Een eeuw Hollands liedfabrikaat

Achterin het Omroepmuseum, de bewaarplaats van ons radio- en tv-verleden, is een pleintje geschapen. Rondom zijn vier façades verrezen, die elk toegang bieden tot een kwart eeuw geschiedenis van het populaire Nederlandse lied. De metershoog opgeblazen bladmuziek van het meezinglied Een reisje langs den Rijn leidt naar de eerste decennia van de twintigste eeuw. Een buitenmodel radio met bijpassende zenderschaal (waarop legendarische namen als Droitwich, Huizen en ja hoor, ook Beromünster) gaat naar de tweede periode. Een reusachtige BASF-recorder vormt de ingang tot de jaren vijftig en zestig. En een sterk vergroot computerscherm symboliseert de tegenwoordige tijd.

Zo, van de dichter-zanger J.H. Speenhoff tot en met Brainpower, Kane en Bauer, omvat de tentoonstelling Kan die muziek wat zachter! honderd jaar Nederlands liedfabrikaat. In elk van de vier ruimtes overheerst het geluid. Behalve de door kenners uitgekozen nummers die continu opklinken, hangen er koptelefoons om een eigen keuze te maken uit een ruimer aanbod, honderd opnamen per tijdvak. Verder is de vormgeving nogal karig; er zijn alleen vitrines vol apparatuur uit elke periode. Wasrollen, luidsprekers, ontvangers en een viool zonder klankkast maar met hoorn (om meer geluid te produceren) uit de oertijd van de mechanische reproductie, radiomeubelen en platenspelers in de tweede ruimte, een werkende Wurlitzer-jukebox in de derde en een ghettoblaster vol verfspatten in de vierde – om te illustreren dat de muziek nu overal binnen handbereik is, ook op steigers en andere werkvloeren.

Maar het gáát hier om de liedjes en om het tijdsbeeld dat ze oproepen. Hoor bijvoorbeeld hoe zo'n geheel in de vergetelheid geraakte komiek als Maurice Dumas in 1907 de mannelijke huiver jegens het huwelijk bezong: ,,Oh Japie is getrouwd, hij zit in de misère (3 x), `t is z'n eigen fout...'' En hoe Louis Davids in 1920 datzelfde sentiment vertolkte in: `Wordt nooit verliefd, want dan ben je verloren...' Hoor ook hoe de eerste Nederlandse etno-hit in 1954 werd gezongen door de uit Ambon afkomstige Rudy Wairata (Klappermelk met suiker) en hoe Max Woiski uit Suriname twee jaar later Bruine bonen met rijst tot een succesnummer maakte. Zo te horen werd de integratie in die dagen tot stand gebracht met eenvoudige, culinaire middelen.

Peter Koelewijn maakte in 1960 met Kom van dat dak af de eerste Nederlandse rock-hit. In het Nederlands, nu ja, het Eindhovens. Achteraf wekt zo'n plaat de indruk dat de nieuwe popmuziek toen nog een grap was. Het zou nog een jaar of vijf duren voordat de beat generation besloot dat er voortaan in het Engels moest worden gezongen. Of dat een vooruitgang was, laten de samenstellers in het midden. Maar in het laatste tijdvak lijkt de taal er niet meer toe te doen – het kan nu zelfs in het Fries.

Tentoonstelling: Kan die muziek wat zachter! NAA Omroepmuseum, Oude Amersfoortseweg 121-131, Hilversum, tel. 035-6885888. Di-vr 10-17.00u, za-zo 12-17.00u, t/m t/m mei 2002.