Bestuur Boijmans wil extern advies

Het bestuur van de Stichting Museum Boijmans van Beuningen heeft gisteravond besloten extern advies in te winnen over de vraag of de tekening Godsvertrouwen moet worden teruggegeven aan de New Yorkse bankier Walter Eberstadt.

De tekening werd kort voor de oorlog door de nazi's geroofd van Eberstadts grootouders, het Duits-joodse echtpaar Flersheim. De voorzitter van de Stichting, J. van Caldenborgh zal binnenkort overleg voeren met staatssecretaris van Cultuur F. van der Ploeg over de aanstelling van een adviseur die het bestuur kan helpen een weg te vinden naar een oplossing.

Van Caldenborgh: ,,Het gaat om een extern verkenner van de zaak, iemand die alles nog eens voor het bestuur op een rijtje zet en kijkt hoe uit de ontstane situatie een uitweg kan worden gevonden.''

Volgens Van Caldenborgh zijn binnen het bestuur de meningen over de teruggave van de tekening niet veranderd. ,,Onder de huidige druk die op het bestuur wordt uitgeoefend willen we geen beslissing nemen en al helemaal geen andere beslissing dan we al eerder genomen hebben. Dat betekent niet dat wij als bestuur niet begaan zijn met het lot van de joden in de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn we wel degelijk en er vindt dan ook opnieuw een hevige afweging plaats binnen het bestuur.''

Bestuurslid Arjo Klamer, die steeds een voorstander was van teruggave van de tekening, noemt de vertraging in de besluitvorming `heel jammer'. ,,Aan de andere kant maakt de aanstelling van een adviseur de kans op een teruggave van de tekening groter.''

Staatssecretaris F. van der Ploeg bood eind vorige maand aan een comité in te stellen dat zou kunnen bemiddelen tussen de Stichting en Eberstadt. Dit comité zou bestaan uit Jan Maarten Bol, lid van de Raad van State en voorzitter van de Vereniging Rembrandt, en de Engelse Lord Steyn, lid van de Britse `Hoge Raad'. Het bestuur van de Stichting wil op dit voorstel niet ingaan. Van Caldenborgh: ,,Een bemiddeling tussen beide partijen lijkt ons teveel op arbitrage. We zouden de zaak dan uit handen geven en daar voelen we niet voor.''

Volgens Paul Russell, de Nederlandse advocaat van Walter Eberstadt, zijn de Amerikaanse en de Nederlandse regering nu met elkaar in gesprek over de kwestie. De Amerikaanse regering liet enkele weken geleden via de Nederlandse ambassade in Washington weten dat de tekening aan Walter Eberstadt moet worden afgestaan. Eberstadt zelf schreef een brief aan koningin Beatrix. Daarna kreeg Van der Ploeg het verzoek zich over de kwestie te buigen.

Walter Eberstadt vindt dat de Stichting door het uitstellen van een beslissing gisteravond een `gouden gelegenheid heeft gemist om haar geschonden reputatie te herstellen.' ,,Door nu een advies af te wachten en geen standpunt te bepalen, geeft het stichtingsbestuur opnieuw geen blijk van een hoogstaande moraal. Toch heb ik het gevoel dat dit een positieve wending kan zijn in deze zaak.'' Mocht de tekening uiteindelijk bij hem belanden, dan wil hij dat die ook na zijn dood in de familie Eberstadt blijft. ,,De titel, Godsvertrouwen, en het karakter van de tekening zijn mij zeer dierbaar en ik zou graag zien dat die later bij mijn kinderen komt.''

De 79-jarige Eberstadt, bankier bij Lazard Frères in New York, diende ruim twee jaar geleden een claim in voor de tekening. Voor de oorlog was die in het bezit van zijn grootouders, het echtpaar Ernst en Gertrud Flersheim, dat in 1944 in een concentratiekamp werd vermoord.

In 1937 was het echtpaar uit Frankfurt naar Nederland gevlucht met achterlating van hun kunstcollectie. Een deel van die collectie werd door de Gestapo in beslag genomen en verkocht. De tekening werd in 1943 aangekocht bij een Haagse kunsthandel door twee bestuursleden van de Stichting, de Rotterdamse zakenlieden W. van der Vorm en H. van Beek. Een van de argumenten waarom de tekening tot dusver niet werd teruggegeven, is volgens bestuursvoorzitter Van Caldenborgh `de nagedachtenis van de twee bestuursleden die de tekening destijds in goed vertrouwen aankochten'.