Schumacher profiteert van pech Coulthard

Vorige week verlengde Michael Schumacher zijn contract bij Ferrari met drie jaar. Gisteren bewees de Duitse autocoureur zijn werkgever een grote dienst door voor de vijfde keer in zijn carrière de Grote Prijs van Monaco op zijn naam te schrijven. Met de tweede plaats voor de Braziliaan Rubens Barrichello was het succes voor Ferrari in Monaco compleet. David Coulthard was de grote verliezer.

De vreugde over het behalen van pole-position in Monaco was van korte duur bij Coulthard. Gistermiddag, bij de start van de opwarmronde, bleef zijn Mercedes-McLaren door een technisch probleem met het startsysteem (launch control) op de voorste plaats stilstaan. En toen de Schot even later zijn bolide aan de praat had gekregen, na van de eerste woede-aanval te zijn bekomen, restte hem niets anders dan bij de start van de race achter in de rij van 22 wagens aan te sluiten.

Daar ging zijn kans om het gaatje van vier WK-punten met regerend wereldkampioen Michael Schumacher te dichten. Een tweede opeenvolgende overwinning in Monaco zou hem, bij een tweede plaats voor Schumacher, op een gedeelde eerste plaats in de strijd om de wereldtitel hebben gebracht. Zaterdag had Coulthard nog zoveel indruk gemaakt door in de slotseconden van de kwalificatietraining de snelste tijd te verbeteren. Krachtig verwees hij Schumacher naar de tweede startplaats. Die profiteerde gisteren weer dankbaar van de misser van Coulthard.

In de wetenschap dat inhalen in de straten van Monte Carlo niet eenvoudig is, zette Coulthard de jacht in op de 21 wagens voor hem. Na een paar ronden bevond de Schot zich op de achttiende plaats, achter Jos Verstappen. Waar Verstappen er wel in slaagde om teamgenoot Enrique Bernoldi in te halen, bleef Coulthard voor een groot deel van de 78 ronden tellende race steken achter de 22-jarige Braziliaan. Van een rappe opmars van Coulthard was geen sprake. De enige coureur die Schumacher van z'n vierde wereldtitel kan afhouden, deed ook nauwelijks moeite de bolide van Bernoldi voorbij te gaan.

De gelouterde Schot deed één halfslachtige poging. Pas toen Bernoldi de pits in ging, was Coulthard van zijn plaaggeest verlost. Na 35 ronden lang de achterkant van de Arrows nummer 15 te hebben gekust. Mede dankzij het grote aantal uitvallers, slechts tien wagens haalden de finish, slaagde Coulthard er nog in WK-punten te behalen. Hij ging als vijfde onder de zwartwitgeblokte vlag door, goed voor twee WK-punten, acht minder dan winnaar Schumacher. Onder de uitvallers bevond zich teamgenoot Mika Hakkinen.

Na Ferrari was Arrows het enige team dat ongehavend de eindstreep bereikte, met Verstappen op de achtste en Bernoldi op de negende plaats, respectievelijk op een en twee ronden van winnaar Schumacher. Zo roerig als het lange raceweekend donderdag begon, met de afgekeurde voorvleugel op de wagen van Verstappen, zo tumultueus was ook de nasleep van de Grote Prijs van Monaco voor het team van Tom Walkinshaw. Diens collega bij McLaren-Mercedes, Ron Dennis, reageerde zijn frustratie af op Arrows in het algemeen en Bernoldi in het bijzonder.

Bernoldi had Coulthard moeten laten passeren, vond de Engelsman Dennis, die de Braziliaanse coureur dreigend zou hebben aangesproken op het feit dat hij Coulthard niet voorbij had gelaten. Razend was de Schot Walkinshaw, maar hij was niet van plan Dennis op diens vermeende intimidatiepraktijken aan te spreken. ,,Wat Dennis heeft gedaan is een van de meest schandalige dingen die ik ooit in de autosport heb meegemaakt'', foeterde Wilkinshaw. ,,En dat voor een man met zo'n staat van dienst. Het was toch niet de schuld van Bernoldi dat Coulthard met zijn bloody car stil bleef staan? Het is altijd iedereens schuld, behalve van Dennis, de messias.''

Verstappen vond het onbegrijpelijk dat Coulthard niet voorbij Bernoldi kwam. ,,McLaren heeft veel betere auto's, met een betere motor. Als je dan nog niet in kunt halen, kun je beter rondjes rond de kerk gaan rijden.''