Spelen voor zijn broertje

Hij swingt niet zo gevoelvol op de bossa nova- en sambaklanken van Gilberto Gil als Romario, het immer dromende Braziliaanse voetbalfenomeen. Maar ook Gustavo Kuerten blijft nooit stil zitten wanneer hij de stem en de gitaar hoort van 's lands beroemdste bard. In tegenstelling tot Romario maakt Kuerten zelfs een onrustige indruk. `Guga' is permanent in beweging, hij wil altijd leven, in het hier en nu – en straks. Romario wil alleen leven wanneer hij het de moeite waard vindt – ook een verleidelijke optie.

Kuerten (24) is geen voetballer, zoals de meeste Brazilianen. Kuerten is tennisser – zelfs 's werelds beste. Hij is een bijzondere vreemdeling in het voetbalparadijs. Maar sinds hij in 1997 als een verdwaalde paradijsvogel uit de lucht kwam vallen om in Parijs de titel van de Open Franse tenniskampioenschappen te veroveren, wordt hij in het land van de voetballers Pelé, Romario en Ronaldo en van het verongelukte autoracefenomeen Senna en van zanger Gilberto Gil aanbeden.

Met zijn lange, blonde, krullende haren veroverde Kuerten de tenniswereld, waarin Amerikanen, Australiërs, Duitsers en Spanjaarden de dienst uitmaakten. Na 1997 won hij in 2000 weer op Roland Garros. In 2000 werd hij zelfs wereldkampioen door achtereenvolgens de groten der aarde Sampras en Agassi te verslaan. Kuerten leek een speler te zijn die alleen op gravel sterk speelde. Maar tijdens het WK bleek hij zowaar op een harde indoorbaan te kunnen swingen én winnen. Sterker: de afgelopen elf maanden verloor hij in 33 wedstrijden slechts één keer – de speelvloer maakte hem niet uit.

Het lijkt Kuerten allemaal niet uit te maken. `Don't worry about a thing, cause every little thing is gonna be alright', is zijn lijfspreuk – een tekst van de Jamaicaanse zanger Bob Marley. Toch wel. Want Guga is opgegroeid in een getroffen gezin waarin alles draaide om zijn moeder en zijn broertje Guilherme, dubbel gehandicapt.

De broers Rafael, Gustavo en Guilherme verloren zestien jaar geleden (Gustavo was acht, Guilherme vijf) hun vader. Aldo Kuerten, een tennis- en basketbalkampioen uit Florianópolis, was zeer begaan met het lot van de jeugd. Zijn vrouw Alice, een maatschappelijk werkster, en hij organiseerden tenniswedstrijdjes voor de jeugd. Vandaar dat Gustavo ook ging tennissen. Toen Aldo op de baan in de scheidsrechtersstoel aan een hartaanval overleed, besloten zijn zoons Gustavo en Rafael moeder Alice in alles bij te staan, vooral waar zij ondanks haar beroepsmatige kennis tekort schoot om broertje Guilherme te helpen. Guilherme's handicap houdt het gezin Kuerten bijelkaar.

Van belang in het leven van Gustavo Kuerten is ook de aanwezigheid van oma, Olga Schlosser – de naam zegt al: van Duitse komaf. Ze is overal waar Gustavo gaat en doet te pas en te onpas het woord voor haar kleinzoon. Guga houdt van zijn grootmoeder. Hij houdt van zijn moedige moeder. Hij houdt van zijn broer Rafael die de financiële zaken regelt. En hij houdt van kinderen die net als hij moeten opgroeien zonder vader. Maar hij houdt vooral van Guilherme, zijn grootste supporter.

Veel van het geld dat hij met tennissen verdient, stopt Kuerten in het Gustavo Kuerten Institute, een fonds voor Braziliaanse kinderen die hun vader of moeder niet kennen of hebben verloren. Het fonds wordt beheerd door zijn moeder. Haar zoon praat liever over zijn fluwelen spin waarmee hij met zijn racket alle tennissers verslaat en hij praat liever over dansen in de bars van en surfen op de branding voor Florianópolis. Guga zoekt het plezier, al is het maar om er de moed in te houden en zijn trouwste fans – zijn moeder, oma en zijn broers – van het leven te laten genieten. Eigenlijk speelt Guga om zoveel mogelijk mensen plezier te doen.