`O Dood, Geheime Nachtegaal'

De rouwlinten van het graf van Anna Blaman en de sarcofaag van Arnon Grunberg. Het zijn hoogtepunten van de tentoonstelling `Vergeten in de slaap der eeuwen. Schrijvers en de dood' in het Letterkundig Museum.

Schrijvers en vooral dichters zijn vanouds de hofleveranciers van de dood, van het voorbije. Boutens dichtte zijn prachtige vers over de `goede dood'. J.C. Bloem voelde zich meer verwant met de dood dan met de kracht van het leven. De vitalist Marsman streed tegen de dood en P.N. van Eyck dichtte niet alleen over de tuinman en de dood maar ook het volgende vers: `O Dood, geheime nachtegaal/ Die in donkere hagen zingt/ Uw nooit ontraadselbaar verhaal/ Dat tot in 't diepste der harten dringt.' Anna Blaman zei dat de dood haar helemaal niet vroeg om dood te gaan, anders had ze `wel verzet geboden'. Hoezeer doodsverlangen of doodsangst de schrijvers ook obsedeert, ingehaald door de dood worden ze toch.

Het Letterkundig Museum in Den Haag wijdt een fraaie, tot nadenken stemmende tentoonstelling aan dit onderwerp onder de titel Vergeten in de slaap der eeuwen. Schrijvers en de dood. Bij de ingang staat een in al zijn nuchterheid treffende mededeling: `Schrijvers zijn mensen. Ze gaan dood. Willem Kloos beloofde: ,,Ik zal mooi doodgaan.''

De tentoonstelling geeft een beeld van het sterven van schrijvers en het, altijd weer onverwachte afscheid, dat hen werd bereid. Bij binnenkomst hangt, dramatisch uitgelicht, het befaamde hemd van J. van Oudshoorn. Het heette altijd gewoon `hemd met losse boord' te zijn, maar omdat de schrijver het droeg op de dag van zijn versterven krijgt het opeens een extra lading, die van de dood. Bij de opening vroeg Nicolaas Matsier zich terecht af of het hemd weleens gewassen en gestreken wordt, of dat het voor altijd groezig en grauw bewaard blijft. En komt de mot er dan niet in?

Schrijven en dichten heet altijd `voor de eeuwigheid' te zijn. Dat is een misverstand. Van de talloze schrijvers wier doodsberichten in fraai gebouwde glazen doodskisten liggen uitgestald, zijn velen allang vergeten. Zij zijn dus voorgoed door de poort gegaan om, zelfs niet in geschrifte, terug te keren. Een van de aangrijpendste doodsfoto's is die van Slauerhoff op zijn laatste bed. De bezielde zwerver, de eeuwig gedoemde, ligt uitgemergeld met baard op het kussen. De oogkassen hol. Herman Heijermans kreeg een begrafenis die gedetailleerd op foto's is vastgelegd, evenals Louis Couperus. Zij waren net vorsten die ten grave werden gedragen. Het Polygoon Hollands Nieuws van eertijds besteedde aandacht aan begrafenissen van letterkundigen. Zo zien we hoe acteur Eduard Verkade, dichter Roland Holst (altijd overal aanwezig) en Anton van Duinkerken in de stoet meeliepen ter ere van Lodewijk van Deyssel.

Voor een dode schrijver kon ook gebeden worden. Dat bewijzen de talloze katholieke bidprentjes die het museum verzameld heeft. Ze zijn, bijna achteloos, neergedwarreld in een vitrine als kist, net of God ze heeft rondgestrooid. Dat geeft een mooi beeld. In de gewijde stilte is het enige ironische object geïnspireerd door Arnon Grunberg. Hij bood het Letterkundig Museum aan als mummie in een sarcofaag na zijn dood voort te mogen blijven leven.

In de sereniteit van circulaires en dodenmaskers is dit toekomstige doodsverblijf met schittersteentjes en bronskleurig haar, ontworpen door Toos Janssen, misschien net iets te frivool. Van ingetogen dramatiek getuigen de rouwlinten die iemand heeft meegenomen van de boeketten op het graf van Anna Blaman. Van de `Rotterdamse Boekenvrienden' staat erop. De vraag die je je onmiddellijk stelt bij het aanschouwen van deze linten: wie leest tegenwoordig Anna Blaman nog? Of de anderen die zijn vertegenwoordigd, zoals Maria Viola, Frans Erens, Louis de Bourbon, ja, zelfs Willem Kloos.

Enkele schrijvers mochten hun geliefde doodsgedicht uitzoeken. Die hangen, op groot formaat, subtiel uitgelicht tegen de donkere gordijnen die de ruimte afsluiten. Piet Paaltjens' zelfmoordenaar hangt er, het ontroerende gedicht `Voor vader' van Hans Lodeizen, een betekenisvol gedicht van Tonnus Oosterhoff over dementie en dood en ook Van Eycks `O Dood, Geheime Nachtegaal'. Hella Haasse schreef er een troostrijke toelichting bij waarin ze rept over `de lokstem van de Dood' die onweerstaanbaar en verleidelijk is.

De tentoonstelling is sfeervol van toon en aankleding. Het Letterkundig Museum mag dan misschien een mausoleum zijn van duizenden vergeten en honderden niet-vergeten schrijvers, een tentoonstelling als deze maakt duidelijk dat de dood geen onderscheid maakt. De titel, Vergeten in de slaap der eeuwen, is ontleend aan J.C. Bloem, hofdichter van dood en vanitas. De eerste regels luiden berustend en suggestief: `Geen leed is voor de levenden te ontvlieden,/ Maar in één aarde eindigt alle pijn.'

Vergeten in de slaap der eeuwen. Schrijvers en de dood. T/m 18/11 in het Letterkundig Museum, Den Haag. Di t/m vrij 10-17u; weekeinde en feestdagen 12-17u.

Inl.: (070) 3339666.