie 2.123 meldingen binnen, bijna honderd minder dan in 1999. Dit blijkt uit het jaarverslag van de toetsingscommissies, dat vandaag is gepresenteerd.

Ook in 1999 was het aantal meldingen al geringer dan het jaar ervoor. De toetsingscommissies beoordelen sinds eind 1998 of een arts zorgvuldig heeft gehandeld en sturen alle meldingen door naar het openbaar ministerie. In 2000 maakten de commissies in drie gevallen melding van onzorgvuldig gedrag van artsen. Het OM heeft alledrie geseponeerd.

Onbekend is waarom het aantal euthanasiemeldingen, tegen de verwachtingen in, is afgenomen. In totaal werd vorig jaar bij 1.866 mensen euthanasie gepleegd, 213 maal hulp geboden bij zelfdoding en 44 keer een combinatie van beide vormen van hulp geboden. Verreweg de meeste betrokkenen leden aan kanker. Levensbeëindiging geschiedt het vaakst in huiselijke kring (1.773 maal) of in een ziekenhuis (278 maal) en soms (65 maal) in een verpleeghuis.

Onduidelijk is ook hoeveel gevallen van euthanasie niet gemeld worden. Om inzicht te krijgen in het totale aantal gevallen van euthanasie (wel of niet gemeld) zijn de hoogleraren Van de Wal en Van der Maas een onderzoek begonnen naar de meldingsbereidheid onder artsen. In opdracht van de ministeries van VWS en Justitie worden alle betrokkenen anoniem naar hun bevindingen gevraagd.

Hans van Delden, medisch ethicus bij de Rijksuniversiteit Utrecht, zegt als woordvoerder van de toetsingscommissies dat het onmogelijk is een reden te geven voor het gedaalde aantal, gemelde gevallen. Eerder werd de geringe meldingsbereidheid onder (huis)artsen als verklaring genoemd. Angst voor strafrechtelijke vervolging en de tijdrovende procedure zou artsen van melding weerhouden.