Als m'n bestuur maar goed zit

In de afgelopen twintig jaar heeft de werknemer ondervonden dat het streven naar continuïteit in zijn bedrijf langzamerhand is verruild voor het streven naar winstmaximalisatie. Continuïteit stond destijds voor werkgelegenheid op de korte termijn bij winstgevendheid op de lange termijn. Winstmaximaliseerders zien het streven naar een maximale winst juist als een voorwaarde voor werkgelegenheid op de lange termijn.

Het werkgelegenheidswonder in de Angelsaksische economieën en in Nederland geeft hen tot nu toe gelijk. Niets is heilig voor het streven naar het grootste rendement van de aandeelhouders. Bijna niets. Want er lijkt een derde variant in het spel: het streven naar de continuïteit van het bestuur.

Kijk naar VNU. Dat was een uitgever en drukker van publiekstijdschriften en regionale kranten. VNU is, na een serie van aankopen en verkopen, onherkenbaar veranderd en een internationaal marktonderzoeksbureau geworden. Alles is veranderd behalve de top zelf, uitgezonderd de pensionering van topman Brentjens. Nedlloyd veranderde van een rederij in een kasgeld-BV met een investering in het Britse P&O. Het bestuur veranderde niet.

Besturen zijn hardnekkig. Kijk naar HBG, dat weigert zijn winstgevende baggerpoot op te geven aan Boskalis. Dat ademt de suggestie dat de top van het bedrijf liever niet blijft zitten met het overblijvende, kwakkelende bouwbedrijf, en liever de aandeelhouders laat bloeden dan zelf op te geven.

Werknemers verwelken, aandeelhouders vergaan, maar het bestuur blijft altijd bestaan. Terecht? De hoge topsalarissen in het bedrijfsleven worden doorgaans verdedigd met het argument dat talent nu eenmaal duur is, en het buitenland nog beter betaalt.

Er is een beter argument. De bestuurder in kwestie neemt een persoonlijk risico, omdat hij bij falen de laan uit kan worden gestuurd. Die risicopremie rechtvaardigt een relatief hoog salaris. Maar dan moet er wel sprake zijn van een risico. Bestuurders `sneuvelen' weliswaar bij misslagen nu eerder dan vroeger, maar de gouden handdruk is dan de extra compensatie, bovenop hun hogere salaris, voor het risico van het verlies van hun baan.

Sneller vertrekken zonder financieel gedoe kan de buitenwereld ervan overtuigen dat ook de topbestuurder, net als de werknemer en de aandeelhouder, een persoonlijk risico loopt. Misschien dat we hem dan in plaats van topbestuurder ook weer topondernemer kunnen gaan noemen.