Eberstadt stuurt brief aan Stichting

De Amsterdamse advocaat van Walter Eberstadt, Paul Russell, heeft afgelopen vrijdag namens Eberstadt een brief gezonden aan de Stichting Boijmans van Beuningen waarin nog eens wordt uitgelegd waarom de tekening bij Eberstadt thuishoort.

Eberstadt zegt in deze brief ervan uit te gaan dat het bestuur `tot teruggave' zal besluiten. De brief maakt het bestuur attent op het feit dat zijn grootouders en Jan Toorop `zeer goed bevriend' waren en dat de tekening onvrijwillig uit hun bezit is geraakt.

Bovendien veroordeelde de Wiedergutmachungskammer van de Frankfurtse rechtbank de stichting in 1955 tot restitutie van de tekening. De constatering van de voorzitter van de Stichting, J.N.A. van Caldenborgh, dat de aankoop van de tekening in 1943 volledig te goeder trouw is, is volgens Eberstadt `niet op feiten gebaseerd'.

Een teruggave van de tekening is, zo stelt Eberstadt, geheel in overeenstemming met de statuten van de Stichting, aangezien het doel van de stichting is `de belangen van het Museum Boijmans van Beuningen te ondersteunen'. ,,Nu het museum op 16 mei 2001 publiekelijk kenbaar heeft gemaakt de tekening van Jan Toorop niet langer in het museum te willen hebben, kan de tekening niet langer bijdragen aan het vervullen van de doelomschrijving van de Stichting en staat niets een teruggave in de weg.''

De brief eindigt met een lijst van personen en instellingen die voor teruggave van de tekening pleiten, zoals het World Jewish Congress, de Gemeente Rotterdam, het Museum Boijmans van Beuningen, en dr. R. Ekkart, voorzitter van de Commissie Herkomst gezocht, die de Nederlandse overheid adviseert over het teruggavebeleid van tijdens de oorlog geroofde kunstwerken die in het bezit kwamen van de Nederlandse staat.