Samen rekenen

Ik doe mee aan een grootschalig kankeronderzoek van de universiteit van Oxford en de Amerikaanse National Foundation for Cancer Research. Niet als patiënt of wetenschapper, maar als computergebruiker. Als ik even nadenk over een zin of mijn bureau verlaat om een kop koffie te halen verwerkt een klein programma op mijn pc gegevens over de optimale behandeling van leukemie. Samen met ruim 404.000 andere computergebruikers vorm ik een virtuele supercomputer die het kankerbestrijdende vermogen van honderden miljoenen moleculen analyseert. Het programma werkt als een screensaver. Het draait op de achtergrond en verstoort de normale computeractiviteiten niet. Als het klaar is met een gedeelte van zijn taak, stuurt het programma de gegevens automatisch via internet naar het onderzoekscentrum.

Steeds meer instellingen en bedrijven doen een beroep op virtueel vrijwilligerswerk. Peer-to-peer computing biedt niet alleen veel voordelen voor consumenten (denk aan Napster en Gnutella), maar ook wetenschappers en commerciële onderzoeksinstellingen hebben veel aan de kracht van geschakelde computers die hetzelfde programma draaien. Geen enkele echte computer kan de rekenkracht van een peer-to-peer netwerk met honderdduizenden pc's overtreffen. Voor het kankeronderzoek bijvoorbeeld is al meer dan 100 miljoen uur gerekend. Een wiskundestudent van de Simon Fraser University in Californië kreeg een kleine 2.000 mensen in 65 verschillende landen zover dat ze hem hielpen om bepaalde hexadecimalen van het getal Pi uit te rekenen. Na 1,2 miljoen uur rekenen kwam de 250-triljoenste hexadecimaal van Pi tevoorschijn.

Ook grote bedrijven hebben veel aan p2p, zoals peer-to-peer wordt afgekort. Chipfabrikant Intel, die het onderzoek naar leukemie sponsort, zegt dat het bedrijf de afgelopen tien jaar 500 miljoen dollar bespaard heeft door gebruik te maken van de processorcapaciteit van bestaande computers.

Wie ook zijn overbodige processorcapaciteit wil afstaan, kan kiezen uit een keur aan onderzoeksprojecten. Een al wat ouder project is Distributed.net, dat al sinds 1997 probeert cryptografische sleutels te kraken. Met succes. In 1997 werd al na 212 dagen een 56 bits sleutel – nog steeds de beveiligingsstandaard in het internationale betalingsverkeer – ontcijferd. Momenteel wordt er door honderdduizenden internetgebruikers gerekend aan de 64 bits sleutel. Het ontcijferen van deze sleutel is, net als de vorige kraakpogingen van Distributed.net, georganiseerd als een wedstrijd. Participanten kunnen op individuele basis meedoen aan de rekenwedstrijd of een team vormen. Op de statistiekpagina is te zien wie tot nu toe het meeste sleutels heeft uitgerekend. De winnaar krijgt 1.000 dollar.

Voor het eerste priemgetal van meer dan 10 miljoen getallen wordt een prijs van 100.000 dollar uitgereikt. Al vier deelnemers aan de Great Internet Mersenne Prime Search hebben een nieuw priemgetal ontdekt.

Science fiction-liefhebbers kunnen meedoen aan het zoeken naar buitenaards leven. Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI) heet het p2p-onderzoek dat in Berkeley plaatsvindt. Aan de prestigieuze universiteit in Californië houden wetenschappers zich al sinds jaar en dag bezig met de vraag of er ook op andere planeten intelligente wezens leven. Het programma SETI@Home analyseert signalen uit de ruimte die afkomstig zijn van de Arecibo telescoop in Puerto Rico die dagelijks 35 gigabyte aan gegevens registreert. Internetgebruikers die meedoen aan SETI@Home krijgen telkens een klein deel van deze data die wordt geanalyseerd door een screensaver-achtig programma. Het tot de verbeelding sprekende project kent inmiddels ruim drie miljoen deelnemers die hopen ET te vinden.

Websites: www.ud.com; www.intel.com/cure; www.distributed.net; www.setithome.ssl.berkeley.edu; www.cecm.sfu.ca/projects/pihex; www.mersenne.org; www.entropia.com; www.eff.org/coop-awards.

[klaver@nrc.nl]