Van wielerbelofte tot dopingzondaar

Vandaag begint de rechtszaak tegen Cees Priem. De Franse douane vond in 1998 ampullen met doping in een volgwagen van TVM, waar Priem ploegleider was. De zwijgzame oud-wielrenner ontkent schuld, sponsor TVM gelooft hem.

Een ongeluk komt zelden alleen. In april 1998, drie maanden voordat zijn wielerploeg TVM het middelpunt zal worden van een grote dopingaffaire, veroorzaakt Cees Priem een ongeval in de Amstel Goldrace. De ploegleider raakt met zijn volgwagen de fiets van de Australische renner Scott Sunderland, die tegen het asfalt smakt en later zelfs even in coma raakt.

Sunderland is nog altijd woedend dat Priem na de valpartij ,,deed alsof zijn neus bloedde''. 's Avonds beende de ploegleider met een bos bloemen door het ziekenhuis van Maastricht en kwam ongevraagd op de afdeling waar de renner buiten bewustzijn lag. Sunderland heeft daarna nooit meer iets van Priem vernomen. ,,Typisch Cees. Hij heeft daarom niet veel vrienden in het peloton'', zegt Sunderland.

Priem voelde zich ,,zwaar klote'' door de aantijgingen. ,,Dit had iedereen kunnen overkomen. Alleen had ik de pech dat de camera's er bovenop zaten.'' Zijn vriend en sponsor Ad Bos, algemeen directeur van het Drentse transportverzekeringsbedrijf TVM zegt: ,,Als je met Cees in de auto reed, was het net of je op de fiets zat. Als de koers losbrandde, gaf hij flink gas en moest alles en iedereen wijken.'' Maar bij het ongeluk met Sunderland droeg Priem volgens Bos geen schuld: ,,Ik heb die video vijftig keer afgedraaid en ben nog steeds overtuigd van de onschuld van Cees. Sunderland week van zijn lijn af.''

Desondanks werd Priem onlangs door de rechtbank in Tongeren schuldig bevonden. Hij kreeg een boete van 550 gulden en moet Sunderland een voorlopige schadevergoeding van 82.000 gulden betalen. Priem gaat tegen de laatste straf in beroep.

Priem en Sunderland waren op het moment van het ongeluk geen vrienden. De Australiër had in 1994 voor de TVM-ploeg gereden en werd, nadat hij zijn vertrek had aangekondigd, in de loop van dat jaar naar eigen zeggen ,,compleet genegeerd door die lomperik''. Priem had, volgens ingewijden, twijfels over de zuiverheid van de medische preparaties van Sunderland. Toen de Australiër hem twee jaar later verzocht te mogen terugkeren bij TVM, werd hij geweigerd. ,,Priem was vierkant tegen doping'', zegt Ad Bos. ,,Hij is als renner nooit betrapt. Als ploegleider was hij ook streng in de leer.''

Toch zal Priem zich vanaf vandaag in Reims moeten verdedigen tegen de aanklacht dat hij als ploegleider zijn renners doping verstrekte. Een maand vóór het incident met Sunderland vond de Franse douane bij Reims 104 ampullen met het verboden eiwithormoon EPO in een volgwagen van TVM. Het duurde tot juli, tijdens de Tour de France, voor deze zaak in de openbaarheid kwam. Priem werd voor de camera van de NOS geconfronteerd met het uitgelekte nieuws. Hij droeg een reflecterende zonnebril, zweette en wekte met zijn ontwijkende antwoorden de indruk dat hij iets achterhield. ,,Cees werd compleet overvallen door de pers die als een zwerm bijen op hem af kwam'', zegt Ad Bos. ,,Zelf had ik zakelijke verplichtingen en de vrouw van de TVM-voorlichter stond dat weekeinde op het punt van bevallen. Die zonnebril was Cees' enige bescherming.''

Tot de dag van vandaag ontkent Priem elke betrokkenheid. ,,Ik ben wel verantwoordelijk maar niet schuldig'', houdt hij vol.

In Wemeldinge, op een steenworp van de Oosterschelde en niet ver van de zee, staat de nieuwe villa van Cees Priem. Hij gaat er nooit meer weg. Hij kan de Zeeuwse wateren niet missen. ,,Als wielrenner was ik op mijn sterkst als ik in de richting van de zee reed. Dan rook je die zeelucht steeds meer, dat inspireerde. Fietste ik in de bergen, dan had ik altijd een opgesloten gevoel'', zegt Priem.

Een echte Zeeuw. Hij smijt niet met geld, hij is zwijgzaam, hij is tegendraads. ,,Als we willen dat anderen ons niet verstaan, beginnen we gewoon in het dialect'', vertelt hij over de contacten met zijn Zeeuwse vrienden. ,,Als hij je vertrouwt, kun je alles bij hem bereiken'', zegt zijn streekgenoot Jan Raas. ,,Vertrouwt hij je niet, dan krijg je met nog geen tien paarden iets van hem gedaan.'' Oud-toprenner Raas kent Priem door en door: Priem was vele jaren zijn `meesterknecht'. Ze ontmoetten elkaar als tieners, toen Priem als een ,,grote belofte'' gold. Johan Priem, zijn zes jaar oudere broer, zegt: ,,De tactiek van Cees was simpel: hij draaide warm, schudde aan het peloton en demarreerde. Sprinten was zelden nodig. Hij kwam meestal alléén aan.''

Cees Priem is de jongste uit een katholiek gezin van vijf kinderen. Zijn vader werkte als timmerman-metselaar in het bedrijf van zijn broer. ,,We hadden het goed thuis'', zegt Johan Priem, ,,dankzij pa, die ongelooflijk hard werkte. Ik mocht gaan studeren; Cees óók, maar hij had daar geen belangstelling voor. Hij werd een gemiddelde leerling op de LTS.''

Cees Priem begon op zeventienjarige leeftijd als timmerman bij bouwbedrijf Nonnekes in Goes. Oud-collega Bram Korteknie (63): ,,Cees deed zijn werk goed, al was hij niet vlug. Hij begon om half acht, en om twaalf uur ging hij weer naar huis. Om te trainen. Hij was een zwijger, maar als hij los kwam was hij een grappenmaker. Dan vertelde hij hoe hij een wedstrijd had gewonnen, en over de vrouwen die hij dan achter zich aan kreeg. Dat vond hij prachtig, hij ging met die meiden aan de zwier.''

Toen hij twintig jaar was, won Priem als amateur Olympia's Ronde van Nederland. Hij reed voor Acifit, waar Piet Liebregts ploegleider was. Liebregts (71) weet nog dat ,,een autobandenhandelaar uit Goes'' hem een jaar eerder (1970) aanraadde twee Zeeuwen in zijn team op te nemen: Bal en Priem. ,,Die Priem is een enorme doorzetter, precies zijn vader, vertelde die man. Nou, hij had gelijk. Priem was een klasbak.''

Als prof toonde Priem in 1975 zijn grote kwaliteiten toen hij een Touretappe won in België. Cees Rentmeester: ,,In een massasprint versloeg hij Eddy Merckx, bij wijze van spreken in de achtertuin van diens Molenbeekse villa.'' Priem voelde niet voor het kopmanschap. Hij stelde zich vanaf 1976 volledig ten dienste van de topper Raas. Raas: ,,Hij was een steengoeie renner die zich helemaal voor mij wegcijferde. Hij zette me uit de wind, trok de sprints aan.''

Als ploegleider was Priem in 1987 nog weinig bedreven, zegt huisvriend en TVM-directeur Ad Bos. ,,Wat dat werk betreft wist hij van toeten noch blazen, maar hij was geen gewóne coureur geweest. Met een onervaren renner had ik het niet aangedurfd. Cees was wegkapitein en beschikte over een ongelooflijk koersinzicht. In het peloton was hij al het verlengstuk van de ploegleider.''

Bos, opgegroeid in het Zeeuwse Heinkenszand, werkte bijna vijftien jaar met Priem samen. TVM was de hoofdsponsor van de ploeg waar Priem na zijn actieve wielerloopbaan ploegleider werd. Bos: ,,Cees was nog wegkapitein bij Raas, toen wij een profploeg begonnen. Halverwege het seizoen is hij er blindelings in gestapt. Raas heeft hem geen strobreed in de weg gelegd. Die twee vertrouwden elkaar door en door.''

Raas: ,,Cees had het geluk een ongelooflijk goede sponsor te hebben gevonden, die hem nooit heeft laten vallen. Hij omringde zich met goede mensen, luisterde ook naar zijn verstandige vrouw Marjan, en bouwde met beperkte financiële middelen een goede ploeg op.''

Priem werd in de rug gedekt door de directeur van TVM, die in zijn vrije tijd via de uitslagen en verslagen in de regionale kranten naar jonge wielertalenten speurde. Bos: ,,Cees zat altijd in het buitenland, bij de koersen. Hij miste het overzicht. Ik heb hem bijvoorbeeld Jeroen Blijlevens getipt.''

Ploegleider Priem hield zich vooral bezig met zijn renners. Hij had weinig woorden nodig om bij hen de juiste snaar te raken. Bos: ,,Donderspeeches waren niet zijn stijl. Hij heeft het familiegevoel in de ploeg gebracht. De renners gingen voor hem door het vuur. Ze mochten 's avonds een biertje of een wijntje drinken. Buiten de koers liet hij de touwtjes vieren.''

Volgens Bos was Priem ,,in de enge zin des woords met zijn vak bezig. Het representatieve deel heeft hij nooit aangevoeld.'' Hoewel Frans de wielertaal is, heeft Priem nooit de moeite genomen zich daarin verstaanbaar te maken. Bos heeft hem ,,tegen beter weten in'' op andere gedachten proberen te brengen. ,,Cees kon de koersradio volgen, meer had hij niet nodig.'' Priem heeft ook eens een mediatraining gekregen van Willebrord Fréquin, aldus Bos. ,,Na vijf minuten was hij alles weer vergeten. Hij is van nature verlegen en introvert. Hij heeft er nooit op gegeild dat hij ploegleider was.'' Het bureau van Priem was meestal leeg, zeggen collega-ploegleiders met een glimlach.

De afstand die Priem behield tot het organisatorisch aspect van zijn werk speelt ook een rol in de EPO-affaire van 1998. Priem zegt dat hij zich niet bezig hield met de medische begeleiding van de renners. Hij, de gediplomeerde timmerman, vertrouwde ,,blindelings'' op zijn Russische ploegarts Andrei Michailov. Michailov, ook aangeklaagd, vertelde destijds aan de Franse politie dat de ampullen EPO niet bestemd waren voor de TVM-renners, maar voor nierpatiënten in een kinderziekenhuis in Moskou.

De Franse justitie wil in het proces dat vanmiddag begint aantonen dat TVM dope gebruikte in georganiseerd verband. Volgens onderzoeksrechter Madrolle zijn er genoeg aanwijzingen dat hiervan sprake was. Zij baseert zich op de nog geheime testuitslagen van het haar, het bloed en de urine die de renners in de Tour van 1998 moesten afstaan.

Een Belgische verzorger verklaarde in een Vlaamse krant dat hij als werknemer van TVM (in 1994) bij herhaling ampullen EPO over tafel heeft zien gaan. Na afloop van de Tour van 1998 verhoorde de onderzoeksrechter in Reims de renners van TVM als getuigen. Ze ontkenden eenstemmig EPO te hebben gebruikt. Volgens de procureur hadden de renners hun verhalen op elkaar afgestemd, ,,wat de waarheidsvinding niet bevordert''.

Het dagblad Le Parisien schreef drie jaar geleden dat justitie bewijs had dat alle renners van TVM tijdens de Tour van 1998 onder de EPO, amfetaminen en groeihormonen hebben gezeten. ,,Het is pertinent niet waar dat alle renners die spullen hebben gebruikt'', zei Priems Nederlandse advocaat Van Mierlo gisteren in Reims.

Feit is dat van januari tot juli 1998 geen melding is van een TVM-renner die op dopinggebruik is betrapt. Wielrenners uit andere ploegen zijn in diezelfde periode wel betrapt en diezelfde zomer werd de hele Festina-ploeg uit de Tour de France gezet, nadat ploegleider Roussel had erkend dat zijn renners `onder strikt medisch toezicht' doping gebruikten.

Verzorger Jan Moors werd samen met Priem en Michailov tijdens die Tour gearresteerd. Na de ronde bleef Michailov in arrest. Priem en Moors kregen beperkte bewegingsvrijheid in een hotel in Epernay, twintig kilometer ten zuiden van Reims. ,,We hadden al een goeie band, maar begrepen elkaar nog beter en vlugger in die tijd'', vertelt Moors. Volgens hem is Priem ,,een sociaal en joviaal mens''. De twee zaten in Epernay vaak zwijgend in de lobby van het hotel. Ze lazen weinig en de Franse televisie was aan hen niet besteed. Priem was na drie maanden aan het einde van zijn latijn. Hij viel vlak voor zijn vrijlating van een trap en scheurde zijn bovenlip. ,,Ik ben psychisch naar de klote'', zei hij met trillende stem.

TVM-directeur Bos zegt dat Priem in Epernay in ,,mensonterende omstandigheden'' verkeerde. Bos is overtuigd van de onschuld van Priem. ,,Hij is een typische Zeeuw en kan erg slecht tegen onrecht.'' Voor de rechtszaak die vandaag begint, houdt Bos zijn hart vast. ,,Daar ziet hij als een berg tegenop.''

,,Cees is meer teruggetrokken gaan leven'', zegt Jan Raas, ,,is zich meer op zijn gezin gaan richten.'' Ook Bos heeft Priem zien veranderen. ,,Hij is veel onrustiger geworden. Hij is teleurgesteld in de mensheid. De cirkel waarin hij zich thuisvoelt, is kleiner geworden. Daarbuiten is hij heel argwanend, heeft steeds meer de neiging achterom te kijken. Hij voelt zich als een Robin Hood die in zijn rug is gestoken.''